Koopkrachtonderzoek 2018 wijst uit: Senioren zonder eigen vermogen hebben het financieel het zwaarst

Hadden veel senioren vorig jaar voor het eerst in jaren hoop op een betere financiële situatie en toekomst, dit jaar is de stemming alweer omgeslagen. De naar schatting één miljoen senioren zonder eigen vermogen hebben het financieel het zwaarst. En voor aankomende pensionado’s ziet het er ook niet altijd even rooskleurig uit. Dit blijkt uit het vijfde Grote Koopkrachtonderzoek van KBO-PCOB, waaraan 1.200 senioren meededen.

Sinds 2014 hadden we een afnemend vertrouwen in onze financiële toekomst met elk jaar weer minder geld op de rekening. Vorig jaar leken de zaken te verbeteren, we bezuinigden minder, stonden minder vaak rood, lagen minder vaak wakker van onze financiële situatie, en dachten dat ons pensioen er minder op achteruit zou gaan. Maar dit optimisme zet in 2018 niet door.

Zes van de tien ‘s nachts wakker

Ruim drie van de tien senioren hebben geen eigen vermogen. De helft van deze groep komt in de problemen wanneer zij een onverwachte belastingaanslag zouden krijgen van 400 euro. Bij de senioren mét eigen vermogen is dit maar 7%. Bij de groep die de komende jaren met pensioen gaat, lijken de zorgen zelfs groter. Maar liefst zes van de tien liggen ‘s nachts wakker van hun huidige en toekomstige financiële situatie. Slechts de helft van hen heeft eigen vermogen, tegen zeven op de tien bij de huidige gepensioneerden.

Grote verschillen

Van de huidige gepensioneerden hebben ruim acht van de tien buiten hun pensioen ook nog een aanvullend pensioen van gemiddeld 1.100 euro bruto per maand. De verschillen zijn zeer groot. Drie op de tien hebben 500 euro of minder en een kwart 1.500 euro. Twee derde van de gepensioneerden heeft eigen vermogen opgebouwd, zoals spaargeld, beleggingen, koopsom- en lijfrentepolissen of contant geld. Bijna zes van de tien senioren hebben een eigen huis, waarvan 40% nog met hypotheek. De rest heeft alles afgelost.

Afzien van zorg

Bijna twee van de tien senioren hebben het afgelopen jaar vanwege de kosten vaker moeten afzien van medische zorg, het meest van tandheelkundige hulp, de fysiotherapeut, aanschaf van medicijnen in de apotheek en ook van huishoudelijke hulp. Maar ook maagbeschermers, een controle van de specialist, mondhygiëne, een nieuwe bril of orthopedische schoenen schieten er soms bij in.

Een van de tien senioren is het afgelopen jaar in de problemen gekomen bij het vervangen van huishoudelijke apparatuur, kleding en schoenen, reparaties en zelfs met de dagelijkse boodschappen. De meeste zorgen maken zij zich over de betaalbaarheid van de zorg (33%), onvoorziene financiële tegenvallers, zoals kapotte wasmachines (32%) en de betaalbaarheid van hun woning (11%). Verder krijgt de helft het zwaar als het verplichte eigen risico voor de zorg wordt verhoogd van 350 euro naar 500 euro. De meesten weten niet hoe ze dit op moeten lossen.

Koopkrachtonderzoek KBO-PCOB 2018

Top zes

Opmerkelijke cijfers

Waar geven we het liefst ons geld aan uit?

  1. Cadeaus voor (klein)kinderen 56%
  2. Uitjes en dagjes weg 52%
  3. Reizen 39%
  4. Goede doelen 37%
  5. Uit eten en drinken 35%
  6. Cultuur, theater, musea, concerten 31%

Alleenstaande vrouwen vormen de kwetsbaarste groep

51%

7%

25%

26%

76%

62%

64%

moet meer op hun uitgaven letten dan een jaar geleden.

heeft – buiten de hypotheek – nog een lening of schuld uitstaan van gemiddeld 10.064 euro.

heeft het afgelopen jaar rood gestaan op hun lopende rekening. Gemiddeld zo’n 36 dagen.

heeft spijt van een of meer financiële beslissingen uit hun privéleven, zoals verkeerde beleggingen en een slechte pensioenopbouw.

van de gepensioneerden vindt dat ze goed worden geïnformeerd over hun pensioen.

is het oneens met de stelling dat senioren evenredig meeprofiteren van de aantrekkende economie. 10% is het daar wel mee eens.

is van mening dat senioren meer inleveren dan mensen met werk.

Over het onderzoek

Het onderzoek is in opdracht van KBO-PCOB uitgevoerd door bureau TeraKnowledge® door online interviews. Aan dit onderzoek deden 1.200 mannen en vrouwen mee. Qua geslacht, leeftijd, woongebied, geloof en opleiding representeert deze steekproef de werkelijke verdeling van senioren in Nederland.

‘Wat is nou vijf euro? Voor mij is het heel veel.’

Trix van der Biezen (73 jaar) ontvangt AOW en 25 euro pensioen per maand

‘Lang van weinig geld leven, doet iets met je, vooral met je eigenwaarde. Je zit altijd met geknepen billen, bang dat er iets kapot gaat dat je moet vervangen. Steeds is er de vraag: waar kan ik nog op bezuinigen? Je moet ook veel regelen en aanvragen, je hele administratie kopiëren.

Elk half jaar maak ik een begroting, zo weet ik tot op de cent wat alles kost. Bij mij blijft er acht euro per dag over om van te leven. Soms geef ik te veel uit. Het is dan een sport weer in te binden en onder die acht euro te duiken. Dan ga ik een paar dagen niet naar de supermarkt en ben ik blij met een stukje brood dat er nog ligt. Mijn zoon ondersteunt me een beetje. Door hem blijft mijn auto rijdend. Zonder hem zou het niet lukken om rond te komen, zonder de subsidies ook niet. Dan zou ik al lang op straat leven.

Ik zit nu acht jaar in deze situatie. Dit is wat het is, er is geen mogelijkheid het te verbeteren. Ik scharrel kleding bij elkaar of maak dingen zelf. Ik heb een gave om leuke activiteiten te vinden die niets kosten, bijvoorbeeld concerten in een kerkje. Ik heb darmkanker gehad en weet hoe belangrijk voeding is. Ik heb zorg gemeden om de eigen bijdrage niet te hoeven betalen. Bij cadeautjes zeggen anderen: ‘Wat is nou vijf euro?’ Voor mij is het heel veel.

Ik ben niet zielig, maar ik doe wel mijn mond open. Het gaat niet alleen om mij, maar om een grote groep mensen. Er rust echt een taboe op armoede. Van ouderen die het goed hebben,  merk ik dat ze geen idee hebben hoe het is om met weinig geld rond te komen.’

'Mijn zoon ondersteunt me een beetje. Door hem blijft mijn auto rijdend. Zonder hem zou het niet lukken om rond te komen, zonder de subsidies ook niet. Dan zou ik al lang op straat leven.'

KBO-PCOB hamert er keer op keer op in Den Haag: niet alle ouderen zijn rijk. Ouderen die zijn getroffen door één of meer ‘pechfactoren’ kunnen nu moeilijk de touwtjes aan elkaar vastknopen. Dubbel pech is het dat de financiële vergoedingen, tegemoetkomingen en regelingen steeds meer worden afgebouwd. Terwijl de kosten en eigen bijdragen stijgen. Tegen die stapeling komt KBO-PCOB al jaren in het verweer.

Pechfactoren armoede onder ouderen

  • Pech op de arbeidsmarkt/weinig pensioen

(laagbetaald werk of werkloos geworden)

  • Problemen met de gezondheid

(en daardoor hoge zorgkosten)

  • Gescheiden

(vooral een probleem voor de vrouw)

  • Geen eigen huis

(geen vermogen, wel hoge huur)

‘Nooit echt gul kunnen zijn voor onze kinderen en kleinkinderen’

Kees en Ans Steman (allebei 79 jaar) ontvangen AOW en pensioen. Toch is hun koopkracht veel lager dan ze zich vooraf hadden voorgesteld.

'Veel geld zijn we kwijt aan zorg en aan onkosten die niet worden vergoed. Bijvoorbeeld aan medicijnen die je zelf moet betalen of een dure bh die nodig is door een borstamputatie.'

‘We zijn een jaar geleden verhuisd naar een aanleunwoning waarvoor we al lang stonden ingeschreven. Daarvoor huurden we een eengezinswoning. Daar moest veel aan gebeuren en we zouden er toch een keer weg moeten. Hier is alle zorg beschikbaar en dat brengt rust. Wel is de huur nu 260 euro hoger en ook de andere kosten voor levensonderhoud zijn omhoog gegaan. Omdat we er niets bij krijgen, wordt onze koopkracht steeds minder, net als bij veel andere ouderen. Als we goed opletten, kunnen we precies rondkomen.

In de supermarkt kijken we eerst naar de aanbiedingen. We kopen dingen die voordelig zijn en gezond. Vroeger gingen we op vakantie, nu gaan we een midweek weg met een broer en schoonzus. Verder maken we uitstapjes als we vrij reizen hebben met de trein. Een auto hebben we niet.

We hebben wat spaargeld voor als de wasmachine kapot gaat en voor de begrafenis. Dat is duur tegenwoordig en waarschijnlijk zijn we daarvoor te laag verzekerd. Veel geld zijn we kwijt aan zorg en aan onkosten die niet worden vergoed. Bijvoorbeeld aan medicijnen die je zelf moet betalen of een dure bh die nodig is door een borstamputatie.

We hebben het niet slecht. Wel vinden we het lastig dat we nooit echt gul kunnen zijn voor onze kinderen en kleinkinderen. Met de oudste kleinkinderen gingen we er vroeger vaak op uit, bijvoorbeeld naar de dierentuin. Wanneer we nu op de jongste twee passen, maken we minder dure uitstapjes. Onze kleindochter kreeg toen ze geslaagd was 25 euro, een paar jaar geleden zouden we haar meer hebben gegeven. Het is niet erg, we hebben het gezellig samen. De liefde voor elkaar is het belangrijkste.’

Op de hoogte blijven van al ons nieuws over onze belangenbehartiging voor uw koopkracht?