'Mensen willen ons bij elkaar zien' Joke Bruijs en Gerard Cox

Ze waren veertien jaar getrouwd en de scheiding was pijnlijk. Maar daarna werden ze alsnog een ‘gouden koppel’: Gerard Cox en Joke Bruijs speelden samen in het theater en natuurlijk op tv in zestien seizoenen Toen was geluk heel gewoon. ‘Mensen willen ons bij elkaar zien.’

Samenzijn

Joke en Gerard hebben iets gepresteerd wat veel mensen zal aanspreken: ze zijn gescheiden geliefden die kunnen samenwerken én bevriend zijn. Zelf zien ze dat niet als een prestatie, overigens. Het is gewoon zo gegaan. Tijdens hun samenzijn, van 1973 tot 1987, werkten ze vrijwel nooit samen. Gerard: ‘Ik was van het kritische, geëngageerde cabaret en zij was van de Mounties. Dat waren verschillende werelden.’
Die werelden kwamen bij elkaar toen hij zijn hit ’t Is weer voorbij die mooie zomer had.
Joke: ‘Hij verleidde mij om naar zijn programma met Frans Halsema te komen en zo begon het. We hadden dezelfde achtergrond, allebei uit Rotterdam-Zuid, vader in de haven gewerkt: we deelden veel. Hij was knap en charmant en hij zong liedjes voor me, Franse chansons. Je moet wel van steen zijn als je dan niet gaat glijden.’

‘Gerard was knap en charmant en zong liedjes voor me’

Apart en toch samen

Gerard Cox en Joke Bruys in 1975
Gerard Cox en Joke Bruys in 1975

In 1975 kochten ze een boerderij in Mijnsherenland, onder Rotterdam. En toch raakte na een heel aantal jaren de koek op. Dat was een verdrietige tijd, ze willen er allebei niet veel over kwijt. Maar alleen de herinnering al dempt even de vrolijke sfeer waarin het gesprek begon.

Het pas gescheiden stel kreeg al binnen een jaar de vraag of ze samen in een tv-serie wilden spelen. Dat was Vreemde praktijken, dat uitgroeide tot de kijkcijferhit Toen was geluk heel gewoon, die ze tussen 1994 en 2009 zouden maken. Allebei waren ze verbaasd dat de ander ja zei. Gerard: ‘Nu hebben we dus langer een echtpaar gespééld dan we er een zijn geweest.’

‘We hebben langer een echtpaar gespeeld dan we er een zijn geweest’

'Toen was geluk'

De goede samenwerking heeft het vonkje van de liefde niet meer aangeblazen. Joke: ‘Ik herinner me alleen dat vreemde gevoel als we in het begin naar huis gingen na het repeteren in Hilversum. Dan reden we samen over de A12, bij de splitsing ging hij richting Rotterdam en ik richting Den Haag. Dat was raar, ik voel dat nu soms nog als ik daar rijd.’
Gerard: ‘We zijn natuurlijk heel anders dan de echtparen die we spelen. Bij Toen was geluk was zij de normale van ons tweeën. Jaap Kooiman was vooral dommig, rechtlijnig, naïef. Heel leuk om te spelen en al die incorrecte dingen te zeggen. Al denken mensen soms dat ik echt zo ben.’

Joke en Gerard in 'Toen was geluk heel gewoon'

Kameraadschap

Er is tussen de twee een grote kameraadschap gegroeid, vertelt Gerard. ‘Die vriendschap was er eigenlijk al in ons huwelijk. Nu delen we onze vriendenkringen in Den Haag en Rotterdam. Het is gezellig met haar en ze heeft een goeie keus van mannen. Met Boris, haar tweede man, kon ik het goed vinden en ook Frits Landesbergen, haar huidige man, is een fijne vent.’
Joke: ‘Als wij op vakantie gaan, komt Gerard soms ook een paar dagen.’
Gerard grijnst ondeugend: ‘Een paar dagen. En dat is genoeg.’

Janita Sassen-Joke Bruijs en Gerard Cox

Joke: ‘ Ik herinner me hoe ik soms naast hem wakker werd en meteen dacht: het is dus echt waar! Zo vol verwondering zijn over de liefde, dat gevoel heb ik daarna nooit meer zo gekend.’
Gerard: ‘Ja, we hebben echt geluk gehad.’

Over het vak

Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe comedy, waarin de twee ook een rol spelen. Joke: ‘Dit keer zijn we geen echtpaar, we leren elkaar kennen.’

Gerard: ‘Ik heb Joke zien uitgroeien tot een vakvrouw. Als jij je ergens aan verbindt, dan geef je honderd procent. Je zal nooit verzaken. Een van de fijnste complimenten die ik ooit kreeg, was van cabaretier Jacques Klöters: “Als ik jou vraag, valt het nooit tegen.” Dit vak is ook een ambacht, waar je hard voor moet werken. Jij weet dat en je doet het.’

Joke: ‘En je moet ervan genieten. Dat heb ik ook van jou geleerd. Vorig jaar vierde ik mijn vijftigste jaar op het podium met een galaconcert in de Doelen. Het was groot en geweldig, met allemaal gastoptredens. Ik was heel gespannen. Maar vlak van tevoren pakte Gerard me vast en zei: “Dit gebeurt maar één keer. Vergeet je niet zelf te genieten?” Dat lukte toen ook, door wat hij zei.’

Lees het hele artikel in het Magazine van KBO-PCOB. Geen lid? Neem dan nu een abonnement op het Magazine!