Ontwikkelingen contant geld vraagt om meer regelgeving

Het adviesbureau McKinsey heeft in opdracht van De Nederlandsche Bank (DNB) en het MOB (Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer, waarin onder ander KBO-PCOB is vertegenwoordigd) onderzoek gedaan naar de toekomst van contant geld in Nederland. Volgens het rapport van McKinsey zijn ruim anderhalf miljoen personen in Nederland sterk afhankelijk van contant geld. Voor deze cash-afhankelijke groepen (mensen in de schuldhulpverlening, mensen met een beperking, senioren) is het bestaan van een bereikbaar en beschikbaar chartaal systeem (dus munten en bankbiljetten) van belang zolang zij geen gebruik (kunnen) maken van een alternatief. Marcel Sturkenboom, directeur KBO-PCOB: “Veranderingen van het systeem zullen bij personen die afhankelijk zijn van contant geld het meest merkbaar zijn. Bijvoorbeeld als een winkel overstapt naar alleen pinbetalingen. We moeten er alles aan doen om deze mensen te beschermen”.  Wat KBO-PCOB en een aantal andere partijen betreft zou daarom aan een eventueel convenant met afspraken en regels over contant geld, regelgeving door DNB in haar hoedanigheid van centrale bank moeten worden toegevoegd.

Betaalbaarheid versus inclusiviteit

Inclusiviteit van cashafhankelijke groepen zou de belangrijkste reden moeten zijn om de beschikbaarheid van contant geld te waarborgen. Echter niet inclusiviteit, maar de kosten en betaalbaarheid van het systeem lijken de overhand te krijgen in de discussie over de beschikbaarheid. In het rapport wordt uitgebreid stil gestaan bij de kosten en opbrengsten van contant geld. Om hun standpunt kracht bij te zetten en hun hogere tarieven te rechtvaardigen geven de banken aan dat zij verlies lijden op contant geld. De banken lijken de kosten voor het opnemen van geld uit de geldautomaat echter veel te hoog in te schatten. Die kostenraming is namelijk gebaseerd op gemiddeld 36 opnames per klant per jaar, terwijl dat er in de praktijk maar 9 zijn. Dat is 75% minder.

Digitaal betalen niet aantrekkelijk maken door te straffen

Het rapport van McKinsey vermeldt dat ook voor cashafhankelijke groepen geldt dat er een moment kan komen waarop digitale betaalmiddelen aantrekkelijker of gebruiksvriendelijker zijn dan contant geld. Volgens het rapport zullen op dat moment deze groepen niet meer afhankelijk zijn van contant geld. Sturkenboom: “Op dit moment wordt bij het aantrekkelijker en gebruiksvriendelijker maken van digitale betaalmiddelen veel ingezet op het onaantrekkelijk maken van contant geld, bijvoorbeeld door hogere tarieven voor contant geld. De groep personen waarvoor digitaal betalen niet of nooit haalbaar is wordt daarmee extra gestraft.”

Wetgeving als stok achter de deur

In reactie op het rapport onderschrijft minister Hoekstra in een brief aan de Tweede Kamer het belang van contant geld. Zijn inzet is dat bij de afspraken in het convenant waar DNB over in gesprek gaat rekening wordt gehouden met de positie van klanten die van contant geld afhankelijk zijn. Als dat onverhoopt niet lukt, dan overweegt de minister wetgeving, ook op het terrein van de verdeling van de kosten, om de toegang tot contant geld te waarborgen. KBO-PCOB is blij dat de minister deze mogelijkheid overweegt. Sturkenboom: “We zullen niet schromen om als dat nodig is hem te adviseren daartoe over te gaan”.

Lees het rapport van McKinsey

Lees de notitie die wij opstelden met andere organisaties voor de Minister