Herinneringen aan de bevrijding: de brandende fakkel

Tegenover ons  huis aan het Frederiksplein in Zwolle hadden de Duitsers een blok huizen in beslag genomen om er een hospitaal van te maken. Met grote rode kruizen op de daken. Tijdens de Slag om Arnhem kwamen daar gewonde militairen aan.

Als kinderen wilden wij dat zien, wat van onze ouders niet mocht. Van de Duitse soldaten wel: we kregen snoep van ze en zelfs zo’n hard Duits brood. Ook dat wilden onze ouders niet, maar dat brood dan weer wel. Na de winter ging ik op de hoek van dat blok naar de gaarkeuken. Teruglopend bleef ik verbaasd staan: geen Duitsers meer! Het hele blok was leeg! Een paar dagen later maakten de Britten gebruik van dat blok voor hun gewonde militairen. Toen mochten wij wel snoep gaan halen, wat we ook kregen. Zelfs chocolade!

Mijn vriendjes en ik gingen toen naar de Julianastraat bij ons om de hoek, want daar werd een NSB’er uit zijn huis gehaald. Spannend. Met zijn dochter mochten wij niet spelen. (Hoe zou het haar vergaan zijn?) Snel naar de Veerallee en wel het Lyceum, ook een Duitse kazerne. Daar vonden wij geweren en namen die mee. Hoe onze ouders reageerden, laat zich makkelijk raden.

In de avond met vader en moeder Zwolle in en op de Burgemeester van Royensingel. Daar gaf een man mij zijn brandende fakkel met de opmerking dat het voor mij ook bevrijding was. Dat vergeet ik nooit, die brandende fakkel is voor mij altijd het symbool van onze bevrijding.

B. van der Linden

Meer verhalen lezen? Kijk op www.kbo-pcob.nl/bevrijding