Onderzoek Omgaan met verlies

Tekst: Koen Tuerlings
Illustraties: Studio Room

Wat kun je beter wel of niet doen?

Omgaan met rouw en verlies kan erg moeilijk zijn. Het is een gevoelig en persoonlijk onderwerp dat diepe emoties, herinneringen en gevoelens oproept. Wat helpt senioren in het verwerkingsproces en wat juist niet? De antwoorden op deze vragen zijn zeer divers: geen twee verhalen zijn hetzelfde. Zo blijkt uit het onderzoek van het Nationaal Seniorenpanel onder 1.464 senioren.

Iedereen krijgt vroeg of laat te maken met rouw. Op de vraag wat het meest impactvolle verlies was in hun leven, noemen de invullers van de vragenlijst als eerste hun moeder en de levenspartner. Opvallend genoeg wordt het verlies van vaders iets minder vaak genoemd. Uit het onderzoek blijkt dat het moeilijker is om met verlies van een dierbare om te gaan wanneer dit onverwacht plaats heeft gevonden. Maar dat betekent zeker niet automatisch dat een aangekondigd verlies gemakkelijker te verwerken is.

Waar is behoefte aan?
Iedereen verwerkt het verlies van een dierbare op zijn unieke wijze. Kort na de uitvaart lopen de behoeften van nabestaanden dan ook sterk uiteen. De een heeft behoefte aan de aanwezigheid van familie en vrienden om zich heen (34 procent), terwijl de ander juist verlangt naar persoonlijke ruimte en rust (23 procent). Dat maakt het wel complex om het juiste te doen voor nabestaanden. Toch kunnen we in het algemeen wel stellen dat kort na de uitvaart de meeste mensen behoefte hebben aan mensen om zich heen, waarmee ze herinneringen ophalen en die hen emotioneel ondersteunen.

 

Behoeften kort na de uitvaart

  • Aanwezigheid van familie en vrienden om mij heen 34%
  • Het ophalen van herinneringen aan mijn dierbare 30%
  • Emotionele ondersteuning van mijn familie en vrienden 27%
  • Ruimte en met rust gelaten worden 23%
  • Steun van mijn geloof of spirituele overtuigingen 20%
  • De mogelijkheid om te vertellen over mijn ervaringen 20%
  • Begrip voor mijn rouw en situatie 19%
  • Afleiding en bezig zijn met andere activiteiten dan rouw 17%
  • Iemand die zonder oordeel naar me luistert 16%

Wat kunt u beter niet zeggen of doen?

‘Zwijgen en doen alsof er niks gebeurd is.’

‘Zeggen: “Hij is uit zijn lijden verlost. Het is beter zo.”’

‘Zeggen: “Het went wel.” Goed bedoeld, maar het went nooit.’

‘Wat niet fijn is, is dat mensen vertellen wat ze zelf allemaal meegemaakt hebben.’

‘Mensen met loze kreten. “Je belt maar wanneer je me nodig hebt.”’

‘Beloven contact te houden en dan niets meer laten horen.’

‘Dat je het een plaatsje moet geven.’

Wat is wel goed om te doen?

‘Luisteren en belangstelling tonen. Meepraten en herinneringen ophalen. Vooral van mijn familie en een aantal goede vrienden en buren ondervind ik tot op de dag van vandaag heel veel warme belangstelling.’

‘Een kassière vroeg zachtjes “Waar is uw man? U kwam altijd samen met hem in de rolstoel?” Ze keek me bewogen aan. Toen kon ik huilen – drie weken na zijn overlijden. Dat meisje toonde oprecht meeleven. Dat heeft me enorm goed gedaan.’

‘Van een onbekende een knuffel krijgen.’

‘Stilte, geen vragen, stil begrip.’

‘Lieve buren brachten soep en hielden ons in de gaten. Leden van mijn tuinclub stuurden brieven, mailtjes, bloemen en belden op.’

62% praat met de overledene
Voor veel nabestaanden werkt praten over het verlies helend. Voor vrouwen geldt dit nog sterker dan voor mannen: die verwerken verlies vaker dan gemiddeld in stilte en zijn eerder geneigd om hun rouwgevoelens niet of selectief te tonen. Uit het onderzoek blijkt dat een op de twintig nabestaanden niemand heeft om een goed gesprek mee te voeren.

Praten met de naaste zelf over zijn naderend afscheid en de periode na het overlijden, vinden we moeilijk. Slecht 35 procent geeft aan dat ze er wel betekenisvol over hebben kunnen praten.
Na het overlijden daarentegen praat bijna de helft van de senioren nog met de dierbare die hun ontvallen is – vrouwen (62%) doen dit vaker dan mannen (32%). Het is een persoonlijke en intieme manier om gedachten, gevoelens en herinneringen te delen, ook al is hij of zij fysiek niet meer aanwezig.

Plak geen tijd op rouw
Uit de vraag hoelang het heeft geduurd voordat iemand goed om kon gaan met het verlies, blijkt dat de meeste mensen veel langer nodig hebben dan gedacht. Zo geeft 68% aan dat ze zes maanden tot soms wel meer dan tien jaar nodig hadden. Voor de helft van de deelnemers duurde het meer dan een jaar voordat zij dit konden.
Rouw is niet alleen een periode van afscheid nemen, maar ook een tijd van innerlijke groei en het vinden van nieuwe betekenis. De verhalen van nabestaanden laten zien hoe helder de prioriteiten van het leven worden wanneer we geconfronteerd worden met verlies. Ze benadrukken dat de meest waardevolle momenten in het leven vaak te maken hebben met liefde, verbinding en het koesteren van dierbare herinneringen.

Behoefte om even te praten?

Dan kunt u op werkdagen tussen 09.00 en 17.00 uur bellen naar de Rouwtelefoon: 085-401 42 50. U komt dan in contact met een deskundige vrijwilliger, aan wie u even uw verhaal kwijt kunt, of vragen kunt stellen over uw eigen rouwproces of dat van een naaste.