Opinie: ‘Niet zomaar een nieuw pensioenstelsel’

Het Nederlandse pensioenstelsel is waarschijnlijk het beste ter wereld. Er is een vermogen aanwezig dat groter is dan twee keer het jaarlijkse inkomen van ons land. En toch knelt het. Het pensioenstelsel is te ingewikkeld geworden. De risico’s die bij de deelnemer liggen zijn ook veel groter dan menigeen zich realiseerde of verteld was. Verder zijn de regels over mogelijke verdeling van tegenvallers en meevallers niet goed van tevoren vastgelegd, waardoor velen voor onaangename verrassingen zijn komen te staan. Dit zijn allemaal redenen waarom er nu al een aantal jaren gewerkt wordt aan een nieuw pensioenstelsel.

Opinieartikel door Manon Vanderkaa (directeur KBO-PCOB) en Pieter Omtzigt (Tweede Kamerlid CDA)

Op zich is het verstandig om het pensioenstelsel schokbestendiger te maken, explicieter de risico’s te benoemen, vooraf vast te leggen wie ze draagt en om een koopkrachtbestendig pensioen als uitgangspunt te nemen. Maar sommigen gaan een stapje verder en willen het liefst het hele pensioenstelsel zo ver mogelijk individualiseren. Dat is een slecht idee.

Pensioenfondsen zijn opgezet door sociale partners juist vanuit solidariteit, bijvoorbeeld met weduwen en wezen, slachtoffers van een arbeidsongeval en ouderen die niet meer in staat zijn te werken. Solidariteit met deze groepen is essentieel en in ieders belang: je kunt ook zelf voortijdig arbeidsongeschikt raken of overlijden. Wij pleiten er nadrukkelijk voor om deze elementen in het pensioenstelsel te handhaven.

Veel meer individuele keuzevrijheid bij pensioenen en beleggingen klinkt leuk. Maar in landen waar mensen zelf kunnen kiezen of ze meedoen, zie je dat mensen die in de financiële sector werken wel pensioenen opbouwen, maar in andere sectoren juist minder. En keuzevrijheid bij beleggingen van je pensioengeld leidt juist tot veel extra uitvoeringskosten. Je moet dan voor iedere persoon apart bijhouden hoeveel kapitaal er is en hoe dat belegd wordt.

Een collectief stelsel is goedkoper, ten minste als je het eenvoudig houdt. Dat hebben we in Nederland wel wat laten liggen door heel veel verschillende soorten pensioenregelingen mogelijk te maken. Die complexiteit leidt tot heel ingewikkelde en dure waardeoverdrachten bij verandering van baan of bij een echtscheiding. Een eenvoudiger stelsel, waarbij we met zijn allen afspreken om één gezamenlijk systeem te hanteren, heeft onze voorkeur. Zo’n stelsel leidt namelijk tot lagere kosten, betere uitvoerbaarheid en is een stuk begrijpelijker.

De huidige problemen met lage rentes worden overigens ook niet opgelost in individuele spaarpotjes, zoals voorstanders vaak beweren. De rente op staatsobligaties is net zo laag in individuele potjes als in collectieve potten. Het probleem van de lage rentes hangt voor een deel rechtstreeks samen met het opkoopbeleid van de Europese Centrale Bank en dat zal daar opgelost moeten worden.

Laat het nieuwe kabinet dus op een voorstel van sociale partners en vertegenwoordigers van ouderen werken aan een nieuwe stelsel: eenvoudig, robuust en met een koopkrachtvast (en niet een nominaal pensioen) als doel. Zorg dat het stelsel collectief blijft en solidaire kenmerken handhaaft, maar vergroot de inzichtelijkheid erin voor het individu. En houd het eigendom van de fondsen ver weg van de politiek in Den Haag en in Brussel. Dan houden wij ons unieke pensioenstelsel overeind en verstevigen wij het, juist ook voor de komende generaties.