De voorzitter Khadija Arib

De voorzitter

Khadija Arib

Sinds 2016 is ze voorzitter van de Tweede Kamer, de eerste met een migratie-achtergrond. Afgelopen jaar won ze de Aletta Jacobsprijs vanwege haar strijd voor de positie van (Marokkaanse) vrouwen in Nederland. Khadija Arib (60): ‘Ons parlement hoort tot de sterkste ter wereld.’

Democratie is fragiel, vindt Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer. ‘We moeten er heel zuinig op zijn.’

Ik voel me vereerd

Ze is de eerste vrouw met een migratie-achtergrond in haar rol als voorzitter. Ze heeft er sinds 2016 een toon in gevonden waar ze waardering voor krijgt, zowel in de politiek als in de samenleving.

‘Het gebeurt best vaak dat mensen even iets aardigs zeggen, gisteren nog toen ik aan het wandelen was met een vriendin. Ik heb daar geen moeite mee. Ik voel me vereerd dat ik deze functie mag vervullen en het is fijn om te merken dat ik gedragen word.’

Haar drijfveer was van jongs af aan een sterk gevoel voor rechtvaardigheid. ‘Toen ik jong was viel het me op dat niet alle mensen gelijk werden behandeld, vrouwen niet en zéker Marokkaanse vrouwen niet.

Dat ging dus ook over mij. Ik werd politiek actief en richtte samen met anderen de Marokkaanse Vrouwenvereniging in Nederland op. Marokko, dat toen een dictatuur was, had daar grote moeite mee. Die ervaringen hebben me gevormd.’

‘Het is fijn om te merken dat ik gedragen word’

We zijn er nog niet

Ze komt uit een lijn van sterke vrouwen. Ze noemt als inspiratiebronnen haar oma, ‘die voor niemand bang was’, en haar moeder, ‘die niet kon lezen of schrijven, maar mij aanmoedigde om te studeren en zelfstandig te zijn’. Zelf heeft ze een dochter en vier kleindochters. ‘Zij hoeven niet zo veel te bevechten als ik moest. Maar we zijn er nog niet.

Het is bijvoorbeeld voor jonge vrouwen met kinderen nog steeds niet gemakkelijk om voluit te werken. In Marokko is de wet aangepast en hebben vrouwen meer rechten. En in Nederland zijn migrantenvrouwen nu zelfstandiger en juridisch beter beschermd. Er is echt veel bereikt, maar nog steeds zijn vrouwen niet op alle niveaus vertegenwoordigd.’

‘Mijn oma, die voor niemand bang was, is mijn inspiratiebron’

Vrouwen nodig

Emancipatie is geen gunst, maar een verrijking, vindt Khadija Arib, die afgelopen jaar de Aletta Jacobsprijs won vanwege haar strijd voor de positie van (Marokkaanse) vrouwen in Nederland.

‘Ik ben blij dat er veel vrouwen hoog op de lijst staan van politieke partijen. We vormen de helft van de bevolking, maar in de Kamer was het aandeel vrouwen de afgelopen periode nog minder dan een derde.’ Het gaat haar echter om meer.

‘Elke organisatie heeft vrouwen nodig, maar ook mensen van verschillende leeftijden en verschillende achtergronden’, zegt ze. ‘Als je alleen mensen hebt die op elkaar lijken, dan heb je mensen die hetzelfde kijken. En dat is voor niemand goed. Een diverse groep voelt beter aan wat er in de samenleving leeft. Daarom vind ik ook dat ouderen moeten blijven meedoen aan de samenleving.’

Moederlijk gezag

Het strijdbare dat haar als jonge vrouw karakteriseerde, heeft in de loop van de tijd een andere vorm aangenomen. Haar kinderen lachen weleens als ze haar aan het werk zien. ‘Als ik het gevoel heb dat het wel mooi is geweest, dan krijg ik iets beslists. “Ja mam”, zeggen zij dan, “dat kennen wij ook van je.”’

Trots op ons parlement

Khadija Arib voelt zich verantwoordelijk voor het geheel: de kwaliteit van onze democratie. Dat is in de loop van haar vele jaren als PvdA-Kamerlid gegroeid.

‘Mijn aandacht verschoof van het partijbelang naar het functioneren van de Kamer. In ons parlement is plaats voor alle politieke ideologieën en iedereen heeft de ruimte om standpunten voor het voetlicht te brengen. We hebben een van de sterkste parlementen ter wereld, want juist omdat niemand de meerderheid heeft moeten we altijd samenwerken. Ik ben daar echt trots op.’

Ze maakt zich zorgen over de harde toon van het maatschappelijk debat. ‘De anonieme twitteraars, politici en anderen die voor alles worden uitgemaakt. Sommige mensen lijken te denken dat je tegen politici alles mag zeggen. Wij hebben een publieke functie, maar we zijn geen publiek bezit. Kamerleden werken keihard. Ze doen hun best om met iedereen in contact te komen.’

De last van de democratie is dat je op een fatsoenlijke manier met elkaar in gesprek móet gaan, ook of misschien juist als je het niet met elkaar eens bent. ‘Alleen samen kunnen we zorgen dat ons land leefbaar blijft’, zegt Arib.

Zelf krijgt ze ook soms vuiligheid over zich heen, met name als ze voor de veiligheid van de Kamerleden is opgekomen. ‘Ik vind dat naar, maar kan het ook van me afzetten. Ik ben vrij weerbaar, door wie ik ben en door mijn leeftijd en ervaring.’

Dankbaar

‘Ik werd zestig en meestal is leeftijd niet zo’n ding voor mij. Maar nu voelde ik me dankbaar dat ik gezond ben en dit werk mag doen. En ik merk inderdaad dat er dingen zijn veranderd: ik ben niet meer zo bang om fouten te maken of toe te geven, ik houd gemakkelijker overzicht en durf dingen te zeggen. Ik ben een gelukkig mens.’

Meer mooie artikelen lezen? Neem dan een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.