Eerbetoon aan de boeren Johanna Ter Steege & Huub Stapel

Johanna ter Steege en Huub Stapel

Eerbetoon aan de boeren

Binnenkort verandert Hangar 11 van Vliegveld Twenthe in een reusachtig boerenerf met dampende koeienstallen en ratelende trekkers die over de aangestampte aarde onder waslijnen met wapperende overalls door rijden. Het is het decor voor het spektakelstuk ‘Hanna van Hendrik’, een initiatief van actrice Johanna ter Steege; haar eerbetoon aan de veerkracht van de boerengemeenschap van haar jeugd.

Maar liefst acht acteurs, dertig amateurspelers, vijf muzikanten, tien jonge ballerina’s, zeven koeien, een vrouwenkoor én een motorclub spelen deze zomer mee in ‘Hanna van Hendrik’, een epos over drie seizoenen uit het leven van boerin Hanna en haar gevecht om de verkoop van de boerderij, al drie generaties familiebezit, tegen te houden. Het zijn de jaren zeventig, de tijd van de opstand van de Twentse boeren in Tubbergen tegen de ruilverkaveling: de felste boerenopstand in de Nederlandse geschiedenis.

Johanna ter Steege speelt Hanna, Huub Stapel heeft de rol van Hendrik op zich genomen. Ze hebben vaker samen op het toneel gestaan. Ze kennen elkaar al jaren, inmiddels door en door. Merk je daar ook iets van op het toneel?

‘O ja,’ zegt Johanna, ‘je durft elkaar veel makkelijker aan te raken. Omdat je al maatjes bent, toch, Huub?’
‘Klopt. Je hoeft niet meer door allerlei gêne’s heen.’
‘Als ik jou een vreselijke kwal had gevonden, zou ik je nooit voor ‘Hanna van Hendrik’ hebben gevraagd.’
‘Dank je.’

Hangar 11

Vliegveld Twenthe bevindt zich op een half uurtje rijden van de plek waar het ouderlijk huis van Johanna heeft gestaan. Ze heeft jaren met het idee rondgelopen om ‘Hanna van Hendrik’ te maken. Particulieren uit de regio steunen de voorstelling financieel. Er wordt gewerkt met mensen uit de regio. Zelden was de betrokkenheid van een gemeenschap bij een theaterproductie zo groot.

“'Ik herken bij jou wat ze in Twente naboarschap noemen'”

En Huub is – naast topacteur en maatje – ook iemand uit de provincie. Dat helpt. Ook al is het volgens hem een mythe dat mensen die níet uit het westen des lands kwamen harder moesten knokken voor een plekje in de  toneelwereld.

‘We hadden het niet breed thuis, dus ik was sowieso gewend om hard te werken voor m’n zakie. ’‘We komen geen van tweeën uit welgestelde families,’ zegt Johanna, ‘en wat ik ook bij jou herken: iets wat ze in Twente naboarschap noemen, de behoefte om voor elkaar te zorgen, op elkaar te letten. We zijn allebei heel sociaal ingesteld.’
‘Absoluut,’ beaamt Huub, ‘en familiemensen, dat zijn we ook.’

Weggerend

Er is nog een overeenkomst. Een overeenkomst die haaks lijkt te staan op een gelukkige jeugd op het platteland; ze wilden allebei zo snel mogelijk naar de grote stad verhuizen. Ze voelde zich, tot groot verdriet van haar ouders, ook niet thuis in de protestantse kerk, voerde eindeloze discussies met haar vader over het geloof. ‘Wat het geloof betreft heb ik, een paar jaar geleden, met mijn vader een soort consensus bereikt. Ik zei: ‘Als we nou voor God het woordje liefde invullen, hoe ver kom ik dan bij jou?’ ‘Dan komen we een heel eind,’ antwoordde mijn vader. Hij is een half jaar geleden overleden. Ik ben blij dat hij die strenge religieuze opvattingen, over hoe alles hoort te zijn, op tijd los heeft kunnen laten.’

"'Als we nou voor God het woordje liefde invullen?'"

-

‘Bij ons thuis,’ zegt Huub, ‘was het mijn moeder die er de grootste problemen mee had dat ik op mijn veertiende niet langer mee naar de kerk wilde.  Ze protesteerde niet, maar ze was wel heel, heel verdrietig. Mijn moeder was stijl katholiek; ze bad echt het kruis van de muur. Ze was er van overtuigd dat haar kinderen – ik was niet de enige die niet meer ging – in de hel zouden belanden. Dat ik daar weg wilde, uit Tegelen, had niet per se met mijn omgeving te maken, maar ik was er wel van overtuigd dat ik ergens op een kantoor zou belanden, dat ik er nóóit meer vandaan zou komen als ik niet zo snel mogelijk mijn biezen pakte.

Altijd willen leren

En zo komen ze weer terug bij het onderwerp waarover ze maar niet uitgepraat raken: het theater. Ze halen herinneringen op, delen hun ervaringen. Ergens zegt Johanna dat ze door veel mee te maken beter is gaan spelen. Dat beaamt Huub gretig, maar:

‘Denk nooit dat je wel weet hoe alles in elkaar steekt. Je moet altijd willen leren en het niet erg vinden om… om… wacht even… hatsjoe!’
‘Gezondheid.’
‘Dank je. Om gecorrigeerd te worden. Zo. Dat wou ik nog even kwijt.’

Meer lezen? Neem dan een abonnement op ons magazine.