Het nieuwe pensioenstelsel

Wat als het voorgenomen pensioenstelsel er gaat komen? Wat gaan de huidige gepensioneerden ervan merken en wat zijn de gevolgen voor jongeren en mensen die bijna met pensioen gaan? In het Magazine van KBO-PCOB van maart wordt het in een notendop uitgelegd. Dit is een ingekorte weergave van het artikel.

De afgelopen zes decennia werden we gemiddeld acht jaar ouder. Voor elk jaar dat we ouder worden, heeft een pensioenfonds grofweg 5 tot 8 procent meer kapitaal nodig om levenslang pensioen uit te keren. Mede hierdoor stegen de pensioenpremies en blijft indexatie van onze pensioenen – het aanpassen van de pensioenen aan de prijzen in de winkels – al jaren achterwege.

Persoonlijke pensioenpotjes
Dat indexaties achterwege blijven is vooral in het nadeel van gepensioneerden. Waar indexaties de pot van ongeveer 1700 miljard euro bij pensioenfondsen doen slinken, vullen premies de pot aan.

In het nieuwe pensioenstelsel wordt de doorsneepremie afgeschaft en twee varianten premieregelingen geïntroduceerd. Bij de eerste variant, de flexibele premieregeling, kiest ieder voor zich hoe risicovol wordt belegd. De tweede variant is de solidaire premieregeling, hierin wordt collectief belegd en een klein deel van de pensioenpot herverdeeld.

Blijven of invaren?
Hoe het straks gaat als je pensioen hebt opgebouwd onder het huidige pensioenstelsel en overgaat naar het nieuwe pensioenstelsel, wordt invaren genoemd. Na invaren profiteren mensen volledig van de voordelen, maar ook van de nadelen van het nieuwe stelsel. Voor pensioenfondsen is het administratief handiger en goedkoper als iedereen invaart. Invaren is op basis van de wet niet verplicht, maar achterblijven in het oude systeem kan nadelige gevolgen hebben. De kans op indexatie kan kleiner worden.

Er komt een overgangsfase van vier jaar die ingaat zodra de wet definitief van kracht wordt. In de tussentijd wordt nog steeds gehandeld alsof het oude stelsel geldt.

Sneller indexeren
‘We hebben als KBO-PCOB voorstellen gedaan voor een nog beter pensioenstelsel’, vertelt Marcel de Ruiter, belangenbehartiger van KBO-PCOB. ‘Zo pleiten we voor een sterkere positie voor gepensioneerden-organisaties, vooral als het gaat om het wel of niet invaren en hoe compensatie vorm krijgt. Wij pleiten ook voor verbetering van de overgangsfase van het oude naar het nieuwe pensioenstelsel. Het is onaanvaardbaar als in de overgangsfase de oude regels gelden zonder perspectief op spoedige indexatie. Als hiervoor geen betere regeling komt, dreigen gepensioneerden die al tien jaar of langer geen indexatie kregen, nog langer te moeten wachten om weer te kunnen aanhaken in koopkracht.’

In afwachting
Het laatste woord over het nieuwe pensioenstelsel is nog niet gesproken. Zo is het de bedoeling dat de Tweede en daarna de Eerste Kamer dit jaar het wetsvoorstel over het nieuwe pensioenstelsel behandelen. Alleen al om deze procedurele reden blijft ook de discussie over het al dan niet sneller indexeren in 2022 volop actueel.