Wonen met elkaar

Wonen met elkaar

 

Als deze (corona)tijd iets duidelijk maakt, dan is het wel het belang van ergens wonen waar mensen naar elkaar omkijken. Dat je zelfstandig woont, maar weet dat je er niet alleen voor staat. Er zijn verschillende wooninitiatieven in Nederland die dat mogelijk maken. We belichten er drie en spraken met enkele  bewoners over hun ervaringen.

‘Ik vind het hier echt fijn’

‘Met zo’n 25 buurtbewoners heb ik goed contact. En ik ken nog eens vijftig mensen van gezicht. Aan aanspraak geen gebrek. Wat we hier delen met elkaar is dat we allemaal van de natuur houden en duurzaam willen leven en wonen.’

Ik vind het hier echt fijn’, zegt mevrouw Hans Groebbé (83). Zij woont al sinds het prille begin in de Kersentuin, een groene buurt in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn waar de bewoners de openbare ruimte zelf beheren.

Mevrouw Groebbé is destijds naar de Kersentuin verhuisd, omdat haar eigen huis te groot was geworden door het overlijden van haar man.

‘Ik ging toen op zoek naar groepswoningen voor ouderen, maar ik kwam dit ‘experiment’ tegen. En het sprak me meteen aan. Veel samen doen, veel groen, tuinen zonder schuttingen, spullen recyclen, duurzame energie en niet van die lelijke kliko’s of auto’s voor de deur.

Bovendien voelde ik me toen ook bij nader inzien niet oud genoeg voor een seniorenwoning. Wel heb ik hier een leeftijdsbestendig appartement gekocht.

Betrokkenheid

De Kersentuin heeft veel te bieden, maar vraagt ook wat van de bewoners. Wie er woont is verplicht lid van de bewonersvereniging. Dit om betrokkenheid te creëren en iedereen mee te laten praten over wat er in de buurt onderling wordt geregeld.

De Kersentuin is een buurt in Utrecht-Leidsche Rijn met duurzame, sociale en groene ambities.

De buurt is bedacht, opgezet en ingericht door de latere bewoners. De Kersentuin telt 94 woningen, waarvan 28 huur- en 66 koopwoningen.

Er wonen zo’n 250 mensen variërend van jong tot oud.

Voor meer informatie: www.kersentuin.nl

‘Wacht niet te lang als je in een woonvorm, zoals de Kersentuin wilt wonen. Als je 75 bent, kan het lastiger zijn om je binnen een dergelijke gemeenschap te settelen. Dat kun je beter doen als je tussen de 55 en 65 jaar bent. Dan kun je ook nog wat meer en beter participeren.’

Kleiner wonen samen met anderen

Meneer Gerrit Termaat (84) woont sinds 11 januari 2020 in het Thuishuis in Woerden.

Hier verblijven (alleenstaande) ouderen die op een fijne manier met anderen oud willen worden.

‘De belangrijkste reden om hiernaartoe te verhuizen was om de eenzaamheid te verdrijven. Mijn vrouw is vorig jaar overleden en ik wilde niet alleen in een groot huis achterblijven.’

 

‘Dit was precies wat ik wilde: zelfstandig wonen, maar niet alleen’

Het Thuishuis

Meneer Termaat had in de krant een artikel gelezen over het Thuishuis.

‘Het sprak me meteen aan en was precies wat ik wilde. Rustig en zelfstandig wonen in mijn eigen woning met eigen slaap- en badkamer, maar niet alleen zijn.

We koken en eten met elkaar, drinken samen koffie en kletsen heel wat af. Inmiddels woon ik dus al een aantal maanden hier. En met veel plezier.

Het is fijn om contact met anderen te hebben en weer onder de mensen te zijn.’

Samen is niet alleen

In Nederland zijn er vijf Thuishuizen, waaronder dat in Woerden. Deze maken deel uit van het Thuishuisproject.

Het is een kleinschalige woonvorm voor vijf tot zeven (alleenstaande) ouderen van 60+, met een smalle beurs die niet alleen willen wonen en samen oud willen worden.

Voor meer informatie: www.thuishuis.org

‘Zorg is dichtbij als we deze nodig hebben’

Jan Brinkers (64) en zijn vrouw kochten een jaar geleden samen met het gezin van hun dochter een groot huis.

Dit bestaat uit een hoofdwoning, waarin het jonge gezin woont, en een losstaande garage die wordt verbouwd tot mantelzorgwoning.

‘Daar gaan mijn vrouw en ik wonen, zodra ik 65 ben. Vanaf die leeftijd krijg ik een zogenoemde gebruikersvergunning van de gemeente.

Met deze woonstap wil ik anticiperen op de toekomst, waarin onze zorgvraag kan toenemen en mijn dochter en schoonzoon dan dichtbij zijn om voor ons te zorgen’, aldus Jan.   

Woonvormen

In Nederland zijn er steeds vaker woonvormen te zien waarbij ouders op het erf van hun kinderen gaan wonen. Het leek Jan ook wel wat.

Vanuit zijn functie als beleidsadviseur belangenbehartiging bij KBO-PCOB ziet hij veel vragen van ouderen over wonen voorbijkomen.

‘Het idee komt van mijn schoonzoon die langs dit, toen nog te koop staande, huis reed en mijn voortdurende ‘gezeur’ over het gebrek aan wooninitiatieven voor ouderen moest aanhoren.

Hij vond dat we maar als familie bij elkaar moesten gaan wonen, zodat we voor elkaar kunnen zorgen. Het werkt ook beide kanten op. Wij passen op hun drie kinderen en wij hebben straks hulp om de hoek als we het nodig hebben.’

Levensloopbestendig

Hoewel Jan zich nog betrekkelijk jong voelt, speelt hij in op het ouder worden bij de inrichting van de mantelzorgwoning. Deze maakt hij levensloopbestendig.

'Ik hoop tot op hoge leeftijd fit en gezond te blijven. De omgeving biedt daartoe in ieder geval voldoende prikkels.’