Jan Siebelink (80) 'Ik schreef Knielen op een bed violen eigenlijk voor mezelf'

Tachtig jaar is kwekerszoon Jan Siebelink geworden, die met zijn roman Knielen op een bed violen een breed publiek veroverde. De schrijver is de schepper van onvergetelijke personages, maar als stille getuigen zijn er in zijn verhalen ook altijd de bloemen en de planten. Daarover een gesprek én hoe het is om tachtig te zijn.

'Geniet maar flink'

Jan verhaalt over een gebeurtenis van 45 jaar geleden, met zijn twee jonge kinderen. ‘De zon scheen, we lagen in het gras. Er kwam een mevrouw naar me toe die zei: ”Geniet maar flink van deze tijd, want u hebt er geen idee van hoe snel u oud en uw kinderen volwassen zullen zijn.” Als ik nu terugdenk aan dat moment is het alsof het gisteren is gebeurd. Mijn oudste kleinkind gaat inmiddels al naar de middelbare school… Het is prachtig, natuurlijk: ik ben tamelijk gezond tachtig geworden, ik voel me een begenadigd mens dat ik dit allemaal mag meemaken, maar toch: de gedachte dat ik deze aarde moet verlaten maakt me intens verdrietig. Ik wil hier eigenlijk altijd zijn. Wat leeft, wil niet dood, toch?’

‘Als ik één ding heb geleerd, dan is het dit: het leven is zo voorbij. In Psalm 103 staat dat al prachtig beschreven: ‘De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij. Als de wind daarover gegaan is, zo is zij niet meer, en haar plaats kent haar niet meer.’

Jan Siebelink groeide op in het paradijs. Het bevond zich aan de Bergweg nummer 17 te Velp. Kwekerij Sempervirens: altijd groen. Jan herinnert zich alle geuren en kleuren. Hij ziet de bloemenbedden, het waterbassin, de kassen, de trotse schoorsteen. Hij ziet zijn vader harken, spitten, boeketten snijden. En dan komen de broeders. Ze brengen het ‘ware geloof’, maar richten het gezin bijkans te gronde. Jans vader hoort de stem van God. Hij koopt boeken van de broeders. Doneert geld. Verwaarloost de kwekerij. Stelt klanten teleur. Jan is elf jaar oud. Hij ziet het gebeuren en hij weet: op een dag ga ik alles opschrijven, precies zoals het was, precies zoals het is gebeurd.

Doorslaand succes

Toch duurde dat nog heel lang. ‘Ik was 65 geworden en dacht eraan hoe mijn vader een paar dagen voor zijn pensionering was gestorven. Kon ik de kwekerij, zijn levenswerk, beschrijven? Hoe de muurtjes tussen de bedden liepen, de kassen, het gat in de haag waardoor – ja, waardoor de broeders kropen als ze weer eens langskwamen om mijn vader aan te sporen meer geld te geven, of harder te bidden… Ik schreef Knielen op een bed violen eigenlijk voor mezelf; ik had nooit gedacht dat er nooit belangstelling zou bestaan voor een roman waarin zo’n sektarische, protestantse godsdienst expliciet beschreven. Het boek werd meteen, in 2005, een doorslaand succes, maar het gekke is dat ik – ondanks het feit dat ik natuurlijk weet hoe fictie werkt – me altijd een beetje een verrader ben blijven voelen. Ja, dit was een kant van mijn vader, maar ik had ook ándere verhalen kunnen vertellen.’

Bezig met de dood

Na de verhalen over zijn ouders komen nu ook zijn eigen gedachten over de eindigheid in beeld. ‘Ik ben van kinds af aan al bezig met de dood hoor, als ik ergens pijn had dacht ik meteen dat mijn laatste uur had geslagen, maar wat me de laatste tijd is overkomen kan ik geen hypochondrie meer noemen.

Het heftigst was de tia, vorig jaar. Op weg naar het ziekenhuis dacht ik: dit zou wel eens het einde kunnen zijn. Straks zie ik Gods troon. Misschien kan mijn vader een goed woordje voor me doen en is er toch nog een plaats voor mij in de hemel. Ik was niet bang, niet onrustig. Ik stelde me vooral voor hoe heerlijk het zou zijn om mijn ouders weer terug te zien.’

Jan wil niet nadenken over hoe het zou zijn als alles minder gunstig zou verlopen en kreeg voor het verzetten van zijn gedachten hulp uit onverwachte hoek. Hij werd op zijn tachtigste verjaardagsfeestje gevraagd om het Boekenweekgeschenk voor 2019 te schrijven. Toch is dit geschenk beslist geen testament. Over een jaar of zo, gaat hij gewoon weer verder waar hij op dat feestje is gestopt.

Ik voel me een begenadigd mens dat ik dit allemaal mag meemaken, maar toch: de gedachte dat ik deze aarde moet verlaten maakt me intens verdrietig.

Lees het hele artikel in het Magazine van KBO-PCOB. Geen lid? Neem dan nu een abonnement op het Magazine!