Sociale Staat van Nederland

Hoe gaat het met Nederland en de Nederlanders en hoe ontwikkelt onze kwaliteit van leven zich? Een belangrijke vraag. Antwoorden zijn te vinden in De sociale staat van Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De Tweede Kamer spreekt erover op 4 maart. KBO-PCOB stuurt de Kamerleden een brief met vragen voor in het debat.

Koopkracht van gepensioneerden

Nederland kent een historisch lage groei in de periode 2008-2018. Bovendien is er een duidelijke verschuiving te zien: de koopkracht van huishoudens bleef gelijk (het reëel netto beschikbaar inkomen van huishoudens daalde in deze periode zelfs), terwijl de winst voor bedrijven sterk steeg. Dit merken de werkenden in Nederland. Maar de uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden merken dit nog sterker. De koopkracht van laatstgenoemde groep blijft al jaren fors achter bij die van werkenden (lees meer). Directeur Manon Vanderkaa: “Vanuit KBO-PCOB is dit de nummer één zorg die we vanuit onze leden horen: kan ik het allemaal nog betalen, mijn vaste lasten, mijn zorgkosten, mijn dagelijkse boodschappen? En wanneer wordt het (eindelijk) beter? Wij merken dat de onrust hierover toeneemt en verzoeken u de minister te vragen wat hij concreet wil doen om de koopkracht van gepensioneerden te verbeteren. Is hij bijvoorbeeld bereid om, in overleg met de minister van Financiën, de ouderenkorting te verhogen?”

Werk

Werk is de beste bescherming tegen armoede. De werkloosheid in totaal verbetert in de afgelopen jaren. Toch is de arbeidsmarkt voor mensen boven de 50 jaar nog lang niet optimaal. De werkloosheid ligt verreweg het hoogst bij de groep boven de 55 jaar (CBS). De grote verschillen tussen leeftijdsgroepen lijken volgens de CBS-cijfers ook iets van de laatste jaren te zijn. Bijna de helft van de WW-uitkeringen wordt verstrekt aan mensen tussen de 50 en de 66 jaar. De beëindigde uitkeringen na het bereiken van de maximale WW-duur neemt sterk toe bij de groep boven de 55 jaar (en als énige leeftijdsgroep). Het betreft een groei met maar liefst 29,2% ten opzichte van 2019. Hierna volgt meestal de bijstand. Van de bijstandsgerechtigden is 56% ouder dan 45. In 2007 was dit nog 46% (CBS).

Bij flexwerkers zijn de trends ook zorgelijk. 60% van de zzp-ers is ouder de 45 jaar (van de werknemers is dit ruim 40%). Zzp’ers tussen de 55 en 65 jaar verdienen bovendien stukken minder dan de groep tussen de 35 en 55 jaar, het aantal oudere uitzendkrachten is in tien jaar tijd verdubbeld en het perspectief op een vaste baan is voor hen klein.

In de afgelopen tijd zijn een aantal belangrijke stappen gezet met als doel de werkloosheid onder 55-plussers omlaag te brengen. Zo heeft de Kamer recent een motie aangenomen waarin de regering gevraagd wordt te bevorderen dat bij de toedeling van de budgetten Stimulans ArbeidsmarktPositie (STAP) deze in belangrijke mate terecht gaan komen bij mensen boven de 55 jaar. “Wij vragen de Kamerleden om de effectiviteit van al deze maatregelen te monitoren. Nu er concretere maatregelen worden genomen om het arbeidsmarktperspectief voor 55-plussers te verbeteren, kan de Kamer vinger aan de pols houden om armoede en verdere tweedeling te voorkomen”, zegt Manon Vanderkaa.

Armoede

Het rapport is louter positief over de armoede in Nederland. Hier valt wat op af te dingen. Ongenoemd blijft de stijging van armoede onder gepensioneerden, die toeneemt met de leeftijd. Zo leeft 3,7% van de 85-plussers van een laag inkomen. Dit sluit aan bij eerdere cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit september 2019, die aantoonden 10% van de 90-plussers in armoede leeft. Vooral zorgkosten spelen daarin een grote rol. KBO-PCOB verzoekt de Kamer de minister te vragen dit aan te pakken door de stapeling van zorgkosten terug te dringen en de meer middelen vrij te maken zodat gemeenten ook arme ouderen op lokaal niveau kunnen ondersteunen (lees meer).

Toegankelijke zorg

KBO-PCOB is blij dat de ervaren gezondheid door 65-plussers in 2018 hoger is dan in 2008. Ook is het positief te noemen dat het psychisch welbevinden onder 65-plussers wel gelijk is gebleven, ondanks de verslechtering onder andere leeftijdsgroepen. We maken ons echter zorgen dat bij het aandeel van senioren dat gebruik maakt van thuiszorg is gedaald. Verondersteld wordt dat deze daling causaal is aan de daling van lichamelijke aandoeningen onder 65-plussers. Manon Vanderkaa: “Juist met het inzetten op het langer thuis wonen van senioren, ontvangen wij andere signalen. Zorg is niet altijd de juiste zorg op de juiste plek. De vraagverlegenheid is groot, senioren verdwalen in de wirwar van lokale loketten en mantelzorgers lopen vaak op hun tenen om het aan te kunnen. Daling in gebruik van de thuiszorg is dus niet een reden voor blijheid, maar veel eerder een signaal dat de zorg niet altijd maatwerk is.” Wij willen de Tweede Kamer vragen het beeld van De sociale staat van Nederland te spiegelen aan de signalen uit het land en de wachtlijsten in de zorg. Hoe ziet het kabinet dit?

Wonen

Langer thuis wonen moeten senioren niet langer letterlijk opvatten, aldus de commissie-Bos. Kies voor wonen op maat, dan wordt langer thuis wonen ook makkelijker. Bijvoorbeeld zonder die grote tuin, de trappen of die krappe deurposten waar de rollator tegen aan stoot. Maar dan komen andere belemmeringen. Het gaat om zaken als de inspanning om een andere woning te zoeken, het feit dat na verhuizing de woonlasten meestal hoger zullen zijn of dat (vooral in krimpgebieden) de huidige woning lastig te verkopen is. Ook geldt voor ouderen met een inkomen onder de huurtoeslaggrens dat een zorgwoning vaak boven hun financiële bereik beschouwd wordt, ook als ze er eigen vermogen voor willen inzetten. Hier zijn nog veel slagen te maken. Hoe vertaalt het kabinet de bevindingen van de commissie-Bos door naar beleid?

Levenstevredenheid

Het rapport wijst op de sterke relaties tussen levenstevredenheid enerzijds en eigen regie, sociale cohesie en eenzaamheid anderzijds. Ook wordt aangegeven dat de levenstevredenheid van ouderen, ondanks dat hun leefsituatie is verbeterd, niet is gestegen. “Deze twee zaken vragen meer doordenking. Ouderen zijn immers een groep die kwetsbaarder is in eigen regie nemen en meer risico heeft op eenzaamheid. Wij pleiten er dan ook voor een vervolg van de aanpak van eenzaamheid en de inzet op levensbegeleiding (geestelijke verzorging) voor ouderen “, aldus Manon Vanderkaa.