Thomas Quartier monnik

Het is net alsof hij stiekem naar binnen is geglipt en een habijt heeft aangetrokken, maar de gastheer in abdij Keizersberg is toch echt al tien jaar Benedictijner monnik, hoogleraar liturgie én sinds 1 januari 2022 Theoloog des Vaderlands. ‘Ik heb het gevoel dat ik in de wieg ben gelegd om de wereld een stukje beter te maken.’

Een levensexperiment

Monniken doen vaak voor hun intrede in het klooster een enneagram – een persoonlijkheidstest – en broeder Thomas bleek qua persoonlijkheidsmodel ‘een echt type 3’ te zijn.

‘Ik ben een performer, het podium-type, de projectachtige, creatief, zeer efficiënt en altijd vrolijk. Het klinkt misschien een beetje paradoxaal maar heus, een monnik is echt niet alleen maar een man die stilletjes over z’n boeken gebogen in de studiezaal zit – al is het ‘naar binnen gekeerd zijn’ wel het vertrekpunt.

‘Een monnik zit echt niet alleen stilletjes over z’n boeken gebogen’

Thomas Merton

De door mij zeer geliefde en bewonderde Thomas Merton (Amerikaanse theoloog, dichter en trappist, 31 januari 1915 – 10 december 1968, red.) zei: ‘Het klooster is het middelpunt van de wereld’. In die zin is het voor mij ook een uitgesproken levensexperiment: in hoeverre is het mogelijk om vanuit de teruggetrokkenheid iets voor de wereld te betekenen?’

Misplaatst in de gemeenschap

‘Je zou het ook toeval kunnen noemen dat je mij hier tegenover je treft. Op mijn negentiende overleed mijn vader en ik wist niet goed wat ik met mijn leven moest aanvangen.

Toevallig zat ik met de zoon van Hermann Häring, de toenmalige decaan theologie van de Radboud Universiteit, in de klas. ‘Kom bij ons studeren’, zei de decaan. Dat heb ik gedaan, maar niet per se vanwege die studie; als Häring politicoloog was geweest, zou ik waarschijnlijk die richting zijn opgegaan.

Ik had geen idee. Ik liet me sturen. Bovendien: Nijmegen lag net over de grens, dus ik hoefde niet op kamers te gaan en kon gewoon bij mijn moeder in Duitsland blijven wonen.’

Theologie

‘Ik heb het daar, in mijn geboortedorp, behoorlijk moeilijk gehad, omdat ik niet in het huisje-boompje-beestje-cliché paste. Ik was creatief, schreef gedichten en hield van extravagante dingen; allemaal zaken waar je in zo’n gehucht niet mee moest komen aanzetten.

Toen ik theologie ging studeren, vroeg iedereen aan mijn moeder of ik pastoor zou worden. Dat konden ze nog wel begrijpen, maar alleen maar studeren? Voor wie, voor wat dan?

Ik voelde me misplaatst in die gemeenschap, maar tegelijkertijd kon ik, als enig kind, niet om de zorgplicht voor mijn moeder heen. Dus bleef ik heen en weer reizen en ging principiële beslissingen uit de weg.

Tot ik – alweer toevallig – bij de Benedictijnen belandde. Ik bezocht het klooster uit wetenschappelijke interesse, raakte verliefd op die levenswijze en besloot in te treden.’

Een agnostische monnik

‘Mijn moeder had er moeite mee dat ik kloosterling werd. Niet alleen omdat ze het idee dat ze geen kleinkinderen zou krijgen nu definitief bevestigd zag, maar ook omdat we zo close waren en ze misschien wel bang was om me kwijt te raken.

Het was voor mij een moeilijke, maar ook noodzakelijke keuze; een soort overlevingsstrategie. Ik ben een enthousiast, enigszins mateloos verslavingsgevoelig type en voor mij is het klooster – wat toch de pretentie heeft om een bepaalde eenheid in het leven aan te brengen – een veilige burcht.

Innerlijke kern

Niet als een oplossing of een eindbestemming, maar als de plek waar ik me met het open einde van mijn verlangen – dat is mijn omschrijving van God – kan bezighouden. Om te proberen zo dicht mogelijk bij mijn innerlijke kern te komen.’

‘De plek waar ik me met het open einde van mijn verlangen kan bezighouden’

Het leven zal zegevieren

‘Ik ben een soort ‘agnostische’ monnik. Ik heb nooit aan het bestaan van God getwijfeld, zelfs niet toen mijn vader overleed, maar met het absolute begrip ‘waarheid’ kan ik niet zoveel. Is Jezus uit de dood opgestaan?

Het is de ultieme uitdrukking van het leven over de dood. De vraag ‘hoe’ houdt me minder bezig. Zo wacht ik bijvoorbeeld ook niet op de wederkomst van Christus. Niet omdat ik er niet in geloof, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat deze zaken – verrijzenis, wederkomst – iedere dag weer gebeuren.

De boodschap van het paasverhaal is voor mij het radicale vertrouwen dat het leven altijd, ook in de diepste ellende, zal zegevieren. Altijd.’

Voortaan het complete interview lezen? Neem dan nú een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.