Stef Bos Een zoeker

Stef Bos

Een zoeker

Ergens op het Vlaamse platteland, aan het eind van een onverhard pad, staat de boerderij van Stef Bos. Vrouw en kinderen verblijven vanwege corona in Zuid-Afrika, het tweede honk van de familie.

Tijd en ruimte voor een goed gesprek met de singer-songwriter, vooral bekend door zijn nummer Papa. Maar toch: hoe vat je zestig jaar in een paar uur samen? Stef Bos in vier seizoenen.

Winter

Ik herinner me de eerste jaren van mijn leven vooral als verwarrend. De vrolijkheid en de nieuwsgierigheid die je van een kind verwacht, ervaar ik eigenlijk nu pas. We hadden een juwelierszaak en mijn moeder zette mij – om zich een beetje aan de dagelijkse beslommeringen te ontworstelen – regelmatig in de box. Daar heb ik toch een enigszins hermetische persoonlijkheid aan overgehouden.

Een vriend uit Zuid-Afrika heeft me ooit kopkluizenaar genoemd: ik ben in zekere zin nog steeds iemand die z’n omgeving vanuit de box observeert. Heel sociaal hoor, maar als je me een half jaar op een berg achterlaat, zal ik me in mijn eentje ook prima vermaken. Het heeft zeker tot mijn zestiende geduurd voordat ik, op z’n Afrikaans gezegd, een beetje begon te ontbolsteren.’

Ge zijt een zoeker, gij

Lente

‘Eenmaal op school in Ede werd ik weleens verliefd, zocht ook al wat vaker het toneel op, maar de echte lente brak voor mij pas rond mijn 23ste aan, toen ik na de lerarenopleiding in Utrecht en een paar maanden militaire dienst uiteindelijk op de Theateropleiding in Antwerpen terechtkwam.

Ik leerde pianospelen en ging liedjes schrijven. Er kwam in feite een einde aan de verwarring van het begin, maar het zoeken moest nog beginnen. Dat is wat Raymond van het Groenewoud, een van mijn docenten, tegen me zei: “Ge zijt een zoeker, gij.”

Ook in de liefde wilde het nog niet erg vlotten. Al tijdens een eerste ontmoeting met een meisje dacht ik erover hoe het op een dag zou eindigen. Dat helpt niet echt, denk ik. Ik hield van die weemoed.’

Word nou maar gewoon wie je bent

Zomer

‘Het was een lange weg, een reis die behoorlijk wat zelfdiscipline vereiste, maar uiteindelijk kreeg ik succes en kwam ik in het licht te staan.

Natuurlijk speelt ijdelheid een rol – gezien willen worden – maar dit is steeds mijn echte drive geweest: ik wilde de wereld om me heen begrijpen en de dingen die ik leerde vervolgens met zoveel mogelijk mensen delen. Ik heb altijd in een traditie van verhalenvertellers willen staan.’

‘Doordat ik zo’n laatbloeier was en mezelf als het ware naar het volgende seizoen had gelanceerd, leefde ik in die jaren nogal gehaast. Ik scoorde hits met Is dit nu later? en Papa; ik was helemaal in mijn baan rond de aarde gekomen.

Ik was zó erg bezig met mezelf te bewijzen, met dingen na te jagen, dat ik er niet eens aan toekwam om na te denken of dit nou écht was wat ik wilde doen. Toen ik daar een keer, zo rond mijn veertigste, met mijn vader over sprak, antwoordde hij: “Word nou maar gewoon wie je bent.”’

Herfst

Tussen de bedrijven door roept Stef nog eens hoe heerlijk het is om uitgebreid te praten. ‘Ik word gelukkig van gesprekken. Ik móet me kunnen uiten, anders ontploft het in mijn hoofd.’

‘Na mijn veertigste ben ik min of meer tot rust gekomen. Het is gek, ik besluit veelal op mijn gevoel, maar soms lijkt het er ook op dat dingen gebeuren zoals ze moeten gebeuren – alsof je er dus niets over te zeggen hebt.’

‘Ik was Varanka eerder tegenkomen, we waren vrienden samen, maar die tweede keer was het menens. Ze gooide ook meteen de Grote Vraag op tafel: en kinderen? Ja. Meteen: ja! Ik was de hele wereld over getrokken, maar door een gezin te stichten kon nu de reis naar binnen beginnen.

In de muziekwereld was ik helemaal in mezelf gaan geloven. Dat is goed voor de carrière, maar dodelijk voor de creativiteit. Doordat het allemaal iets minder om mij draait, ben ik ook wat losser in het leven komen te staan.

Ik begrijp nu beter wat mijn moeder bedoelde als ze zei: “Ach, Steffie, niemand kent je kont in Keulen!” Dat relativeringsvermogen bezit ik inmiddels ook. Ik ben een poort; ik geef slechts dingen door. Vroeger kon ik behoorlijk in mijn schulp kruipen als mensen me aanspraken om te vertellen hoe, bijvoorbeeld, een liedje zoals Papa hen had geraakt. Inmiddels zeg ik gewoon: dank je wel!

Als ik het nu zing, zing ik het met veel meer gevoel. Omdat ik mijn vader niet alleen in de spiegel – maar ook in de ogen van mijn kinderen terug kan zien. Verleden, heden, toekomst; alles maakt deel uit van één groot geheel.’

Verleden, heden, toekomst; alles maakt deel uit van één groot geheel

Dit is een verkorte versie van het oorspronkelijke interview. Wilt u de volledige interviews lezen? Neem dan nú een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.