Hella van der Wijst Troost

Hella van der Wijst

Hella van der Wijst

Met het boek Troost neemt tv-maker Hella van der Wijst (54)  afscheid van het EO-programma ‘Ik mis je’, waarvoor ze drie jaar lang nabestaanden sprak op begraafplaatsen. Ze leerde er veel over wat troost is, bijvoorbeeld over de ‘oorverdovende stilte van de niet-gestelde vraag’.

Ooit was ze bij het sterven van de man van haar beste vriendin. ‘Hij stierf in haar armen, terwijl ik mijn armen om haar heen had’, zegt ze. ‘Ongelofelijk. Onvergetelijk.

Het is al lang geleden en ze heeft opnieuw geluk gevonden, maar altijd als ik haar zie, voel ik een band die nooit meer overgaat.’

Hella van der Wijst is even stil. Dan zegt ze: ‘Verdriet kan mensen samenbrengen op een veel diepgaander manier dan plezier ooit kan.’

‘Troost gaat niet over advies krijgen, maar over verbinding ervaren’

Emotie verbindt

‘Emotie verbindt’, zegt ze, ‘maar ik zoek ook zin, perspectief, inspiratie. En de kijker moet er ook wat van opsteken.’

Voor ‘Ik mis je’ maakten Hella en EO-directeur Arjen Lock in drie jaar tijd vele honderden korte interviews met nabestaanden, staande op begraafplaatsen. Door al die ontmoetingen leerde ze zo veel over wat troost is, dat ze er een boek over schreef. Daarin combineert ze soms zeer indringende ervaringsverhalen met beschouwingen van deskundigen.

Wat moet je zeggen?

Hella is van de vragen stellen, dat heeft ze altijd gehad. ‘Mensen vertellen mij snel van alles’, zegt ze. ‘Dat kómt gewoon, zelfs in vrolijke omstandigheden als de Nijmeegse Vierdaagse. Ik voel snel waar er een rafelrandje zit in iemands leven, waar iemand mee bezig is, en mensen vertrouwen het me toe.’ Meer nog dan een kunde is het vragen stellen een roeping, het is wie ze is. ‘Daartoe ben ik op aarde’, zegt ze bijna terloops.

 

Juist bij mensen die rouwen is het stellen van vragen zegenrijk, heeft ze gemerkt. En dat is iets heel anders dan adviezen geven

‘Mensen zeggen de lompste dingen tegen elkaar, vaak uit onhandigheid’, vertelt Hella.

Het heeft zo moeten zijn, of je bent nog jong genoeg voor een nieuwe relatie of zelfs het komt wel goed.

Het is vrijwel altijd goed bedoeld, maar doe het niet. Alsjeblieft. Troost gaat niet over advies krijgen, maar over verbinding ervaren.’

Hella van der Wijst

‘Mensen zeggen de lompste dingen tegen elkaar’

Haar belangrijkste tip bij een sterfgeval is dan ook: ‘Zeg weinig, doe veel. Zeg niet: “Bel maar als ik iets kan doen”, maar: “Wat kan ik nú voor je doen?”

Als je verlegen bent of zonder woorden staat: zeg dát dan.

En: blijf de naam van de overledene noemen. Mensen veronderstellen vaak zo veel bij een rouwende ander, zonder het te vragen.’

Ik meen het

Hella doet dat op intuïtie, vertelt ze. ‘Ik volg mijn ingevingen. Altijd. Ik heb in al die jaren nog nooit meegemaakt dat iemand boos werd omdat ik een vraag stelde. Dat komt denk ik omdat ik het echt wil weten. Mensen voelen dat, of je het meent.’

Hella van der Wijst

‘Wij hebben te veel gebruiken weggegooid’

Zwarte kleren dragen

‘Wij hebben met de ontkerkelijking te veel gebruiken weggegooid. Ik denk weleens: wat zou het goed zijn als iemand die rouwt de eerste tijd weer zwarte kleren draagt, zodat iedereen kan zien wat er met je aan de hand is.

En dat er dan een ritueel moment is waarop je weer kleur gaat dragen, omdat je het leven weer oppakt. Want het is ook goed om te erkennen dat het leven doorgaat.’

In onze huidige cultuur wordt heel verschillend met rouw omgegaan.

‘Het taboe op rouw is er voor een groot deel wel af’, zegt Hella van der Wijst. ‘Er zijn zelfs mensen die de verjaardag van een dode blijven vieren, alsof het gewoon doorgaat. En tegelijk heb ik veel ouderen ontmoet die niet verdrietig durfden zijn, die maar bleven zeggen dat ze dankbaar moesten zijn.’

Verontwaardigd: ‘Ja zeg, alsof je juist na een lang samenzijn niet juist óók heel verdrietig bent!’

Oorverdovende stilte

Ieder mens draagt dingen met zich mee die zelden aan het licht komen, maar waarvan het fijn is om ze soms te delen.

‘Je kunt lijden aan wat ik noem de oorverdovende stilte van de niet-gestelde vraag’, zegt ze. ‘Ik interviewde eens een hoogbejaarde vrouw die nooit had gerouwd om haar eerste en doodgeboren baby. Ze was destijds te ziek geweest om bij de begrafenis te zijn.

Zeventig jaar later was ik met haar bij een Allerzielenviering bij een boom, waar namen van doden op kaartjes worden geschreven en opgehangen. Dat raakte haar diep. Ze zei: “Dit is de eerste keer dat ik zijn naam opschrijf.”’

 

Een van de dingen die ik graag nog eens wil, is werken met levensverhalen van echt oude mensen, want die raken me.

Er is weinig tijd en geduld in onze samenleving om te luisteren naar mensen die misschien weinig meer kunnen, maar die vaak veel te zeggen hebben.’

Meer lezen? Neem een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB