Ode aan de ouderen

Ouderen zijn een geschenk voor de samenleving

Zeker sinds corona denken we bij ouderen vooral aan eenzame en kwetsbare mensen. Dat doet onrecht aan de grote betekenis van senioren voor onze samenleving.

Er zijn meer dan zes miljoen 50-plussers in Nederland, 43% daarvan doet wekelijks zo’n 7,4 uur vrijwilligerswerk. Dat betekent dat wekelijks ruim 2,5 miljoen 50-plussers zich inzetten voor de ander. Vrijwillig en onbetaalbaar.

Tijd voor een ode aan ouderen voor de Internationale dag van de ouderen op vrijdag 1 oktober.

‘Dé oudere bestaat niet’, zegt Pieter Hilhorst (55), lid van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. ‘Er zijn grote verschillen in gezondheid en financiële situatie. Wat ouderen gemeen hebben, is dat ze iets ‘over’ hebben. Bijvoorbeeld tijd, levenservaring en wijsheid.’

Verhelderend is het onderscheid dat hij maakt tussen de derde en de vierde levensfase. De derde fase begint wanneer mensen stoppen met werken en nog relatief gezond zijn. Ze kunnen en willen dan nog van alles.

Pas wanneer de kwetsbaarheid groter wordt en de behoefte aan hulp en zorg toeneemt, begint de vierde levensfase. Deze overgang staat los van leeftijd.

Wijsheid laten terugvloeien

Als je ouderen vraagt wat de kwaliteit van leven verhoogt, dan noemen ze vaak autonomie, verbondenheid en betekenis geven. Daar hoort vrijheid bij om te kiezen wat ze doen en voor wie.

Filosofe Catharine Schimmelpennink (83) zet het scherper neer: ‘We zijn het als ouderen verplicht om onze levenservaring en wijsheid te laten terugvloeien, we hebben de rust en de gelegenheid om dat te doen.’

“Levenswijsheid van de ouderen is het kapitaal van de samenleving”, staat op het tegeltje dat ze eerder dit jaar namens KBO-PCOB overhandigde aan de fractievoorzitters van partijen in de Tweede Kamer. Er zit een oproep in om beter te luisteren naar de ouderen, die door hun leeftijd en wijsheid scherper zien wat er fout gaat.

"Ik wil kinderen en volwassenen terugbrengen naar de natuur. Daar leef ik voor, daar haal ik zelf energie uit"

- Jan Wolters (66) uit Gennep

‘We hebben dus toch een zaadje geplant’

‘Ik ben geboren op de Mookerheide, waar mijn vader een boerenbedrijf had. Daar ligt de basis voor mijn passie voor de natuur. Toch ben ik dat tijdens mijn werkzame leven uit het oog verloren. Pas toen ik op mijn 55ste thuis zat met een burn-out, heb ik de weg terug gevonden.

Verwondering

Nu ben ik vrijwillig boswachter voor Natuurmonumenten in het Rijk van Nijmegen. Tijdens excursies laat ik kinderen en volwassenen zien hoe boeiend de natuur is. Vaak moet je eerst op dingen gewezen worden om ze zelf te kunnen zien.

Natuur is zoveel meer dan wat je met je ogen ziet. Het is ook de lucht en het leven in de bodem. De verwondering over de natuur, dat brengt mij veel. Die ervaring geef ik ook aan anderen.

Natuur kan niet piepen

Een kwart van onze leden is jeugdlid, vaak stoppen ze wanneer ze naar de middelbare school gaan. Jaren later zien we ze dan als volwassenen terugkomen met hun eigen kinderen. We hebben dus toch een zaadje geplant.

De klimaatproblemen zijn een gevolg van hoe wij leven. De natuur kan niet piepen als wij iets doen dat niet door de beugel kan, daarom zijn wij de ogen en oren van de natuur. Althans, dat zouden we moeten zijn.’

"Ik ben zendeling en uitgezonden om hier te zijn en te werken"

- Els van Teijlingen (65), Noord-Oeganda

Els zette twintig jaar geleden een opvanghuis op in Oeganda. Duizenden kinderen nam zij al onder haar hoede.

‘Ik ben niet van het preken. Ik wil Gods hand zijn en hem uitdragen, kinderen helpen die zonder hulp geen kans maken. Dat gaat om barmhartigheid en praktische hulp.

Eerst was het opvanghuis alleen voor kinderen met hiv, later ook voor pasgeboren baby’s waarvan de moeder is overleden. De kinderen blijven een paar maanden, daarna worden ze door de lokale bevolking geadopteerd.

Ik houd me voor dat elke druppel er één is.

Deze meisjes waren voor mij bestemd

Omdat er meisjes waren die niemand wilde hebben, heb ik hen zelf geadopteerd. Op een bepaalde manier waren deze meisjes voor mij bestemd. Vanaf mijn vijftigste heb ik daardoor ook de taak om moeder te zijn. Dat gaat weer een stap verder dan het opvanghuis leiden.

Van de vier meisjes die ik adopteerde, zijn er twee overleden. Ik leef van giften en ik heb daardoor ook niet veel voor later. Ik voel dat ik geen twintig meer ben, maar denk nog niet aan stoppen. Toch hoop en bid ik dat er op termijn iemand komt die het van me over gaat nemen.’

"Meer dan twintig jaar geleden zijn we vanuit de Randstad hier gekomen. Een dorp zonder kerk of kroeg, maar wel met een dorpshuis."

- Petra Brands (72) uit Eexterveenschekanaal

Daar organiseert ze nu al jaren creatieve lessen. Het hele dorp loopt met haar weg.

‘Met kinderen werken vind ik leuk’

‘Toen ik zes was, mocht ik al iets maken met de elektrische boormachine van mijn vader. Ik herinner me een vis van hout waar ik trots op was. Vanaf mijn 25ste doe ik zelf creatieve dingen met volwassenen en kinderen. Ik laat mensen werken met apparaten die ze nog nooit gebruikt hebben. Van zaagmachine tot graveermachine. Mensen zijn vaak verrast.

In coronatijd maakte ik 36 weken op rij het Tussendoortje, een knutselkrant voor de kinderen in het dorp. Ze stonden me soms al op te wachten als ik de krant rondbracht.

De mogelijkheid om blij te zijn

Als je iets leuks weet, kun je het beter aan anderen vertellen dan voor jezelf houden. Zeven keer per jaar maak ik samen met iemand de dorpskrant. Ik ben nog lang niet van plan om met mijn activiteiten te stoppen. Dat maakt het leven leuker en geeft de mogelijkheid om blij te zijn.

Als we allemaal iets voor een ander doen, dan wordt de wereld mooier. Ik duim ervoor dat als ik doodga, er weer een ander opstaat.´

Meer mooie artikelen lezen? Neem dan een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.