Fietsen na de tweewielfiets

Het is lente. We kunnen er weer eropuit gaan met de fiets. Maar wat als dit niet meer gaat op een tweewielfiets? Tijdens de bijeenkomst ‘Veilig en comfortabel fietsen (ná een tweewieler)’ verzorgen praktijk adviseurs een uitgewerkt programma waarbij senioren op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheden van het veilig en comfortabel fietsen na een tweewieler. Het gevolg is dat mensen te lang onveilig en, in vele gevallen met angst, blijven fietsen op de tweewieler of zelfs helemaal niet meer fietsen. Het gevolg is dat valrisico’s in de verkeer blijven toenemen en senioren niet met plezier fietsen. Wanneer er niet meer gefietst wordt hebben senioren een minder actieve rol in de maatschappij. Door niet meer te fietsen nemen bij veel senioren het aantal contacten met vrienden en familie enorm af. Minder fietsen kent bovendien negatieve gevolgen voor de gezondheid.

Huka, een expertise organisatie als het gaat om fietsen ná een tweewieler, organiseert graag een lokale bijeenkomst. In samenwerking met de stichting driewielfietsenwijzer https://driewielfietsenwijzer.nl/ en lokale fietsenwinkels die gespecialiseerd zijn in onder andere driewielfietsen hebben zij een voorlichtingsprogramma ontwikkeld. Zij delen kennis, geven praktische tips en verzorgen tevens een actief element in het programma. De deelnemers van de voorlichtingsbijeenkomst hebben namelijk de mogelijkheid om verschillende type fietsen uit te proberen tijdens de bijeenkomst. Willen ze na afloop van de bijeenkomst meer informatie ontvangen dan kunnen zij terecht bij de lokale fietsenwinkel die bij de bijeenkomst aanwezig zal zijn, zodat het contact vanuit de deelnemers ook na afloop gemakkelijk gelegd kan worden.

Meer informatie:
Wilt u meer informatie over de invulling van deze voorlichtingsbijeenkomst? Louise Jonkman van Huka is projectleider van het voorlichtingsprogramma en kan uw vragen hierover beantwoorden. Neem contact op via het telefoonnummer 0541-572 472 of stuur een e-mail naar l.jonkman@huka.nl. Er zijn geen kosten verbonden aan de invulling van het ontwikkelde voorlichtingsprogramma.