Overbruggingsbanen zijn geen oplossing

Doorwerken na pensionering? Dat klinkt niet gek, zo op het eerste gezicht. Toch wringt er iets in het pleidooi voor ‘overbruggingsbanen’, stelt directeur Manon Vanderkaa. Onbedoeld kan dit werkzoekende vijftigers en zestigers op achterstand zetten. Een opinie-artikel over wérkelijk profijt van en voor senioren.

‘Van ‘vitalo’ tot fitte ouderen: kwieke senioren zijn de laatste tijd veel in het nieuws. Het gaat dan veelal om vitale ouderen die willen doorwerken na de AOW-leeftijd. Vaak in banen waarin het ook fysiek mogelijk is om door te werken. Denk aan de huisarts, rechter of hoogleraar. Stuk voor stuk ervaren en slimme mensen, die veel betekenen voor anderen door het blijven uitoefenen van hun vak. Dat moeten we vooral blijven stimuleren natuurlijk. En dat doet de overheid ook. Zo kwam er in 2016 een wet die belemmeringen wegneemt om na de AOW-gerechtigde leeftijd door te werken. Die wet blijkt te werken, zoals te zien is aan het aantal werkende AOW-ers dat explosief is gestegen tot ruim een kwart miljoen.’

‘Onlangs pleitte de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) voor meer mogelijkheden om te kunnen blijven doorwerken. Al dan niet in de vorm van overbruggingsbanen na pensionering. Dat zou goed zijn voor senioren zelf én voor de maatschappij. Op het eerste gezicht klinkt dat niet verkeerd. Het zou een oplossing zijn voor werkgevers die staan te springen om (ervaren) personeel. En een remedie tegen het ‘zwarte gat’ na pensionering.’

‘Maar hier wringt ook iets. Zo kan en wil niet iedereen doorwerken. En staan er intussen nog horden vijftigers en zestigers ongewild langs de kant. Want als het idee van overbruggingsbanen vertaald wordt als nieuwe banen creëren, speciaal voor AOW-gerechtigden, dan hebben we daar als KBO-PCOB bezwaar tegen. Op dit moment staan namelijk nog steeds 1 miljoen Nederlanders tussen de 18 en de 66 jaar die kúnnen werken (dus niet arbeidsongeschikt of studerend) als werkloos te boek. Het zogenaamde ‘onbenut arbeidspotentieel’. Onder hen zijn bovengemiddeld veel vijftigers en zestigers, wat ook af te meten is aan de oververtegenwoordiging van de 55-plussers in de bijstands- en ww-cijfers.’

Goedkoop versus lastig

‘De overbruggingsbaan kan een risico vormen voor de werkloze 55-plusser. Werkgevers hoeven voor AOW-gerechtigden namelijk geen premies te betalen voor AOW, pensioen, verzekering en WW. Daarmee zijn gepensioneerden voor werkgevers veel goedkoper dan de groep tussen de 55 en 66 jaar die momenteel nog steeds zo lastig aan het werk komt. Wat we als KBO-PCOB absoluut willen voorkómen, is dat er onbedoeld een trend gaat ontstaan dat de 66-plussers de 66-minners gaan verdringen. De langdurige armoede onder de volwassen Nederlanders is al het grootst tussen de 55 en 66 jaar, die moeten we niet erger maken.’

‘Ouderen zijn van grote waarde, zeker. De helft van de senioren is mantelzorger of doet vrijwilligerswerk; menig vereniging zou omvallen zonder de inzet van 60-plussers. De samenleving verandert snel en de overheid treedt terug. Dit betekent dat vrijwilligerswerk belangrijker, maar ook nog zinvoller is dan voorheen. Van buurtbus tot buurtmoestuin en van samen zorgen en wonen tot samen duurzame energie opwekken.’

Omzien en profijt

‘Nog meer profijt van ouderen voor de samenleving is mogelijk. Zeker als we dit stimuleren: iedereen die wil en kan werken tussen de 55 en 66 jaar volwaardig aan het werk krijgen en alle Nederlandse senioren verleiden en aanmoedigen om zichzelf, in welke rol of vorm dan ook, in te zetten voor het ‘omzien naar elkaar’. Zonder eindeloos economisch ingezet te hoeven worden via een overbruggingsbaan. Dus passend bij de tijd van nu: helemaal op je eigen manier. Of je nou wel of geen ‘vitalo’ bent.’