Nico van Hasselt was de oudste huisarts van Nederland ‘Ik ken meer dan 500 patiënten langer dan 40 jaar’

In het Magazine van KBO-PCOB dat op 20 februari is verschenen, staat een artikel over Nico van Hasselt, ruim zestig jaar huisarts in Amsterdam. Nadat het betreffende nummer gedrukt was, bereikte ons het droevige nieuws dat dokter Van Hasselt 14 februari jl. is overleden. Hij zou op 19 februari 94 jaar zijn geworden. 

Hieronder leest u het artikel zoals dat is verschenen in ons Magazine. Wij wensen zijn nabestaanden en patiënten heel veel sterkte bij dit verlies.

Nico van Hasselt (94 jaar) is al 61 jaar huisarts. Nog altijd staat hij dag en nacht voor zijn patiënten klaar.

‘Huisarts zijn is geen baan; het is mijn leven, 24 uur per dag, zeven dagen per week. In 1959 kwam ik in dit huis wonen en opende ik hier mijn praktijk. Dit is dan ook geen gewone woning, het is een dokterswoning. Alle gezinsleden doen mee. Mijn vrouw is jarenlang assistent geweest. Tegenwoordig helpt een assistent dagelijks tot drie uur ’s middags.

Zo’n twee keer per week word ik ’s nachts uit bed gebeld. Vannacht nog, om half drie, door een vrouw met hartklachten. Ik ben direct naar haar toegegaan. Ze ligt nu in het ziekenhuis.

Al 61 jaar staat mijn wekker om 6.06 uur. Om 7.00 uur gaat de deur van de praktijk open voor het inloopspreekuur. Ook op zaterdag. Op de klok kijken doe ik tijdens consulten niet. Er hangt niet eens een klok in mijn praktijk. Als huisarts ga ik ook naar bruiloften, begrafenissen en op kraamvisite. Dat is onderdeel van het vak.

Na het inloopspreekuur leg ik huisbezoeken af, gemiddeld acht per dag, wat neerkomt op zo’n vijftig bezoeken per week. Jaarlijks heb ik zo’n negenduizend keer contact met een patiënt. Toen ik 65 werd, wilde het ziekenfonds dat ik zou stoppen met werken. De strijd heeft 24 jaar geduurd, maar uiteindelijk heb ik gewonnen. Nu is de leeftijdsgrens voor Nederlandse huisartsen vervallen. Tijdens die moeilijke jaren werd ik eigenwijs en gek gevonden, nu krijg ik alleen maar positieve reacties.

Een van mijn patiënten is sinds het begin bij mij. Van de andere patiënten ken ik er meer dan vijfhonderd al langer dan veertig jaar. De meeste ziektegeschiedenissen ken ik uit mijn hoofd. Maar als ik op huisbezoek ga, neem ik ook altijd het papieren dossier mee.

Traplopen gaat wat minder tegenwoordig, maar aan mijn hersens mankeer ik niks. Daarop ben ik getest. En aan de stapels brieven en kaarten die ik binnenkrijg, merk ik dat ik voor heel veel mensen wat heb kunnen betekenen.’

Meer artikelen leest u in het Magazine van KBO-PCOB. Geen lid? Neem dan nu abonnement op het Magazine!