Herinneringen aan de bevrijding: 275 kilometer van huis

Wij woonden in het midden-Limburgse dorp Beesel, gelegen tussen de Maas en de Duitse grens. Het was eind januari 1945. De Engelse bevrijders waren doorgestoten tot aan de westkant van de Maas en namen al wekenlang de dorpen die nog door de Duitsers bezet waren aan de oostzijde van de Maas onder vuur. Vooral kerktorens, molens en hoge gebouwen die als uitkijk gebruikt konden worden, werden dagelijks beschoten met granaten. Als gevolg van deze wekenlange beschietingen waren er al tientallen doden en gewonden gevallen, ook in ons dorp. Dat was een van de redenen waarom de Duitsers eind januari huis-aan-huis het bevel gaven dat de bewoners van de midden-Limburgse steden en dorpen aan de oostkant van de Maas, hun huizen moesten verlaten. Ze zouden met treinen vanuit Duitsland naar Friesland, Groningen en Drenthe geëvacueerd worden.

Begin februari trok een trieste stoet bewoners te voet uit ons dorp weg, richting het Duitse Brüggen. Rugzakjes met proviand, kleding en een beetje huisraad op kruiwagens, bolderkarren en aan het stuur of bagagedrager van een fiets. Een bewolkte dag. Door de krachtige wind uit het zuidwesten voelde het bovendien extra koud aan. De tocht naar de Duitse grensplaats werd telkens onderbroken omdat de evacués in kelders van huizen langs de route moesten vluchten voor het herhaaldelijk granaatvuur. In Brüggen sliepen wij op stro in een fabriekshal. De nacht was gevuld met het huilen van kinderen en bevelen van Duitse soldaten. Met een trein die bestond uit veewagons ging het toen verder Duitsland in. Met vijftig, zestig mensen in één wagon gepropt, plus de bagage, was er amper plaats voor een stinkende ton met een dwarsbalk in een hoek van de wagon, die als wc dienst deed. Op de vloer stro dat wemelde van de luizen. Twee dagen onderweg. Soms stoppen, omdat Engelse jagers de trein onder vuur namen. Als het mogelijk was, gingen wij plat tegen de spoorberm liggen of holden naar een bijgelegen bosje. Maar zelfs de mensen die zich hier schuil hielden, lieten de gierende kogels niet met rust. Vluchten kon echter niet toen de trein op een keer stopte op een spoorbrug boven een rivier en de aanvallen van de Engelse jagers opnieuw begonnen. Ik denk dat er nooit meer gebeden is dan op die momenten.

Vluchtelingen

Na twee dagen reizen kwamen wij uiteindelijk in Sneek terecht. Ons gezin van vader, moeder en vijf kinderen plus een inwonende tante werd hier op twee verschillende adressen ondergebracht. Niet alle inwoners van Sneek hadden begrip voor de toestand waarin de evacués zich bevonden, maar veelal leefde men met de vluchtelingen mee. Want opeens werden wij als vluchtelingen gezien, van het Gewestelijk Evacuatiebureau De Drie Noordelijke Provinciën, ontvingen wij een Vluchtelingen-Verklaring. Later als ik op de tv stromen vluchtelingen zag, moest ik hier altijd aan terugdenken. Wij hadden totaal geen idee hoe lang deze toestand zou duren. Iedere dag de tocht naar de gaarkeuken. Te weinig eten. Het zusje dat na mij kwam was amper drie maanden en mijn moeder vertelde later dat vader het eten uit zijn mond spaarde voor zijn kinderen.

Wij vernamen dat ons dorp in Limburg op 1 maart 1945 bevrijd was. Maar wij konden geen feest vieren, want de afstand naar ons dorp was meer dan 275 kilometer. En Sneek was nog steeds bezet gebied. Pas op 15 april 1945 werd ook Sneek bevrijd. Natuurlijk was er vreugde, ook onder de evacués, maar het heimwee naar Limburg werd er alleen maar erger van. Er trok ook een bevrijdingsoptocht door Sneek waar mijn ouders naar gingen kijken. Ze vonden het mooi, maar later vertelden ze mij dat ze verdrietig waren geweest toen ze zagen dat in deze optocht de spot werd gedreven met de veelal katholieke vluchtelingen met hun grote gezinnen. Maar het duurde nog tot eind mei voordat er dagelijks vrachtauto’s arriveerden om de evacués op te halen en terug naar Limburg te rijden. Over kapotte wegen en met de nodige omleidingen duurde deze reis meer dan tien uur.

Desillusie

Het was een desillusie om te zien hoe ons dorp er uit zag. Het had bijna vier maanden in de frontlinie gelegen en er was geen huis waar niet de dakpannen van op straat lagen, de ruiten kapot geschoten en alles leeggeroofd. De eerste nachten konden wij niet in ons eigen huis slapen. Maar de vreugde dat wij het samen overleefd hadden, verdrong het verdriet van de grote vernielingen. In ons dorp waren nog Britse soldaten en na enkele dagen mochten wij met hen op de foto. Kijkend naar deze foto bedenk ik wat al die mensen op de vlucht, die vaak de dood voor hun ogen gezien hebben, moesten meemaken. Meer nog dachten wij aan degenen die het niet overleefd hebben, zoals familie aan de overkant van de straat waar drie doden te betreuren waren. Later werden ze met de andere slachtoffers uit het dorp, in een gezamenlijke dienst in de parochiekerk herdacht. Veel evacués hebben naderhand nog contact onderhouden met de gezinnen waar ze werden ondergebracht.

Leo Janissen

Meer verhalen lezen? Kijk op www.kbo-pcob.nl/bevrijding