Sombere economische scenario’s raken ook senioren

Het Centraal Planbureau publiceerde vandaag vier scenario’s over de economische ontwikkelingen door de coronacrisis. Deze scenario’s verschillen in ernst en lengte van de recessie die onvermijdelijk komt. Naarmate de crisis voortduurt, zal blijken welk scenario het meeste de economische realiteit weerspiegelt. Senioren zullen hier zeker de gevolgen van ondervinden.

Wat voorspelt het CPB? Het bbp (bruto binnenlands product) krimpt in 2020 met 1,2% tot 7,7%. In het lichtste scenario zet het herstel in het derde kwartaal 2020 in, in het zwaarste blijft herstel tot ver in 2021 uit. De handel en consumptie daalt met 10-15%. De beurskoersen en olieprijzen met 30%. Deze effecten zijn tijdelijk. De overheidsfinanciën verslechteren in alle scenario’s fors. De staatsschuld loopt op, maar blijft te dragen.

Grootste onzekerheden zijn het verloop van de pandemie, de doorwerking van alle beperkingen op de economie en de effectiviteit van het beleid in binnen- en buitenland. Vooral de lengte van de ‘contactmaatregelen’ (vooral: handels- en reisbeperkingen) speelt een grote rol in de diepte van de recessie die er gaat volgen op de coronacrisis.

Dit zijn de vier scenario’s, in het kort:

  • Scenario 1: 3 maanden coronamaatregelen
    Gevolg: Recessie in de eerste helft­ van 2020, gevolgd door sterk herstel
  • Scenario 2: 6 maanden coronamaatregelen
    Gevolg: Recessie in heel 2020, gevolgd door herstel in 2021
  • Scenario 3: 6 maanden coronamaatregelen in combinatie met een grote wereldwijde recessie
    Gevolg: Forse recessie in 2020, gevolgd door traag herstel in 2021
  • Scenario 4: 12 maanden coronamaatregelen
    Gevolg: Recessie duurt anderhalf jaar en herstel blijft uit (zwart scenario)

 

In drie van de vier scenario’s is de recessie dieper dan die in de crisis van 2008-2009. In scenario 3 en 4 wordt ook de financiële sector geraakt, en daarmee de ‘systeembanken’ waarop de economie (wereldwijd) draait. Dit zal langdurig economisch doorwerken, ook na het herstel van de arbeidsmarkt en handel.

Wat betekent dit voor ouderen?    

  • Pensioenen: het CPB gaat ervan uit dat de pensioenenfondsen niet hoeven te korten, vanwege de ‘bijzondere omstandigheden’, ondanks de forse klappen die de pensioensector in alle scenario’s oploopt. Geen pensioenkorting in 2021 dus; dat is binnen de economische soberte relatief goed nieuws. Dit betekent ook dat er helaas niet geïndexeerd zal kunnen worden.
  • Werkloosheid: in het zwaarste scenario loopt de werkloosheid op tot 9%. Dit ondanks het steunpakket van de Rijksoverheid. Meest geraakt zijn flexwerkers en zzp’ers, waarin het aandeel senioren sterk is gegroeid in de afgelopen jaren. De werkloosheid en het aantal bijstandsuitkeringen was al het grootste onder 55-plussers. Er komen zware jaren aan voor de oudste groep werkenden (55-66 jaar), die al op achterstand stonden voor de coronacrisis en de crisis van 2008-2009 nauwelijks te boven zijn gekomen. Met de oplopende werkloosheid liggen ook verslechteringen voor de hand op het gebied van wonen (gedwongen verhuizing/verkoop koopwoning) en schuldenopbouw. Het CPB kijkt overigens niet naar leeftijden op de arbeidsmarkt (of binnen huishoudens), met uitzondering van de schoolverlaters die de arbeidsmarkt betreden.
  • Zorg, wonen en welzijn: met de verslechtering van de overheidsfinanciën liggen investeringen in de publieke sector niet voor de hand. Daarmee zal er eerder een verschraling dan een verbetering te verwachten zijn in de voorzieningen op het gebied van infrastructuur, zorg, verzekerd pakket, sociale woningbouw en publieke diensten (openbaar vervoer, bibliotheken, etc.). Ook bedrijven en projectontwikkelaars zullen minder investeren, wat zijn weerslag heeft op de woningmarkt en de zorginnovaties. Lichtpuntje is dat de huizenprijzen zullen dalen.
  • Koopkracht: door verslechtering van de overheidsfinanciën liggen lastenverzwaringen meer voor de hand dan lastenverlichting (of meer tegemoetkomingen en compensaties) waar we als KBO-PCOB voor pleiten. Mogelijkheden liggen voorlopig hooguit in heel precies maatwerk voor compensatie (financieel vangnet) voor schrijnende gevallen. Knokken voor behoud van volledige AOW blijft natuurlijk primair noodzakelijk en krijgt allicht een nieuwe noodzaak als de beleidsdoorlichting AOW op een onderhandeltafel komt waar men minder wellevend is naar de brede groep senioren (AOW ligt hoger dan het sociaal minimum, het peil waarop veel werkenden door de coronacrisis worden ‘neergezet’ door verlies van baan en/of eigen onderneming en met het bijstandsvangnet vanuit het Noodpakket van de Rijksoverheid). Over de verwachte prijspeilen voor producten en diensten (lager door meer concurrentie, of juist hoger door minder aanbod?) doet het CPB geen directe uitspraken. Wel wordt er een lage inflatie verwacht, wat wijst op een geringe prijsstijging.
                                                 

 

En nu? KBO-PCOB heeft een lange traditie in het nuanceren en bekritiseren van macro-economische studies. Dit deden we recent onder meer bij de Vergrijzingsstudie. Het blijkt vaak beter om vanuit de micro- en meso-economie (huishoudens, en groepen senioren) te kijken naar de doorwerking van maatregelen op de koopkracht, zorg en arbeidsmarkt. Dat is nauwkeuriger en preciezer en geeft beter aan waar pijnpunten liggen. Nu is het nog te vroeg om dit te doen met betrekking van de effecten van de coronacrisis. Uiteraard houden we goed in de gaten wat dit doet voor de zorg, de pensioenen, de arbeidsmarkt (in het bijzonder zelfstandigen en werkzoekenden boven de 55 jaar) en het voorzieningenniveau.