Koopkracht

KBO-PCOB vindt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Koopkracht moet zich rechtvaardig ontwikkelen. Daar maken we ons hard voor.

 

We staan voor een pensioenstelsel dat duurzaam, eerlijk, solidair en betaalbaar is voor jong en oud.

We willen dat zorg- en woonkosten voor iedereen te dragen zijn. Stapeling van kosten willen we daarom zoveel mogelijk voorkomen.

We worden gemiddeld ouder en werken langer. De arbeidsmarkt is daar nog niet op ingericht. KBO-PCOB strijdt voor een stevige positie van 50-plussers op de arbeidsmarkt: voldoende werk, scholing en inkomen.

Ook in Nederland neemt de ongelijkheid toe. We stellen alles in het werk om armoede bij senioren te voorkomen. Eerste voorwaarde daarbij is dat de AOW welvaartsvast blijft. We zijn daarnaast scherp op belastingen, compensaties en toeslagen: bereiken degenen die het nodig hebben? Het agenderen en oplossen van financiële kwetsbaarheid van groepen ouderen heeft onze hoogste prioriteit.

AOW

De welvaartsvaste AOW is een grote verworvenheid in Nederland. Het beschermt senioren (hoewel niet volledig!) tegen armoede. KBO-PCOB strijdt er dan ook voor om de AOW te allen tijde welvaartsvast, dus geïndexeerd, te houden. Ook moet het AOW-pensioen inkomensonafhankelijk blijven.

Als grootste seniorenorganisatie van Nederland weten we, uit onderzoek en ervaring, dat leven van alleen AOW of hooguit met een klein aanvullend pensioentje, bepaald geen vetpot is. Zeker als er hoge zorg- en woonlasten bij komen kijken. Wij brengen dan ook voortduren onder de aandacht bij beleidsmakers en politici dat de groep ouderen in die situatie aanzienlijk is, en dat deze 65+huishouders met een laag inkomen extra financiële bescherming moeten krijgen en er niet in koopkracht op achteruit mogen gaan.

De AOW-leeftijd stijgt snel. Voor veel senioren is het te snel. Zo komen veel oudere werkzoekenden steeds verder klem te zitten in het financieel overbruggen van de periode tussen werkloosheid en pensioen. (zie dossier Werk)

KBO-PCOB pleit voor een kalmer tempo om de AOW-leeftijd te verhogen. De verhoging van vier maanden per jaar zou moeten worden gehalveerd. We adviseren de politiek om een nieuw tijdpad te maken, waarbinnen het evenwicht tussen het aantal gewerkte jaren en de AOW-jaren hersteld wordt. Over flexibilisering van de AOW vormt KBO-PCOB zich nog een mening. Voor mensen die een AOW-gat hebben door verhoging van de AOW-leeftijd, wil KBO-PCOB een ruimhartige overbruggingsuitkering. Mensen die een onvolledige AOW hebben (bijvoorbeeld door verblijf in het buitenland) kunnen een AIO-aanvulling krijgen. Dat moet mogelijk blijven, zeker voor mensen die zonder die AOW onder het bijstandsgrens terechtkomen.

Voor AOW’ers mag er nimmer een kostendelersnorm komen als zij gaan samenwonen om mantelzorg te verlenen.

Armoede

Iedereen in Nederland moet kunnen meedoen in de maatschappij en in staat zijn om te zorgen voor voldoende inkomen. Dit is nog geen realiteit. Een grote groep mensen staat dagelijks in de overlevingsstand. Onder hen zijn ook veel ouderen. Wij trekken ons het lot van deze mensen aan en bepleiten een samenleving en een politiek waarvoor dit ook vanzelfsprekend geldt.

Aandacht voor armoede onder ouderen is hard nodig. Met lang niet alle ouderen gaat het zo goed als vaak gedacht. KBO-PCOB vroeg aan leden om de stilte te doorbreken en te laten horen wat ze merken van het overheidsbeleid. Via de post en een speciale website kregen we honderden verhalen binnen uit heel Nederland. Van jonge senioren die bang zijn voor wat er na hun pensionering gaat gebeuren tot heel kwetsbare ouderen die zich hun laatste levensjaren anders hadden voorgesteld.

De verhalen zijn stuk voor stuk schrijnend. KBO-PCOB vraagt dan ook om een maatschappelijk antwoord en is voortdurend met de politiek in gesprek over oplossingen.

Met name voor werkloze 60-plussers is het ontzettend moeilijk om werk te vinden. Na afloop van de WW-uitkering dreigt voor velen van hen dan ook armoede. Op dit moment is er voor deze groep nog een uitkering op basis van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). Deze uitkering op bijstandsniveau kent een vrijstelling voor het eigen vermogen. De beide wetten worden echter afgebouwd, met stille armoede en hogere schulden als gevolg. KBO-PCOB wil handhaving van de inkomensvoorzieningen, om AOW’ers niet onder het sociaal minimum te laten zakken.

Belastingen

Iedereen moet zijn steentje bijdragen om onze samenleving leefbaar en betaalbaar te houden. Lastenverlichting en lastenverzwaring moeten daarbij evenredig verdeeld worden. Gepensioneerden moeten in gelijke mate én fiscaal rechtvaardig bijdragen, maar mogen ook naar rato profiteren van fiscaal voordeel en lastenverlichting.

De koopkracht van ouderen blijft al vele jaren achter.
Ouderen en uitkeringsgerechtigden komen er slecht van af, blijkt bij doorrekening van de Rijksbegroting. Dan is fiscale compensatie aan de orde.

Mede onder druk van KBO-PCOB is in 2016 een kleine fiscale verbetering aangebracht in het voordeel van ouderen. De ouderenkorting wordt per 2017 verhoogd. Die verhoging was oorspronkelijk alleen eenmalig. Maar deze maatregel compenseert niet voor de verhoogde zorgkosten die veel ouderen dragen. KBO-PCOB blijft jaarlijks de fiscale veranderingen volgen en beïnvloeden, om te zorgen dat senioren niet fiscaal benadeeld worden en voldoende meedelen in compensaties en voordelen.

Het doen van aangifte is voor veel senioren ingewikkeld, vanwege de digitalisering. KBO-PCOB pleit voor goede begeleiding bij die overgang. Én voor een vangnet voor de grote groep ouderen die niet (meer) digitaal vaardig wordt. Behoud de blauwe envelop voor wie het nodig heeft!

Overgangsrecht belastingverdrag Nederland-Duitsland

Het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland pakt ongunstig uit voor sommige gepensioneerden. Maar er is een uitzondering mogelijk! Voor een groep mensen die meer dan € 15.000 aan pensioeninkomsten ontvangt uit Nederland maar in Duitsland woont, bestaat tot en met 2021 een overgangsregeling om de nadelige gevolgen van het nieuwe verdrag de eerste jaren te beperken. Ook in 2017 is deze regeling nog geldig. Wie onder de doelgroep valt, dient hierop te letten bij het doen van aangifte of het aanvragen van een voorlopige aanslag voor de Nederlandse inkomstenbelasting.

In 2012 sloten Nederland en Duitsland een nieuw belastingverdrag. Na een officiële goedkeurings- en ratificatieprocedure is dit verdrag in 2016 in werking getreden. Als gevolg van het nieuwe verdrag betalen gepensioneerden die een pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering van bij elkaar meer dan € 15.000 per jaar uit een land ontvangen, voortaan in beginsel inkomstenbelasting aan het land van herkomst (het bronland) van deze inkomsten. Enkele uitzonderingen daargelaten is bij inkomsten beneden de € 15.000 belasting verschuldigd aan het woonland van de gepensioneerde. Voor sommige gepensioneerden pakken de nieuwe verdragsafspraken over belastingheffing ongunstig uit. Om de gevolgen voor hen te verzachten, gold er in 2016 een overgangsregeling die inhield dat zij nog een jaar gebruik mochten maken van het oude verdrag. Sinds 1 januari 2017 is deze overgangsregeling gestopt. Een andere overgangsregeling bestaat echter nog wel.

Tijdelijke overgangsregeling tot en met 2021
Met name een groep inwoners van Duitsland die pensioen ontvangt uit Nederland, moet door de nieuwe regeling meer belasting gaan betalen. Speciaal voor hen is in de Nederlandse goedkeuringswet van het verdrag ook nog een andere overgangsregeling opgenomen voor mensen die sinds 12 april 2012 in Duitsland wonen en meer dan € 15.000 aan pensioenen, lijfrenten of sociale zekerheidsuitkeringen uit Duitsland ontvangen. Deze overgangsregeling geldt gedurende de eerste zes jaar na inwerkingtreding van het belastingverdrag, en is dus nog steeds van toepassing.

De regeling houdt in dat de betreffende in Duitsland wonende gepensioneerden tijdelijk een lager tarief over hun uit Nederland afkomstige pensioen, lijfrente of socialezekerheidsuitkering hoeven te betalen. Dit aan Nederland verschuldigde belastingtarief loopt op van 10% in 2016 en 2017 naar 15% in 2018, 20% in 2019, 25% in 2020 en 30% in 2021. Aanvullende voorwaarden zijn verder dat de belastingplichtige ten tijde van het oude belastingverdrag in Duitsland inkomstenbelasting betaalde over deze inkomsten, en dat de eerste pensioen- of lijfrente-uitkering vóór 1 januari 2016 ontvangen is.

Woont u in Duitsland en valt u onder de overgangsregeling? Dan is het van belang te weten dat de uitkeringsinstantie die uw pensioen, lijfrente of socialezekerheidsuitkering uitbetaalt, geen rekening houdt met het lagere belastingtarief. De belasting die zij te veel inhouden, krijgt u terug van de Belastingdienst als u aangifte doet. Als u verwacht dat u belasting terugkrijgt (of juist meer moet gaan betalen) kunt u ook een voorlopige aanslag aanvragen. Als u denkt dat u geld terug moet krijgen over het jaar 2017, kan u een voorlopige aanslag aanvragen tot 1 april 2018.

Of de verlaagde tarieven uit de overgangsregeling daadwerkelijk voordeliger uitpakken voor betrokkenen, hangt van de specifieke omstandigheden af. De Belastingdienst geeft op zijn website aan dat het ‘lagere’ belastingtarief bij de aangifte niet wordt toegepast als dit nadelig is voor de belastingplichtige.

Meer informatie

Via onderstaande links vindt u meer informatie over het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland, over de bijbehorende overgangsregelingen en over de afbakening op wie één en ander precies van toepassing is. Als u preciezer wilt weten wat de regelingen in uw specifieke geval betekenen, adviseren wij u contact op te nemen met de Belastingdienst of met een gespecialiseerde belastingadviseur.

Compensaties & toeslagen

Gemeenten hebben een steeds grotere rol in zorgverlening, compensatie en toeslagen. Tussen gemeenten bestaan grote verschillen in hoe ze dit oppakken. Doen ze dit goed, bieden ze maatwerk, bereiken ze iedereen die zorg en compensatie nodig heeft? KBO-PCOB onderzoek en agendeert het, zowel landelijk als lokaal.

Vanzelfsprekend moet ons fiscale stelsel erop gericht blijven dat hoge zorg- en woonlasten voor mensen met lage koopkracht worden gecompenseerd. Anders ligt armoede op de loer. (zie dossier Armoede) Belangrijke toeslagen zijn de huur- en zorgtoeslag. KBO-PCOB houdt de politiek er scherp op dat de regelingen afdoende zijn, iedereen bereiken en niet te ingewikkeld zijn. De uitvoering door de Belastingdienst moet foutloos en tijdig gebeuren. Daarin is bereikbaarheid van belang, ook voor mensen die niet digitaal vaardig zijn. (zie dossier Digitale overheid)

Huurtoeslag en zorgtoeslag zijn rijksregelingen die bedoeld zijn om huishoudens met een laag inkomen en hoge kosten financieel te compenseren. KBO-PCOB weet via vrijwilligers, onder wie onze ouderenadviseurs en belastinginvullers, dat lang niet alle ouderen hun weg vinden naar de regelingen. Onze vrijwilligers komen bij veel ouderen achter de voordeur. Veel ouderen maken geen gebruik (meer) van beschikbare zorg, uit angst voor de kosten (eigen bijdrage) en uit onbekendheid met tegemoetkomingen zoals zorgtoeslag.

Het is daarom van groot belang dat we ouderen actiever wijzen op de voor hen beschikbare toeslagen. De overheid is daarbij aan zet om maatregelen te schrappen die ouderen financieel kwetsbaarder maken. Het is nodig om de ouderenkorting onverkort in stand te houden.

Ondersteuning van senioren met een onvolledige AOW en zonder een aanvullend pensioen blijft volgens KBO-PCOB van belang, om te voorkomen dat zij onder het sociaal minimum terechtkomen. Daarom moet de kostendelersnorm (zie dossier Mantelzorgboete) ook voor hen verdwijnen. Voor gemeenten is een belangrijke rol weggelegd bij het tegengaan van financiële kwetsbaarheid.

Financieel misbruik

De overheid schat dat jaarlijks 30.000 65-plussers slachtoffers worden van financiële uitbuiting. Hoewel het begrijpelijk is dat ouderen er niet over willen praten, moet het ons er niet van weerhouden om alert te zijn en voorzorgmaatregelen te nemen.

KBO-PCOB geeft voorlichting en leidt veiligheidsadviseurs op om financieel misbruik te voorkomen. Ook onze ouderenadviseurs en tabletcoaches zijn alert, want de digitale samenleving maakt kans op misbruik groter bij senioren die minder digitaal vaardig zijn (zie dossier Digivaardig).

We worden ouder. De kans is dus ook groter dat er iets gebeurt waardoor we  afhankelijk worden van anderen. Wie geeft u dan het vertrouwen om zaken voor u te regelen? Denk hier goed over na.

De meeste ouderen willen geen aangifte doen. Dat is niet zo gek, omdat in 85% van de gevallen de dader een familielid is. In bijna de helft van de gevallen gaat het om (klein)kinderen en in 37% om de (ex)partner. Denk aan de kleinzoon die helpt met internetbankieren en meteen ook een nieuwe bank bestelt voor zichzelf. Een dochter die de boodschappen doet en zichzelf ook iets cadeau doet. Een kennis die de geldzaken regelt en de betaalrekening gebruikt als ‘flexibel krediet’.

Praat erover!
Als u zelf financieel wordt uitgebuit bent u echt niet de enige. (zie dossier Ouderenmishandeling)
Praat erover met iemand die u vertrouwt of bel gratis en anoniem naar het advies- en meldpunt Huiselijk Geweld: 0800-2000. Het telefoonnummer is afgeschermd en komt niet op uw telefoonrekening terecht. U kunt ook naar dit nummer bellen als u een ‘niet pluis’-gevoel heeft bij familie of vrienden.

Tips om financieel misbruik tegen te gaan

• Leg vast in een Levenstestament wie uw financiën mag beheren als u het zelf niet kunt. Regel dit via de notaris. Kosten voor het maken van een Levenstestament variëren van €225 tot €1000.

• Benoem ook iemand die de controle doet als iemand anders uw financiën beheert.

• U kunt er ook voor kiezen om geen familie of vrienden te vragen en een professioneel bewindvoerder of mentor in te huren.

• Zorg dat er geen duizenden euro’s op uw betaalrekening staan. Boek extra geld over naar uw spaarrekening.

• Misbruik begint vaak met kleine bedragen die extra gepind worden en die niet zo opvallen op een betaalrekening. Open daarom liever een aparte rekening waar u bijvoorbeeld €50 per week automatisch op stort en blokkeer de mogelijkheid om rood te staan. De pinpas en pincode van deze rekening kunnen dan gebruikt worden door familie of een financieel mentor voor het doen van uw boodschappen.

Koopkrachtontwikkeling

KBO-PCOB begrijpt dat door de veranderende demografie aanpassingen nodig zijn ten aanzien van de financiële oudedagsvoorziening. Onze belangenbehartiging is gericht op een solidaire en leefbare maatschappij, waarin oud en jong omzien naar elkaar. Maar veel ouderen worden onevenredig geraakt door kabinetsmaatregelen. Hun koopkracht daalt al jaren op rij, zo weten we uit eigen onderzoek.

We willen de noodzakelijke financiële lasten voor iedereen te dragen zijn, zeker in tijdens dat de pensioenen niet geïndexeerd of zelfs gekort worden. Senioren zuchten onder optelsom van groeiende lasten voor zorg, verzekeringen, wonen, mobiliteit, dagelijkse boodschappen, verzorging, telecom en nog veel meer. Stijging en stapeling van kosten willen we daarom zoveel mogelijk voorkomen.

Wie tijdens het werkzame leven een buffer heeft weten op te bouwen, is meestal financieel weerbaar op latere leeftijd. Het gaat hierbij om de optelsom van een goed aanvullend pensioen, spaargeld, eigen woning, beleggingen en koopsom/lijfrentepolissen. Uit het onderzoek van KBO-PCOB volgt dat senioren zonder eigen vermogen bij een onverwachte belastingaanslag van €400 veel sneller in de problemen komen dan senioren mét eigen vermogen. Ze staan vaker en langer rood, hebben meer moeten bezuinigen en zien vaker af van een artsenbezoek vanwege de kosten. Het zal dan ook niemand verbazen dat senioren met weinig of geen spaarbuffer vaker wakker liggen van hun financiële situatie. KBO-PCOB geeft politiek Den Haag dan ook als dringende opdracht mee om senioren zonder financiële buffer niet te laten afglijden in armoede.

KBO-PCOB vindt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen. Koopkracht moet zich rechtvaardig ontwikkelen. We staan voor een pensioenstelsel dat duurzaam, eerlijk, solidair en betaalbaar is voor jong en oud.

Mantelzorgboete

KBO-PCOB staat voor een samenleving waarin we omzien naar elkaar. Al sinds 2012 verzetten we ons daarom tegen de kostendelersnorm, een boete op het verlenen van (mantel)zorg aan je naaste.

Wat is de kostendelersnorm precies? Alleenstaande AOW’ers hebben bij volledige AOW-opbouw recht op 70% van het wettelijk minimumloon. Echtparen en samenwonenden hebben recht op 50% minimumloon (per persoon), omdat zij onder meer woonlasten kunnen delen. In het regeerakkoord van 2012 stond de bezuinigingsmaatregel om de lagere AOW-uitkering ook te laten gelden voor alleenstaande AOW’ers die samenwonen met een kind. Een boete op mantelzorg dus, concludeerden tegenstanders (waaronder de ouderenorganisaties) al snel. We bedongen samen met de politiek al uitstel.

Op 1 juni 2017 werd bekend dat de kostendelersnorm (mantelzorgboete) voor AOW’ers niet wordt ingevoerd. KBO-PCOB reageerde opgelucht. Het idee dat je mantelzorg bestraft met het korten van je uitkering is onrechtvaardig. Het gaat bovendien lijnrecht in tegen het beleid om ouderen langer thuis te laten wonen.

Alleenstaande AOW’ers die met hun kind een huis delen, worden vanaf 2019 niet gekort op hun AOW (zoals het kabinet eerst van plan was). Daartoe besloot het zittende kabinet bij de voorjaarsnota 2017. Hiervoor wordt vanaf 2019 jaarlijks 214 miljoen euro vrijgemaakt. Een nieuw kabinet heeft de mogelijkheid om de kostendelersnorm alsnog in te voeren per 2018, maar erg waarschijnlijk is dit niet. Onder aanhoudende druk van KBO-PCOB en andere organisaties is er een politieke meerderheid ontstaan tegen de boete op mantelzorg, en we schatten in dat dit zo blijft.

Pensioen

We staan voor een pensioenstelsel dat duurzaam, eerlijk, solidair en betaalbaar is voor jong en oud. Sociaaleconomische veranderingen volgen elkaar snel op. De levensverwachting is snel gestegen en de arbeidsmarkt is ingrijpend veranderd. Deze ontwikkelingen missen hun uitwerking niet op ons pensioenstelsel.

Kortingen liggen op de loer en indexatie is al jaren niet meer mogelijk. Hiertegen komt KBO-PCOB in verweer.

Is ons pensioenstelsel nog wel houdbaar betaalbaar? KBO-PCOB adviseert bewindslieden en de Tweede Kamer, reageert op toekomstverkenningen en organiseert pensioendebatten.

Wat aanvullende pensioenen betreft, zitten we nu in een ‘tussentijd’. Het bestaande pensioenstelsel blijft gehandhaafd, met alle bijkomende voor- en nadelen. Kortingen zijn door een licht hogere rente afgewend voor 2017, een kleine uitzondering daargelaten. Maar de kortingen blijven boven de markt hangen en zetten het noodzakelijke draagvlak voor een nieuw pensioenstelsel onder druk.

Over een nieuw stelsel wordt veel gesproken, maar nog niets besloten. KBO-PCOB wacht niet lijdzaam af. Samen met andere ouderenorganisaties brengen we steeds belangrijke knelpunten onder de aandacht van de Kamer.

KBO-PCOB heeft grote zorgen over de rentepolitiek van de Europese Centrale Bank. Die zorgt ervoor dat de rente al langere tijd extreem laag is, met een daling in de dekkingsgraad en (dreigende) kortingen als gevolg.

Premie en verplichtingen zouden op dezelfde grondslagen gebaseerd moeten worden. Als dit niet zo is, kan dat (zoals nu het geval is) leiden tot een lagere dekkingsgraad, met kortingen en niet-indexeren als gevolg. Dat is zowel slecht voor mensen die nog pensioen opbouwen als voor mensen die al pensioen ontvangen.

De Sociaal-Economische Raad (SER) voerde een verkenning uit naar varianten voor een nieuw pensioenstelsel. De verdere uitwerking van de plannen is een langdurig en complex proces. KBO-PCOB benadrukt dat er, bijvoorbeeld onder druk van de lage rente, geen overhaaste stappen moeten worden gezet. Zorgvuldigheid staat voorop, terwijl voor de huidige problemen juist snel een goede oplossing gevonden moet worden. KBO-PCOB blijft daar als grootste ouderenorganisatie nauw bij betrokken.

 

Werk

Geluk en voldoening hangen, naast inkomen en status, samen met werk. Voldoende werk voor 50-plussers is nog belangrijker geworden sinds het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.

De algemene werkloosheid daalt momenteel, maar helaas nauwelijks onder langdurig werkloze 50-plussers. Deze werklozen verdienen dan ook extra inzet en een goed vangnet. Ook voor werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigde 50-plussers moet aandacht zijn. Denk aan senioren die het solliciteren maar hebben ‘opgegeven’. Er blijft teveel talent en kennis onbenut.

In 2016 hadden bijna zeven op de tien werklozen van 55 jaar en ouder meer dan een jaar geen werk, meldt het CBS. Ter vergelijking: onder 15- tot 35-jarigen waren dat er bijna twee op de tien en onder 35- tot 55-jarigen bijna vijf op de tien.

KBO-PCOB accepteert geen ‘pechgeneratie’ van 50-plussers die de baan kwijtgeraakt is tijdens de economische crisis van 2009-2015. We willen dat goede regelingen in stand worden houden en niet worden afgebouwd. De mobiliteitsbonus moet weer omlaag naar 50 jaar. En voor senioren, zeker langdurig werklozen, zijn persoonlijke begeleiding en maatwerk bijzonder belangrijk.

Achter langdurige ouderenwerkloosheid gaat veel leed verscholen. Werklozen zijn namelijk bewezen ongelukkiger dan werkenden. Dat zoveel senioren thuis zitten, betekent voor de samenleving bovendien een groot verlies aan kennis en ervaring. Met name voor 60-plussers blijkt het vinden van een nieuwe baan bijzonder lastig. Dit heeft meerdere oorzaken. Hun functies verdwijnen, of er is niet in hen geïnvesteerd. Financiële voordelen voor het in dienst nemen van 50-plussers zijn niet bekend bij werkgevers of te omslachtig. Ook klopt de beeldvorming bij werkgevers vaak niet. Hogere leeftijd wordt geassocieerd met duur en ziek, en niet met wijsheid en ervaring.

De gevolgen van langdurige werkloosheid zijn groot. Na afloop van de WW dreigt armoede voor veel oudere werklozen. Wie geen baan vindt, moet na zijn 55e nog twaalf jaar zien te overbruggen tot de verhoogde pensioengerechtigde leeftijd. Deze armoedeval neemt toe als het huidige vangnet verdwijnt. Nu komen oudere werklozen na afloop van hun WW-uitkering nog in aanmerking voor een uitkering op bijstandsniveau, met een vrijstellingsregeling voor het eigen vermogen. Dit gaat via de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). De IOAW-uitkering is bedoeld voor mensen die voor 1 januari 1965 geboren zijn. Om recht te hebben op een IOW-uitkering, moet iemand zestig jaar of ouder zijn. Beide uitkeringen, IOAW en IOW, worden momenteel afgebouwd, zodat een steeds kleinere groep hier nog maar aanspraak op kan maken. Intussen wordt de WW-duur korter en stijgt de AOW-leeftijd. Stille armoede en hoge schulden zijn het gevolg.

KBO-PCOB wil handhaving van de inkomensaanvullingen voor oudere langdurig werklozen. Dat is geen vetpot en uiteraard gaat er nog altijd niets boven een fijne baan. Maar de kans op armoede voor deze groep, waaronder vijftigers met studerende kinderen, is dan iets minder groot. Daarom roepen wij de politiek op om de IOAW en IOW in stand te houden of te komen met een nieuwe regeling die het leed van oudere werklozen verzacht. Dat hebben zij niet alleen hard nodig, maar na jarenlange trouwe dienst ook meer dan verdiend.

Op de hoogte blijven van onze belangenbehartiging rondom Koopkracht en onze andere speerpunten?