Winterweer: Tips voor binnen en buiten

Hoe blijft u gezond en warm als het koud is?

Ben voorbereid. Zorg dat u voldoende proviand en medicijnen in huis heeft. Houd uw stoep sneeuw- en ijsvrij zodat u veilig naar buiten kunt. Vraag eventueel buren of familie om u te helpen met sneeuwschuiven, boodschappen doen of de hond uitlaten.

U koelt af door verlies van warmte via uw huid en via uw adem. U kunt vooral maatregelen nemen tegen warmteverlies via uw huid door : 

  • Uw huis goed te verwarmen. Het beste is om de hele woning gelijkmatig te verwarmen. Stel de thermostaat overdag in op 21°C en ’s nachts niet lager dan 15°C.
  • U warm aan te kleden. Trek een extra kledingstuk aan wanneer u naar minder of onverwarmde ruimten gaat. Als u langer in minder warme of onverwarmde ruimtes moet blijven zorg dan zo mogelijk voor extra verwarming.
  • Regelmatig te bewegen in huis.
  • Door voldoende warm te eten en te drinken.
  • Koolmonoxide is kleur-, geur- en smaakloos en kan worden geproduceerd door huishoudelijke artikelen; bijvoorbeeld door een open haard of gaskachel; Blijf ondanks de kou ventileren. Dat houdt de lucht in huis gezond.

Hoe voorkomt u afkoeling van uw lichaam als u naar buiten gaat?

  • Kleed u warm aan. Meerdere laagjes zijn beter dan één dikke trui. Trek een maillot, pyjama of lange (thermo-)onderbroek aan onder uw broek. Draag handschoenen of wanten, warme sokken en een muts, omdat u veel warmte verliest via uw hoofd.
  • Zorg voor veilig schoeisel.  Doe de schoenen bij thuiskomst uit, zodat het sneeuw en ijs niet aan de zolen kan hechten en je binnen uitglijdt.
  • Blijf buiten in beweging. Zo beschermt u zich tegen de kou.
  • Zorg voor voldoende warm drinken en voldoende eten als u voor een langere tijd buiten bent.
  • Pas op met alcohol en drugs. U kunt sneller onderkoeld raken zonder dat u er erg in hebt. Bovendien zorgt alcohol voor warmteverlies.
  • Piercings en sieraden kunnen bij vorst vast vriezen aan de huid.

 

Tips voor veilig rijden in de winter
Zorg elk jaar voor de wintercheck en voor winterbanden met goede profieldiepte, een goede accu en nieuwe ruitenwissers. Gebruik ruitenwisservloeistof met voldoende antivriesvloeistof. Een lidmaatschap bij de ANWB of een abonnement bij uw autodealer kan rust geven. Wetende dat er een hulpdienst is die klaarstaat.

Bereidt u voor als u met de auto op pad gaat. Luister naar het weerbericht, draag comfortabele kleding, neem uw telefoon mee en eten en drinken. Het is altijd handig om een deken en zaklamp in de auto te hebben.

Welke voorbereidingen kun je treffen om tijdens de winter veilig op de weg te blijven?

  • Maak de auto sneeuw- en ijsvrij, vergeet de koplampen en het dak niet.
  • Aanbevolen materialen voor in het voertuig zijn een geschikte ijskrabber en een de-icing spray is ook nuttig. Lauw water kan ook worden gebruikt om ijs te verwijderen. Let op: gebruik nooit kokend water om beschadiging van plastic of rubberonderdelen of elektronica te voorkomen!
  • Bij sneeuw: Klop uw schoenen schoon voor u instapt, anders bestaat het risico op uitglijden op de pedalen.
  • In geen geval mag een voertuig worden opgewarmd door de motor te starten in een afgesloten ruimte, zoals een garage. Er bestaat een risico op koolmonoxidevergiftiging!

 

Waar moet rekening mee worden gehouden tijdens het rijden?

  • Als algemene regel geldt langzaam rijden, afhankelijk van de toestand van de weg.
  • Vooral bij temperaturen rond het vriespunt moet men bijzonder voorzichtig zijn, aangezien het wegdek snel kan veranderen.
  • Ruime afstand tot de voorligger is noodzakelijk, aangezien bij sneeuw en ijs een aanzienlijk langere remweg te verwachten is. Bij sneeuw is het 3 tot 4 keer zo lang en bij ijs zelfs 8 keer zo lang als op droge wegen.
  • In sneeuw en ijs moet het voertuig goede grip ontwikkelen. Schakel daarom zo vroeg mogelijk naar een hogere versnelling.
  • Bij rijden terwijl het sneeuwt en het zicht verminderd is, kunt u de gedimde koplampen gebruiken zodat het voertuig duidelijk zichtbaar is voor andere weggebruikers.
  • Ben alert onder bruggen en op afritten omdat er – door verschillen in temperatuur – vaak nog plekken van vorst of ijs zijn nadat het grootste deel van de weg al ontdooid is.
  • Er is geen goed contact tussen de banden en de weg bij ijzel, ga niet de weg op als het ijzelt.