Overgangsrecht belastingverdrag Nederland-Duitsland

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland pakt ongunstig uit voor sommige gepensioneerden. Maar er is een uitzondering mogelijk! Voor een groep mensen die meer dan €15.000 aan pensioeninkomsten ontvangt uit Nederland maar in Duitsland woont, bestaat tot en met 2021 een overgangsregeling om de nadelige gevolgen van het nieuwe verdrag de eerste jaren te beperken. Ook in 2019 is deze regeling nog geldig. Wie onder de doelgroep valt, dient hierop te letten bij het doen van aangifte of het aanvragen van een voorlopige aanslag voor de Nederlandse inkomstenbelasting.

In 2012 sloten Nederland en Duitsland een nieuw belastingverdrag. Na een officiële goedkeurings- en ratificatieprocedure is dit verdrag in 2016 in werking getreden. Als gevolg van het nieuwe verdrag betalen gepensioneerden die een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering van bij elkaar meer dan €15.000 per jaar uit een land ontvangen, voortaan in beginsel inkomstenbelasting aan het land van herkomst (het bronland) van deze inkomsten. Enkele uitzonderingen daargelaten is bij inkomsten beneden de €15.000 belasting verschuldigd aan het woonland van de gepensioneerde. Voor sommige gepensioneerden pakken de nieuwe verdragsafspraken over belastingheffing ongunstig uit. Om de gevolgen voor hen te verzachten, gold er in 2016 een overgangsregeling die inhield dat zij nog een jaar gebruik mochten maken van het oude verdrag. Sinds 1 januari 2017 is deze overgangsregeling gestopt. Een andere overgangsregeling bestaat echter nog wel.

Tijdelijke overgangsregeling tot en met 2021

Met name een groep inwoners van Duitsland die pensioen ontvangt uit Nederland, moet door de nieuwe regeling meer belasting gaan betalen. Speciaal voor hen is in de Nederlandse goedkeuringswet van het verdrag ook nog een andere overgangsregeling opgenomen voor mensen die sinds 12 april 2012 in Duitsland wonen en meer dan €15.000 aan pensioenen, lijfrenten of sociale zekerheidsuitkeringen uit Duitsland ontvangen. Deze overgangsregeling geldt gedurende de eerste zes jaar na inwerkingtreding van het belastingverdrag, en is dus nog steeds van toepassing.

De regeling houdt in dat de betreffende in Duitsland wonende gepensioneerden tijdelijk een lager tarief over hun uit Nederland afkomstige pensioen, lijfrente of socialezekerheidsuitkering hoeven te betalen. Dit aan Nederland verschuldigde belastingtarief loopt op van 10% in 2016 en 2017 naar 15% in 2018, 20% in 2019, 25% in 2020 en 30% in 2021. Aanvullende voorwaarden zijn verder dat de belastingplichtige ten tijde van het oude belastingverdrag in Duitsland inkomstenbelasting betaalde over deze inkomsten, en dat de eerste pensioen- of lijfrente-uitkering vóór 1 januari 2016 ontvangen is.

Woont u in Duitsland en valt u onder de overgangsregeling? Dan is het van belang te weten dat de uitkeringsinstantie die uw pensioen, lijfrente of socialezekerheidsuitkering uitbetaalt, geen rekening houdt met het lagere belastingtarief. De belasting die zij te veel inhouden, krijgt u terug van de Belastingdienst als u aangifte doet. Als u verwacht dat u belasting terugkrijgt (of juist meer moet gaan betalen) kunt u ook een voorlopige aanslag aanvragen.

Of de verlaagde tarieven uit de overgangsregeling daadwerkelijk voordeliger uitpakken voor betrokkenen, hangt van de specifieke omstandigheden af. De Belastingdienst geeft op zijn website aan dat het ‘lagere’ belastingtarief bij de aangifte niet wordt toegepast als dit nadelig is voor de belastingplichtige.

Meer informatie

Via onderstaande links vindt u meer informatie over het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland, over de bijbehorende overgangsregelingen en over de afbakening op wie één en ander precies van toepassing is. Als u preciezer wilt weten wat de regelingen in uw specifieke geval betekenen, adviseren wij u contact op te nemen met de Belastingdienst of met een gespecialiseerde belastingadviseur.