De Poolheld uit Spitsbergen: Sjef van Dongen

Sjef van Dongen: de poolheld uit Spitsbergen

Bijgaande brief is geschreven door mijn vader Sjef van Dongen, die in 1923 naar Spitsbergen vertrok. Mijn opa kreeg daar een baan als chef van het proviandmagazijn bij de Nederlandsche Spitsbergen Compagnie, kortweg de Nespico genoemd. Na een jaar liet hij zijn vrouw, twee dochters en drie zonen overkomen. Voor zijn oudste zoon Sjef – toen 17 jaar– had mijn opa een baantje bij Nespico geregeld. Het werd het begin van een bijzonder avontuur voor Sjef.

De Nespico was de grootste steenkolenmaatschappij op Spitsbergen. Er werkten ongeveer tweehonderd mensen, die samen met hun gezinnen in het dorp Barentsburg woonden. Maar In het najaar van 1926 wordt de mijn gesloten vanwege de lage kolenprijzen. Er blijven slechts drie mensen in dienst: een Noor, een Duitser en Sjef. Zij zien toe op de eigendommen van de maatschappij en verrichten onderhoud aan de machines.

Nadat zijn ouders, zusjes en broertjes in het najaar van 1926 zijn teruggereisd naar Nederland, begint voor Sjef een eenzame periode. Het dorpje blijft uitgestorven achter. En aangezien de elektriciteitscentrale niet voor de enkele overblijvers in bedrijf kan blijven, zijn zij aangewezen op petroleumlampen en -kachels.

Meest spraakmakende poolvlucht aller tijden

Het is een eenzaam bestaan zonder enig comfort, twee winters lang. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet maakt Sjef jacht op vossen, zeehonden en ijsberen. De vacht van de dieren zou een mooie aanvulling op zijn salaris betekenen. Hij houdt zich verder bezig met kleine reparaties in huis, als het weer goed is langlaufen (‘ski-lopen’) of eropuit met de hondenslee. Hij zorgt voor de honden en traint ze voor zover dat mogelijk is.

 

Maar het eenzame leven krijgt voor Sjef in 1928 een onverwachte wending. De Italiaan Umberto Nobile wil voor zijn land de eer opstrijken en als eerste voet op de Noordpool zetten. Hij maakt zich op voor de meest spraakmakende poolvlucht aller tijden: een vlucht naar de Noordpool met zijn zeppelin de Italia. Met vijftien bemanningsleden bereikt Nobile op 24 mei 1928 inderdaad de Noordpool. Maar het houten kruis, dat eerder is gezegend door paus Pius XI, kan door het slechte weer, harde wind en slecht zicht niet geplaatst worden. Ze kunnen er niet landen, dus zet Nobile het kruis en de Italiaanse vlag overboord, onder de tonen van het Italiaanse volkslied.

Barre en levensgevaarlijke tocht

Op de terugtocht op 25 mei komt de Italia in moeilijkheden, ze stort neer op het pakijs, de commandogondel wordt van het luchtschip losgerukt en laat Nobile en acht bemanningsleden achter op een ijsschots. Het nu lichter geworden scheepslichaam met nog zes bemanningsleden stijgt weer op en drijft weg. Even later wordt een dunne rookzuil waargenomen, vermoedelijk van de brandende resten van de Italia. De zes inzittenden zijn nooit meer teruggevonden.

Er komt direct een spectaculaire, internationale reddingsactie op gang met Italianen, Zweden, Noren, Finnen, Russen en Fransen. Sjef, inmiddels 22 jaar, staat bekend als een bedreven hondenmenner en kenner van het uitgestrekte, woeste gebied.

Overleven

Reden voor de gouverneur van Spitsbergen om Sjef te vragen een hondenslee gereed te maken om Nobile te gaan zoeken. Sjef aarzelt geen moment, want een ongeschreven poolwet luidt dat een mens in nood altijd geholpen moet worden. Op 17 juni vertrekt hij samen met zijn vriend, de ingenieur Louis Varming, en de Italiaanse kapitein Sora met een hondenslee met negen honden het pakijs op. Zij voeren een uitputtende en heroïsche strijd tegen het onherbergzame Spitsbergen in een poging de onfortuinlijke Nobile en zijn bemanning te bereiken.

Varming krijgt last van sneeuwblindheid en moet achterblijven. Sjef en Sora gaan samen verder, maar moeten na een barre en levensgevaarlijke tocht van bijna vier weken zelf van het pakijs gered worden. Ze zaten op de goede plaats, maar Nobile en zijn bemanning waren met het pakijs weggedreven. Nobile en de acht bemanningsleden worden gered door een ijsbreker en overleven de ramp.

Als held geëerd

De wereldpers schenkt wekenlang aandacht aan de spectaculaire vlucht van de Italia, de reddingsactie, en aan de heldhaftige tocht van Sjef van Dongen. Op 14 augustus 1928 keert Sjef van Dongen naar Nederland terug, waar hij als een held wordt ontvangen.

De brief van mijn vader die ik meestuur, verstuurde hij net voordat hij op reddingsactie ging. Later heeft mijn vader twee boeken geschreven over zijn avonturen: Een Hollandse jongen in het hoge noorden en Vijf jaar in ijs en sneeuw.

Sjef van Dongen jr.

De Brief

Kingsbay, 13 juni 1928

Beste Ouders,

 

Jullie zullen wel verwonderd zijn over mijn laatste telegram.

Ja, ik ga nu op hulp-expeditie. Advent Bay span en ons span zijn gemobiliseerd.

Varming en ik gaan te samen. De boot van de Sijsselman kwam ons gister in Green Harbour afhalen. We hadden een stormachtige tocht naar Kings Bay waar we gisteravond aankwamen. Vannacht kwam het schip Braganza binnen dat ons nu naar het eeuwige ijs zal brengen.

Onze taak zal zijn Nobile zelf te zoeken. Advent Bay moet prof. Malmgreen en twee Italianen zoeken. Wij moeten langs de hele noordkust van Noord-Oostland. Het wordt dus een lange mars. We nemen negen honden mee. Ik heb het nu erg druk gehad met de uitrusting, zoals tent – slaapzakken – Pemmican (gedroogd vlees en fruit, zaden, red.).

 

Het wordt een echte poolexpeditie. We zijn nu het middelpunt van reporters, filmers en fotografen. Alles zwermt om ons heen. Ik zal blij zijn als we in onze tent liggen, in onze slaapzakken. Vergeet niet voor me te bidden. De expeditie zal wel een 14-21 dagen duren. Ik zal direct bij terugkomst telegraferen. Maak het maar goed hoor en geen zorgen, denk erom. Alles komt best in orde. Denk er aan, mijn taak zal zijn zes menschenlevens te redden.

Nu gaat de boot vertrekken, moet dus afbreken.

 

Vele hartelijke groeten en alle hartelijk omhelst van

Zoon en broer Sjef

 

P.S. Als ik deze expeditie achter de rug heb kom ik direct naar huis. Nu maar geen zorgen en een extra kus voor mijn beste moedertje, op spoedig weerzien.

Sjef

Zeg pa, stuur me weer geregeld de couranten waar onze expeditie in komt.

Sjef

Meer mooie artikelen lezen? Neem dan een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB