Herinneringen aan de bevrijding: de Middenweg in Heerhugowaard

Het was september 1944 toen mijn zusje (11) en ik (14) werden weggebracht door mijn vader van Beverwijk naar Wognum. We gingen lopend met de fiets van vader met ijzeren veldbanden, zus kon af en toe even zitten. ’s Morgens om 6.30 uur weg en via Akersloot met pontje over naar Heerhugowaard en Wadwaai, arriveerden we ’s middags om 16.30 uur bij de boerderij van Ome Kees en tante Pietertje Vlaar.

Wat een lange reis. Steeds vroegen we mijn vader “Zijn we al halfweg?” Nou, na Heerhugowaard duurt het niet zo lang meer, zei mijn vader, maar die Middenweg duurde uren. Nog een paar dorpen, en daar kwam de boerderij aan Oosteinde in Wognum in zicht. Wat waren we blij.

Na een warm en lief onthaal en een warme maaltijd lagen we vroeg in de bedstee. Onze vader ging de volgende ochtend weer op de fiets terug. Het was spannend daar! Neef Klaas ongeveer 22 jaar en onderduiker Jan konden bij een razzia in een groot gat schuilen, dat was gegraven onder de provisiekast in de woonkamer. Toen er een keer een razzia was door Duitse soldaten moesten mijn tante, zusje en ik lopen naar de kom van het dorp. Alle bewoners moesten de huizen uit, behalve ome Kees die ziek was en thuis mocht blijven.

Na vier uur wachten op het plein mochten vrouwen en kinderen naar huis. Onderweg zagen we de boerderij van Laan branden: de moffen hadden handgranaten erin gegooid. Ook zagen we de voedseldropping uit vliegtuigen in 1945. Het was richting Blokker en eindelijk de bevrijding. Ik mocht met neef Klaas naar het feest in het dorp.

Na drie weken, eind mei, kwam onze moe ons halen. Gelukkig reden er toen bussen!

G. Bruin-Bijman

Meer verhalen lezen? Kijk op www.kbo-pcob.nl/bevrijding