Uw verhalen over de zee

Uw verhalen over de zee

Weet u nog de eerste keer dat u de zee zag als kind? En hoe ging dat vroeger, een dagje naar het strand? Dat vroegen we in het meinummer. De redactie werd overspoeld met reacties, waarvoor dank. De mooiste plaatsen we hier.

Mijn gelukkigste kindertijd

Wat heb ik fijne herinneringen aan onze uitjes naar het strand. Die stralend blauwe lucht, het zand, de veldleeuwerik biddend in de lucht in de duinen… Dit alles hoort bij mijn gelukkigste kindertijd.
Op deze foto zit mijn oma in een ouderwetse strandstoel. Ik zit bij mijn vader op schoot. Pa formeel in pak. En in de strandkiosk kocht je in 1960 nog gewoon een simpel broodje kaas of ham.

Nel Slijkhuis

Onze knalgele nylon ‘strandtent’

Toen ik in 1960 werd geboren, woonden mijn ouders in bij mijn oma die op Scheveningen woonde, op loopafstand van het strand, dus brachten we daar veel tijd door. Mijn moeder voedde mij zittend in een van die grote rieten strandstoelen, heel discreet vanachter een strategisch gespannen handdoek.

Mijn  vader werkte dichtbij en kwam tussen de middag zijn boterham bij ons op het strand opeten, gewoon gekleed in het kostuum dat hij als boekhouder ook naar zijn werk droeg.

Later ging de familie over tot de aanschaf van een knalgele nylon ‘strandtent’. Handig voor alle spullen, er waren inmiddels vier kinderen, en in de hoeken kon er altijd eentje slapen. In die tijd had je wel een vergunning nodig om een dergelijk tentje op het strand te mogen opzetten, zichtbaar aan de strandtent bevestigd.

We liepen vaak een stuk door de duinen, naar een wat rustiger deel van het strand. Ook wij kinderen moesten dan spullen dragen. Ik kreeg een keer de strandtas te dragen, een grote canvas tas met daarin alle plastic schepjes, emmertjes, vormpjes etc.

Mijn klachten over het gewicht van deze tas werden dan ook weggehoond, totdat op het strand bleek dat een van ons, waarschijnlijk bij een vorig strandbezoek, had besloten een aanzienlijke verzameling stenen hierin op te bergen!

C. Steenman-Vollebregt, Houten (60 jaar)

Naar de zee aan de Duindamseslag

Het was 1946, een jaar na de bevrijding, en het strand en de zee waren weer vrijgegeven. De Duitsers hadden het in de oorlogsjaren tot spergebied verklaard, daar mochten toen geen vreemden komen.

Het was lekker warm weer en onze moeder en tante, beiden met kinderen, gingen op de fiets naar de Duindamseslag om te zwemmen. De badkleding was door onze moeders zelf gemaakt, maar daar hadden we geen moeite mee. Snel uitkleden en het water in, dat was lekker met de golven.

We waren nog maar net op het strand toen ik al vroeg ik om een snee brood. Moeder had een hele stapel meegenomen.  Maar het strand en de zee maakten hongerig en het brood raakte al snel op. Dit was mijn eerste ervaring met de zee. Het was voor ons als kinderen een hele belevenis in die tijd.

Peter van den Burg

Het wollen badpak zakte tot je knieën als het nat was

Een keer per jaar gingen wij met ons gezin naar zee, naar het strand van Monster, tussen Den Haag en Hoek van Holland. Mijn vader leende dan een auto en bracht mijn moeder met de kinderen weg.

Brood en drinken mee en een parasol vooral voor mijn moeder. Die bleef daar meestal de hele dag onder zitten. Een badpak had ze niet. Wij wel: zelfgebreide wollen badpakken. Het badpak kriebelde erg en zakte tot je knieën als het nat was, maar dat nam je graag voor lief.

We mochten nooit alleen in zee en zeker niet ver! Heerlijk die boterhammen met zand, lekker wegspoelen met limonade.

We groeven een kuil, zodat ook de kleintjes lekker konden zitten spelen in het zand. En met een emmertje water en zand waren we uren zoet. Tot mijn vader kwam om nog even met ons in het water te gaan en dan gingen we weer naar huis.

Mary Vijverberg-Droog

Wat een teleurstelling

Ik was denk ik een jaar of negen en ging met een vriendinnetje uit logeren. Heel spannend, zonder ouders in de bus, naar een dorpje aan de Waddenzee. Daar zou ik voor de eerste keer de ZEE zien!

Mijn voorstelling was: geel zand, blauwe lucht, kinderen met emmertjes en schepjes die zandkastelen bouwden. Zo zagen de plaatjes in de boekjes eruit.

Het was grauw weer toen we naar de dijk liepen. We klommen het dijktrappetje op. En… een grauwe, grijze massa. Wat was dat een teleurstelling voor mij!

A. Henstra, Norg

Al verbrand voor we er waren

Aangezien ik uit een gezin van veertien kinderen kom, zat op vakantie gaan er bij ons niet in. We gingen een dag naar de speeltuin of naar het IJsselmeer. Toen mijn zus en ik 16 en 15 jaar waren, leek het ons tijd om de echte zee eens te zien.

Het leek ons een goed plan om vanuit Zwaag naar Bergen aan zee te fietsen. Ongeveer 40 kilometer fietsen, drinken, broodjes en zonnebrand mee. Het was prachtig weer en we droegen een korte broek en bloesje, gemaakt door een tante.

Na ongeveer 3,5 uur fietsen was de zee in het zicht. Maar voordat wij het strand opgingen, smeerden we ons goed in, want dat was ons verteld door onze moeder. Maar wat deed dat zeer op die rode armen en benen. Door de zon waren wij helemaal verbrand onderweg.

De zee zag er hetzelfde uit als het IJsselmeer. En doordat onze huid zo zeer deed, was op het strand zitten er niet bij. In de schaduw achter het strandpaviljoen aten we onze boterham en met het vooruitzicht om weer 40 kilometer naar huis te moeten fietsen stapten we weer op. Wij besloten dat het IJsselmeer net zo mooi is als de zee en maar een half uurtje fietsen.

Deze foto is dan ook genomen bij het IJsselmeer.

Tini Sierkstra, Spierdijk

Meer artikelen lezen? Neem dan nu een abonnement op het magazine van KBO-PCOB.