Rob de Nijs ’t Is mooi geweest

Rob de Nijs

’t Is mooi geweest

Het had het jaar van zijn afscheidstoernee moeten worden, maar ook hier gooide corona roet in het eten. Eind 2020 verscheen het laatste album van Rob de Nijs (78), getiteld ’t Is mooi geweest. In gesprek met een gelukkig man. ‘Weemoed is voor mij niet loodzwaar.’

Val van podium

Eind augustus 2019 viel Rob de Nijs bij een optreden van een piepklein podiumpje. ‘Ik geloof dat heel Nederland het heeft gezien’, zegt hij met een frons, want hij maakt graag een goede indruk.

Kort daarna maakte hij bekend dat hij de ziekte van Parkinson heeft. In 2020 zou er een afscheidstournee komen. Maar door corona kwamen er alleen twee memorabele tv-optredens.

In maart zong hij Niet voor het laatst in De Wereld Draait Door. Robs hand trilde en hij oogde breekbaar, maar zijn stem en voordracht waren zo krachtig dat het lied en het filmpje een hit werden.

En in november zongen Danny Vera en Paskal Jakobsen in Op1 het lied Wat als later nu is, voor hem en zijn vrouw. Dat was het.

Kan ik het wel?

Rob de Nijs is vooral tevreden en soms zelfs opgelucht. ‘Ik ben zo blij dat ik niet meer straks de auto in moet, naar een optreden’, zegt hij op enig moment. Toch verbazingwekkend voor een artiest die befaamd is om zijn live-optredens. ‘Ik ben altijd onzeker gebleven’, zegt hij. ‘Kan ik het wel? Kan ik het nog? Daarom bereidde ik me zo goed voor en zorgde ik goed voor mezelf en mijn stem. Als ik ’s avonds een optreden had, was ik daar de hele dag mee bezig.’

Vermoeiend, erkent hij. ‘En ook gek, want als een optreden is begonnen, geniet ik van de muziek en het contact met het publiek. Ik ben het maar gaan zien als iets wat bij me hoort. En misschien zorgt de onzekerheid ervoor dat mensen me zo goed aanvoelen.’

Opmerkelijk nuchter

Helemaal uitgesloten is het niet dat hij nog een keer op zal treden, als dat weer mag. Maar ondertussen geniet Rob de Nijs van het leven, ook nu het klein is geworden.

Vroeg in het voorjaar waren zijn vrouw en hij allebei plotseling flink ziek. ‘Corona, denken we’, zegt hij. ‘Nog steeds heb ik wat last van mijn longen. Ook ben ik snel moe, maar dat komt ook door parkinson en mijn leeftijd – ik ben al achter in de zeventig hè?’

Af en toe denkt hij terug aan bijzondere momenten in zijn carrière. ‘Niet vaak’, zegt hij. ‘Soms vallen me fragmenten binnen.

Halverwege de jaren zestig zong ik bijvoorbeeld in Circus Boltini want ik kwam moeilijk aan ander werk. Toch was dat een bijzondere tijd. Daarna kwam Oebele en Hamelen en de samenwerking met Lennaert Nijgh en Boudewijn de Groot.’

'Ik concentreer me op waar ik goed in ben.'

Veel lof toegezwaaid

In zijn lange loopbaan bleef Rob de Nijs zichzelf steeds opnieuw uitvinden. Maar nooit schreef hij zelf muziek of teksten. ‘Ik ben een vertolker’, zegt hij. ‘Net als Sinatra en Elvis, om maar wat te noemen… Er zijn zo veel goede tekstschrijvers en muzikanten, ik concentreer me op waar ik goed in ben.’

‘Een goed lied gaat over mij, maar tegelijk over iedereen. Ik heb ontdekt dat ik een lied kan brengen door elk woord dat ik zing echt voor me te zien. Heel beeldend. En dan komt ook de emotie die bij het lied hoort. Dat gebeurt steeds, ook als ik een lied al vaak gezongen heb.’

Er goed uitzien

Tegelijk is Rob de Nijs ook een showman die geregeld zijn image omgooide en er nog steeds graag goed uitziet.

Hij grinnikt. ‘Ik ben dol op stijlvolle kleding, dat is toch mooi! En de leren broeken, de Harley Davidson of de rock ’n roll-kuif: dat was spel, ik had daar zo’n plezier in. Je moet jezelf niet al te serieus nemen.’

Aan het einde van zijn lange loopbaan blijkt echter dat hij als zanger heel serieus wordt genomen. ‘Ik krijg veel lof toegezwaaid’, zegt hij. ‘Ik ben altijd meer van het volk geweest, nu zijn er ook onder de intelligentsia mensen die laten weten dat ze mijn liedjes mooi vinden of dat een optreden hen heeft geraakt. Dat doet me geweldig goed.’

Leven in het moment

‘Ik denk niet te veel over de rest van mijn leven na’, zegt Rob de Nijs ‘Jet zei pas ergens dat ik erg in het moment leef en dat klopt wel. Ik ben niet bezig met de eventuele ellende die me nog te wachten staat.

Ik vind het leven nog steeds leuk en vind nog steeds hetzelfde mooi en fijn als toen ik in jaren jonger was.’

‘Natuurlijk voel ik aan mijn lijf dat ik ouder word, maar van binnen voel ik me niet anders. En weet je, ik heb zo veel moois gehad in mijn leven, dat laat ik niet verpesten door het idee van het laatste stukje. Hoe dichtbij dat is weten we niet, want ik kan ook met parkinson nog veel jaren mee.’

Voortaan het hele artikel lezen? Neem dan een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.