Woonwensen

Hoe willen senioren wonen, nu en in de toekomst? De woningmarkt is nog niet ingericht op alle woonwensen met het oog op ouder worden. KBO-PCOB zocht uit hoe senioren zich voorbereiden op hun woontoekomst. We haalden verhalen, meningen, wensen en signalen op vanuit onze vereniging. Hiermee wil KBO-PCOB bijdragen aan kansen en oplossingen voor senioren op het gebied van wonen.

Wat zijn uw woondromen? (een greep uit de reacties van senioren)

“Een mooi groot familiehuis met eigen ingang en ruimtes, een gezamenlijke tuin, in de natuur en nabij faciliteiten.”
“Meer mogelijkheden om te kunnen omzien naar elkaar. Bijvoorbeeld bij aanleunwoningen óók een gemeenschappelijke ruimte bouwen.”
“Meer eerstelijnsverblijfsvoorzieningen per dorp, zodat een zelfstandig wonende oudere meer kans maakt om in het eigen dorp aan te sterken na een ziekenhuisopname.”
“Energiebesparende maatregelen die ook renderend zijn voor 80-plussers”
“Een betaalbare woning met voldoende woonoppervlak, zodat we kunnen blijven bewegen, anders dan van het bed naar de stoel voor het raam.”

Onderzoek toont aan: senioren willen wonen met zorg

Praat en beslis niet óver, maar mét ouderen. Dat vindt KBO-PCOB. We onderzochten hoe ouderen wonen, of ze willen verhuizen, of hun huidige woning voorbereid is op zorg en wat hun ideale woonsituatie zou zijn.

Klik hieronder op een plusje om meer te lezen.

De meeste senioren wonen nog niet in een woning die geschikt is voor zorg op de oude dag. Eén op de zes senioren is van plan te verhuizen. De ideale woning is de huidige woning (aangepast), of een gelijkvloers appartement. Maar opvallend vaak wensen senioren een woonvorm die er nog te weinig is: een wooneenheid met zorg of samenwonen onder gelijkgestemden met zorg dichtbij, zoals een hofje.

Verreweg de meeste senioren (95%) wonen zelfstandig. Het meest in een flat of appartement (29%), gevolgd door een rijtjes, tussen- of hoekwoning (20%), het eengezinshuis met meerdere woonlagen (13%) en de vrijstaande woning (11%). Hiervan is 60% koopwoning en 40% huurwoning.

Aanpassingen

Vier van de tien woningen van senioren zijn aangepast voor zorg. Het meest is dat gedaan in de badkamer, zoals door een lage instap voor bad of douche, een stoel in de douche en beugels of handgrepen. Zes van de tien woningen van senioren zijn dus niet aangepast voor bewoning voor de oude dag.

(On)geschikt

Maar liefst een op de vijf senioren geeft zijn woning een onvoldoende voor geschiktheid in de toekomst. Het gemiddelde rapportcijfer is een 6,9. De meeste problemen ondervinden senioren met trappen, drempels, hoge kasten, geen toilet op slaapniveau, geen slaapkamer op grondniveau, geen steunen en beugels in de badkamer of de ongeschiktheid van de woning voor rolstoel/rollator en lage toiletten.

Verhuizen

16% van de senioren geeft aan waarschijnlijk tot zeker van plan te zijn tussen nu en vijf jaar te gaan verhuizen. De belangrijkste reden hiervoor is de woning zelf, zeggen zes van de tien senioren met verhuisplannen. De woning is te groot, te klein, vereist te veel onderhoud of heeft trappen. De senioren die hun huidige woning een onvoldoende geven voor de geschiktheid van bewoning in de toekomst, zijn meer voornemens tussen nu en vijf jaar te verhuizen. Van de groep senioren die hun huidige woning een onvoldoende geeft, gaat zeker 35% verhuizen. Van de groep die de huidige woning een voldoende geeft, heeft zeker 5% verhuisplannen.

Zorg

De meest ideale woning om oud in te worden is volgens senioren de huidige woning (35%), gevolgd door een flat of appartement (30%), een wooneenheid met zorg (11%) en een vorm van samenwonen met gelijkgestemden, met zorg dichtbij, zoals een hofje of een verzorgingshuis (10%).

Verantwoording onderzoek

1.250 panelleden van KBO-PCOB beantwoordden in oktober 2018 vragen over de volgende onderwerpen:

  • Wat is uw woonsituatie?
  • Is uw huidige woning aangepast voor als u zorg nodig hebt?
  • Bent u van plan te verhuizen tussen nu en vijf jaar?
  • Wat is uw ideale woning voor de toekomst?

 

De gemiddelde leeftijd van de groep respondenten is 74 jaar, waarvan 56% vrouw en 44% man. 50% heeft een laag opleidingsniveau, 33% een middenniveau en 18% een hoog opleidingsniveau. 58% heeft een geloofs- of levensovertuiging.

Dit onderzoek is uitgevoerd door bureau TeraKnowledge®. Onderzoeker is drs. P.A.M. van der Meer. Voor de dataverzameling is gebruik gemaakt van het representatieve online KBO-PCOB panel waarvan de panelleden zijn benaderd via de standaard e-mailprocedure. De enquête kon worden geopend door het aanklikken van de link in het e-mailbericht. De openingsgraad was 78% en de doorklikratio 64%. Voor de verwerking en statistische analyse van de onderzoeksdata is gebruik gemaakt van het statistische pakket SPSS. De netto gerealiseerde steekproef is statistisch gewogen (propensity weighting) op de variabelen geslacht, leeftijdscategorie, hoogst genoten opleidingsniveau, stedelijkheid en geloof. Bij dit onderzoek is geen gebruik gemaakt van incentives.

Wat gaat KBO-PCOB met de resultaten doen?

Wonen staat hoog op de agenda van KBO-PCOB. Het onderwerp houdt veel senioren bezig en ook beleidsmakers en politici zien meer en meer het belang van wonen. De woningmarkt zit op slot, er wordt te weinig gebouwd, verzorgingshuizen worden gesloten en van mensen wordt verwacht dat ze zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, iets wat zij vaak ook willen. Dankzij het woononderzoek verkreeg KBO-PCOB veel bruikbare gegevens voor gesprekken met Kamerleden, bewindspersonen en ambtenaren. De resultaten zijn ook handig in onze contacten met de Woonbond, gemeenten en woningbouwcorporaties.

Om nog meer ervaringsverhalen, wensen, tips en adviezen te verzamelen, hield KBO-PCOB met een aantal leden een verdiepingssessie. Wonen ze wel helemaal naar wens? Of willen of moeten ze verhuizen? Welke eisen en wensen hebben ze? Zijn die gemakkelijk te realiseren of lopen ze tegen drempels op? De ervaringsverhalen van senioren die tijdens de verdiepingssessie gedeeld werden, geven de uitkomsten van het woononderzoek nog meer kleur.

Wat senioren ons vertellen

Hoe woont u en wat wilt u? KBO-PCOB interviewde senioren tussen 64 en 86 jaar. Dit is wat ze ons vertellen.

“Stel je beslissing niet uit, denk op tijd na”

Negen weken geleden is hij met zijn vrouw verhuisd naar een appartement. Vanuit een eengezinswoning in een straat waar ze al veertig jaar woonden. “We zijn verhuisd met ons verstand, niet met ons hart. Maar dat komt langzamerhand. Nu zijn we nog druk nog met uitpakken – verhuizen was a hell of a job – en we moeten nog ‘landen’. Daarna gaan we onze sociale contacten weer aanhalen. En niet vergeten om in de buurt te investeren. Na een periode van ziekte van mijn vrouw heb ik me gerealiseerd hoe belangrijk die contacten zijn.”
Een welgemeend advies geeft hij aan andere senioren: denk op tijd na over je woontoekomst en handel ernaar. “Realiseer je dat je de energie moet hebben voor een verhuizing én voor het opbouwen van een nieuw sociaal netwerk. Dat is na een bepaalde leeftijd erg lastig. Stel de beslissing daarom niet te lang uit.”

“Graag nog wat domotica erbij”

Veel bewoners van speciale seniorenwoningen waren er vroeg bij. Dit echtpaar kocht de woning in 1990. Grotendeels gelijkvloers; alleen de slaapruimte en wasruimte zijn boven. De woning is inmiddels voorzien van een douchestoel, een traplift en beugels. De woonkeuze bevalt goed. “Ik zou niet weg willen uit onze woning. En niet uit de buurt. Je kunt altijd op de buren terugvallen. Al zijn we inmiddels allemaal ouder, we staan voor elkaar klaar.” Verhuizen zou ook financieel gezien niet verstandig zijn: “We krijgen geen sociale huurwoning. En een commerciële huurprijs van 1000 tot 1500 euro per maand kunnen we niet betalen.” De woning is al geschikt voor de toekomst. Maar de ideale woning heeft ook nog wat domotica erbij, vooral handig voor mevrouw die in een rolstoel zit: “Met deuren die, als je op knopje drukt, open of dicht gaan.”

“Je kunt je niet op alles voorbereiden”

Meneer en mevrouw wonen in een nieuwbouwwoning. Het is een levensloophuis met bad- en slaapkamer op de begane grond, zonder drempels. De badkamer en het toilet zijn voorzien van beugels. De afgelegen woonplek heeft ook een beperking. Voor boodschappen moet je 5 kilometer rijden. “Je moet hier wel een auto hebben. Gelukkig kunnen we allebei goed rijden.” De brievenbus is op een halve kilometer afstand. “Daar loop ik gewoon naartoe met de rollator.” De supermarkt kan eventueel de boodschappen komen brengen. “Maar niemand doet dat nog hier.”
Het echtpaar is zeer zelfredzaam. “Met de gemeente ging ik in gesprek: op een drukke parkeerplaats krijg ik mijn rollator niet uit de auto. Toen kreeg ik snel erna een invalidekaart.” Maar je kunt niet alles opvangen, zo bleek toen ik op een gemeentelijke valtraining zelf ineens viel. Dan blijkt het dat je je niet op alles kunt voorbereiden, maar dat het wel helpt om actief en zelfstandig te blijven.”

“Ik wil niemand tot last zijn”

Hij werkt aan een gasloze woning, op zonne-energie. “We moeten met zijn allen wat doen, vind ik. Al op mijn vorige woning legde ik zonnepanelen, acht jaar geleden. Ik zie het als investering, maar ik vind dat het niet alleen om het geld moet gaan.” Meneer heeft geen auto, doet alles met de fiets en het openbaar vervoer. “Ik houd van eenvoud. Ik leef heel sober. Ik heb tien jaar pensioen, en nooit indexering gehad. Mijn bestedingsruimte wordt daarom steeds kleiner. Maar ik kook elke dag, en alles vers.” Destijds heeft meneer ook gekeken naar de mogelijkheden voor een ‘tiny house’ of een woongemeenschap. Maar om een tiny house hangen veel planologische regels. En bij een woongemeenschap zijn er veel onderlinge regels en verwachtingen. Meneer verhuist niet meer. Hij wil hier zelfstandig blijven wonen tot dat niet meer kan (“en dan het leven uit; ik wil niemand tot last zijn”).

“Oude bomen moet je niet verplaatsen”

Ze hebben geen plannen om te verhuizen en hebben nog geen woningaanpassingen gedaan. “We zijn gelukkig nog gezond en wonen hier geweldig. Onze omgeving en onze wijk zijn heel plezierig. Regelmatig komen er jongelui voor onze deuren langs, op weg naar hun sport. We zitten graag in de tuin. Deze is niet heel groot en kunnen we zelf bijhouden. Een paar keer per jaar laten we een tuinman komen voor het zware werk.” Meneer moet er niet aan denken naar een ‘flatje’ te moeten verhuizen, met alleen maar een ‘balkonnetje’. Leeftijdgenoten doen het wel, verhuizen naar een woning met gelijkvloerse slaapkamer en woonkamer. “Mij moet je niet vragen te verhuizen. Dan grap ik: ‘Wil je me dood hebben?’” Het is hun ervaring dat als oudere mensen gaan verhuizen, ze snel overlijden. “Zelfs als ze nog vrij gezond waren voorheen. Oude bomen moet je niet verplaatsen.”

“Werken we mee aan een standenmaatschappij?”

“‘Zo lang mogelijk thuis wonen’ is te makkelijk gezegd. Op papier kun je het geweldig geregeld hebben met woningaanpassingen, maar eenzaamheid blijft een belangrijk probleem onder senioren. Tussen andere bewoners heb je aanspraak.” Een alternatief samenlevingsverband, bijvoorbeeld met familie, heeft dit echtpaar niet concreet verkend. In de toekomst een tuin delen met andere senioren is een optie, “maar daar moet je wel concrete, goede afspraken over maken.” Ze plaatsen wel een kritische opmerking bij de trend van gezamenlijk wonen: “Met tien families bijeen wonen, inclusief gezamenlijke zorg: daarmee onttrek je wel voorzieningen aan de samenleving. Dan ben je het alleen voor jezelf goed aan het regelen. Daarmee bouw je mee aan een ‘standenmaatschappij’.”

“Wonen met anderen, vanuit je hart”

Mevrouw is een ‘mensenmens’ en denkt veel na over samenleven met gelijkgestemden. In Amerika heb je de Sun Cities (in de staat Arizona bijvoorbeeld). In Nederland proberen sommigen dit ook van de grond te krijgen en mevrouw volgt die ontwikkeling. “Maar in Nederland is het te kleinschalig. En is er veel discussie nog: kies je voor ouderen bij elkaar, of wil je juist jongeren en gezinnen erbij?” Als mevrouw haar ideale situatie schetst, vanuit haar hart, dan zou ze buiten wonen met gelijkgestemden. “Met elkaar oud worden, groentetuintje erbij… Het voordeel van wonen in zo’n hofje: je loopt naar buiten en je ziet elkaar.” Ze ziet mogelijkheden om het ideaal te realiseren. “Je zou bestaande recreatieparken die minder renderen tot seniorenhofjes kunnen ontwikkelen. Dan moet je dat wel goed doen, met bijbehorende infrastructuur. En met culturele voorzieningen, een theatertje of zo.”

“Zelfstandig, maar hulp en zorg nabij”

Mevrouw woont in een kleinschalig park met 7 huur- en 21 koopwoningen. Tezamen vormen zij een coöperatieve vereniging. Mevrouw kocht en renoveerde haar woning in 2014. “Alles is geïsoleerd; met een grotere was- en douchegelegenheid en een tweede toilet. Dat laatste is heel belangrijk. Als er bezoek komt, dan hoeft dat niet in mijn ‘particulier vertrekje’.” Daarvoor woonde zij ruim 25 jaar in een woning met 3.000 vierkante meter grond. Op een gegeven moment ging de leeftijd tellen en dacht mevrouw: zou ik dat volgend jaar nog wel leuk vinden?
Mevrouw heeft internet en personenalarmering. Het onderhoud van de woning laat ze doen door de timmerman die haar woning heeft gerenoveerd. Als er zorg nodig is, kan ze dat krijgen, net als maaltijden uit de grote keuken van het verzorgingstehuis dichtbij of hulp ’s nachts. “Ik hoopt er alleen nooit gebruik van te hoeven maken.”

Woont u naar wens? Een goed gesprek met leden van KBO-PCOB

Om ervaringsverhalen, wensen, tips en adviezen te verzamelen, nodigde KBO-PCOB acht leden uit voor een verdiepingssessie op het verenigingsbureau in Utrecht. Deze acht senioren voerden een levendig en interessant gesprek en reageerden op pittige stellingen.

Klik hieronder op een plusje om meer te lezen.

“Geschikte en betaalbare woonappartementen voor senioren”
“Goede infrastructuur en een prettige leefomgeving voor senioren”
“Faciliteer de trend van wonen tussen gelijkgestemden”
“Aanpasbare huizen met e-health en domotica”
“Gemeenschappelijke voorzieningen en ontmoetingsplekken”

Lees meer over woonwensen van senioren in de maarteditie van Magazine van KBO-PCOB