Verhalenwedstrijd: Ideale verhalen

De 60-plussers van nu zijn opgegroeid in een tijd die rijk was aan idealen. We kwamen op voor gelijke rechten voor vrouwen, voor ‘love & peace’, solidariteit, duurzaamheid en rentmeesterschap. Wat is er terechtgekomen van uw idealen van vroeger? Dat was de insteek van de verhalenwedstrijd van KBO-PCOB. Op onze oproep stroomden mooie verhalen binnen. Dit zijn de drie mooiste:

Was dit mijn ideaal? – Mevrouw Bijmans-Prieckaerts uit Wijchen (winnares)
Ons ideaal zit in de genen – Cees Blom uit Stadskanaal
Een droom die uitkwam – Lienke Brugman-Kerkman uit Zandvoort

 

Was dit mijn ideaal?

mevrouw Bijmans-Prieckaerts uit Wijchen, winnares van deze verhalenwedstrijd

Ik kende het woord niet, ik zat pas op de basisschool en leefde van dag tot dag. Je moest je best doen, dan ging je misschien over. Van de ene klas naar de andere klas. Spelen met klasgenootjes, ik kreeg een keer een lolly van Nellie, ik zie haar nog zo voor me. Mijn wereld was heel klein en veilig. Omdat ik toevallig goed kon leren, werd ik toen ik bijna 13 was naar het gymnasium gestuurd. Wist ik in die tijd al wat ik wilde worden? In de verste verte niet. Iedere avond zat ik te studeren terwijl de wereld in rap tempo veranderde, het waren de roerige jaren zestig van de vorige eeuw. Ik leed aan verliefdheden en worstelde met de puberchaos in mijn hoofd. Af en toe ontsnapte ik uit mijn schriften. Dan droomde ik weg in romantische familieromans die zich altijd afspeelden in grote huizen met prachtige tuinen. Of ik verslond spannende boeken waarin ik in mijn fantasie de hoofdrol speelde. Had ik idealen? Wat moest ik me daarbij voorstellen? Moest ik de wereld gaan verbeteren?

Na zes jaar slaagde ik voor mijn eindexamen, diploma op zak, maar nog geen duidelijk beeld over mijn toekomst. De wereld was geen paradijs op aarde, en wie zat er op mij te wachten, wie had mij nodig?  Ik besloot te gaan werken in het ziekenhuis, en jawel, ik had mijn plek gevonden. Met vallen en opstaan gingen mijn ogen open door alle zieke mensen die ik ontmoette. Maar wat moest ik nog veel leren na mijn naïeve schooljaren. Het leven kwam soms als een stortbui over mij heen. De wereld verbeteren was duidelijk te hoog gegrepen, maar zieke mensen helpen ging mij beter af. Maar was dit mijn ideaal? Ik deed wat ik kon en voelde me er goed bij.

Enkele jaren later werd ik onrustig, ik wilde mijn grenzen verleggen, er moest nog meer te ontdekken zijn. In mijn jeugd was het een hele stap als je in je eigen land op kamers ging. Het is de beste beslissing in mijn leven geweest, al zou ik misschien niet gegaan zijn als ik vijf jaar vooruit had kunnen kijken. Maar gelukkig is de toekomst meestal in nevelen gehuld. De stortbui werd een orkaan en ik moest er hoe dan ook doorheen.

Door alle stromen van het leven heen ben ik blijven zwemmen en niet verdronken. Ik wilde mensen helpen, maar vaak hebben anderen mij op de oever getrokken als het nodig was.  Zijn de idealen uit mijn jeugd overeind gebleven? Ik denk nog steeds dat alle mensen een reddingslijn in hun handen dragen die ze anderen kunnen toewerpen, ik zie het om me heen gebeuren. Maar ik kan mijn dromen nog niet missen, ik zet ze op papier of fluit ze de lucht in vanaf de muziekstandaard. En ik zwem nog even door.

Ons ideaal zit in de genen

Cees Blom uit Stadskanaal

Om maar eerlijk te zijn: nee. Wereldverbeterende ideeën hadden we niet zo veel. Als kinderen van een vakbondsman wisten we dat de wereld er niet was voor ons alleen. ‘Love & peace’ hadden we in overvloed, maar we moesten vooral zes dagen per week werken.

Hoe oud ben je jongen? 14 meneer. Goed, dan verdien je veertien gulden per week.

De grote idealen, die waren er vooral voor de studenten die tijd hadden om Maagdenhuizen te bezetten. Wij hadden andere ervaringen. Geen fijne baas, maar soms wel het geluk dat je mensen tegenkwam die juist jou het zetje gaven dat je nodig had. Die leraar, meneer Pierink, of Van der Linde van het leerlingstelsel. Zulke mensen gun je iedereen. Ze leren je leren en wijzen je de weg die je kunt gaan. Soms streng en hard, maar ook met begrip en ondersteuning.

Ik wist, ook al leek het toen nog heel ver weg, dat ik een eigen zaak wilde. En ik wist ook dat ik dan mijn leerlingen beter wilde begeleiden en behandelen dan ik zelf had ervaren.

Natuurlijk hadden we, zeker toen ik mijn lief gevonden had, ook andere idealen. Maar wij begonnen en dat was de start van meer dan dertig jaar werken met veel plezier, voor zowel medewerkers als leerlingen. Altijd met in gedachten die leraar en dat leerlingstelsel.

Verbazingwekkend hoeveel jonge mensen we tegenkwamen die moeite hadden met volwassen worden. En geweldig om te zien dat het toch vaak lukte, door steun van de aanwezige chef, de leermeester die in ons bedrijf liep.

Inmiddels zet onze zoon de zaak voort en daar zagen we Gerard. Gescheiden ouders, een stiefvader die hem niet wilde zien, een moeder die het niet wilde weten en een vader die hem steeds teleurstelde. Gerard die binnenkwam zonder de juiste kleding en weggestuurd werd. Gerard die grof en onhebbelijk was tegen de aanwezige vrouwen en meisjes en die daardoor duidelijk te horen kreeg dat zijn gedrag niet gewenst was.

Maar ook een Gerard die mee ging doen op school, aan wedstrijden en prijzen behaalde die uitgereikt werden door de staatssecretaris.

Een voorbeeld voor zijn ouders.

Wij hebben er geen aandeel meer in gehad, maar toen wij Gerard later op het terras zagen zitten met een leuke vrouw, wisten wij dat ons ideaal nu in de genen zit van dat wat wij hier achterlaten.

Een droom die uitkwam

Lienke Brugman-Kerkman uit Zandvoort

Mijn grote wens om kleuterleidster te worden, zag ik in rook opgaan. ‘Meisjes hoeven niet te leren’, was het credo van mijn moeder, ‘ze gaan toch trouwen later.’ Dus ging ik na de huishoudschool op kantoor werken als facturiste: dat bestond nog in het computerloze tijdperk. Samen met mijn vriendin ging ik met de Blauwe Tram naar Amsterdam. Daar moest ik facturen inboeken en post rondbrengen, dat hoorde er allemaal bij.

Na een jaar had ik genoeg van dat saaie baantje. Ook de directeur, een heel aardige man, zei dat ik wel meer in mijn mars had.

Op een dag las ik een advertentie in de plaatselijke krant. Op de kleuterschool in Zandvoort, waar ik woonde, werden kwekelingen gezocht. Dat was wat ik eigenlijk altijd al wilde. ‘Je gaat veel minder verdienen’, zei mijn moeder zorgelijk. Mijn ouders hadden het niet zo breed en het beetje kostgeld dat ik betaalde was een welkome aanvulling op de huishoudpot. Maar het mocht! Overdag kwekeling (karig betaald) en na schooltijd naar de avondschool in Haarlem. Om vier uur thuis uit school, huiswerk maken, snel een hapje eten en met de bus naar school, jaren achter elkaar. Niet makkelijk voor iemand die door de oorlog slecht onderwijs had genoten. Onze lagere school was bezet door de Duitsers of er was geen brandstof.

Eerst behaalde ik Akte A kleuterleidster, later met een extra studiejaar Akte B, hoofdleidster. Wat waren mijn ouders trots op hun knappe dochter. Via mijn vader had ik al kunnen solliciteren bij een eenklassig schooltje. Ik werd hoofdleidster met dispensatie van de minister, omdat ik nog verder moest afstuderen.

Mijn huidige man leerde ik op de jeugdvereniging kennen. We trouwden in 1961 en… ik moest stoppen met werken. Dat waren de regels nu eenmaal in die tijd. Invallen bij ziekte mocht wel. En dat deed ik zelfs met twee kinderen erbij. Mijn lieve ouders, schoonouders of familie wilden altijd wel een keer oppassen als het nodig was. Opvang voor peuters bestond er nog niet.

Er ging bij mij een lampje branden: opvang voor peuters van twee tot vier jaar, dat was wat ik wilde doen. Mijn tweede droom kwam uit. Ik huurde een lokaal op de school waar ik weleens inviel. Zo begon ik, als eerste in Nederland, met een particulier peuterklasje. Nog een reden te meer om extra trots te zijn op mezelf.

Na 32 jaar met plezier te hebben gewerkt, heeft mijn dochter het van mij overgenomen. Ook zij zat op kantoor en heeft haar baan, na diverse studies, ingewisseld voor een baan als zelfstandig peuterleidster. Ik ben nu 82 jaar en nog steeds behulpzaam op peuterklas Dribbel waar mijn dochter de scepter zwaait. Een keer per week, op vrijdag, ben ik hulpjuf alias tante Lienke. En, als het nodig is, val ik ook in als er iemand verhinderd is.

Wat je wil, kun je bereiken, hoewel het soms niet makkelijk was.