Erik van Muiswinkel Kleine prins

Erik van Muiswinkel

Kleine prins

Erik van Muiswinkel wordt binnenkort zestig jaar, maar zo voelt de kleinkunstenaar, acteur en zanger zich niet. ‘Mijn absolute leeftijd is elf; ik blijf toch altijd het jongetje dat zich keer op keer in nieuwe avonturen stort.’

Talen en verhalen hebben hem van kleins af aan al gefascineerd. En nog steeds. Zo maakte hij de 21ste-eeuwse vertaling van ‘De kleine prins’ in het Nederlands.

Gedichtjes

Al op zijn vijfde droeg Erik gedichtjes voor, dus toen hij een paar jaar later van Schalkwijk naar Heemstede verhuisde en op zijn nieuwe lagere school meteen een voordracht moest verzorgen, draaide hij daar zijn hand niet voor om.

‘De meeste kinderen kozen voor een versje, maar ik had Waarom de Chinezen geen staarten meer dragen van Annie M.G. Schmidt uit mijn hoofd geleerd. Het is een tikje koloniaal, een stereotype verhaaltje dat in deze tijd niet meer zou kunnen, maar ik beleefde er mijn eerste grote theatrale succes mee.

Mijn allereerste cabaretje

Het was geldingsdrang, zeker, maar strikt genomen had hij niet veel te bewijzen. ‘Ik kon op school goed meekomen, kwam thuis niets tekort, was nooit ziek, had geen handicaps, dus waarom moest ik nou zo nodig op de planken staan?

Voor mij werd het steeds duidelijker: dit was iets waar ik goed in was. Ik had geen last van spanning en kon op het juiste moment de juiste dingen zeggen. Ik was een jaar of elf toen ik besloot om iets met dit talent te gaan doen en verzorgde mijn allereerste professionele, avondvullende cabaretje in het clubhuis van onze cricketclub Rood en Wit.’

Volwassenen zijn ooit kind geweest, alleen de meesten herinneren zich dat niet meer

De kleine prins

Het was het begin van een reis die hem, met wisselend gezelschap – van Justus van Oel tot Diederik van Vleuten –  op de planken van de mooiste theaters en in de studio’s van de leukste televisieprogramma’s zou brengen.

Humor

Humor is nog altijd zijn belangrijkste wapen, al gebruikt hij zijn communicatievaardigheden ook weleens om op Twitter een oorlogje met de trollen van extreem rechts uit te vechten.

De kleine prins

Een paar jaar geleden kwam Erik, min of meer toevallig, in een veel vredelievender omgeving terecht: de wonderlijke wereld van de in 1944 verongelukte schrijver/piloot Antoine de Saint-Exupéry.

‘Het begon met mijn fascinatie voor het feit dat De kleine prins, zijn boekje uit 1943, al meer dan driehonderd verschillende vertalingen kende. De Nederlandse, uit 1951, was zo gedateerd dat ik besloot te proberen een soepelere, 21ste-eeuwse versie te schrijven.

Van het verhaal zelf was ik in eerste instantie niet zo onder de indruk. Het is super-verdunde filosofie, waanzinnig toegankelijk en de boodschap wordt dan ook door iedereen – van boeddhisten tot christenen – geclaimd.

Het verstrijken van de tijd houdt me al een leven lang bezig

Waar gaat het echt om

Een van de zinnetjes die het meest wordt geciteerd is dat je met je hart moet kijken. Niet met je ogen. Weinig schokkend. En dat geldt ook voor wat de schrijver ‘l’essentiel’ noemt, door mij vertaald met: waar het echt om gaat.

Waar het echt om gaat is: volwassenen zijn ooit kind geweest, alleen de meesten herinneren zich dat niet meer. Het is een cliché, maar toch… zo geformuleerd, in die setting, vind ik het toch wel weer bijzonder. Ik merkte dat ik, al vertalend, steeds meer van De kleine prins begon te houden. Het is, al met al, toch een absoluut meesterwerkje.’

Ik zal in mijn hoofd altijd elf blijven

Voor altijd elf

‘Het is ook de melancholie die me zo aantrekt. Dit klinkt misschien gek, maar het verstrijken van de tijd is een onderwerp dat me al een leven lang bezighoudt. Ik begon al op mijn tiende te beschrijven wat ik me van mijn vierde, vijfde levensjaar kon herinneren.’

Zestig

Ik word in augustus zestig en dat is… nee, laat ik het anders zeggen: ik denk dat anderen me dan officieel als een ouder iemand gaan zien, maar ik zal in mijn hoofd altijd elf blijven. Er zijn op die leeftijd veel dingen gebeurd waar ik de rest van mijn leven aan ben blijven terugdenken. Het was niet zozeer het begin van een volwassen leven, maar wel het einde van mijn kindertijd. Ik had sterk het gevoel dat ik iets achter me liet; dat ik aan allerlei dingen mee mocht gaan doen en dat idee – het idee dat ik me steeds weer in nieuwe avonturen kan storten – heeft me nooit verlaten.’

Ontdekking

‘Dat is misschien niet helemaal waar… In de afgelopen wintermaanden ben ik behoorlijk somber geweest. Ik heb me afgevraagd of er straks nog wel plek voor me zou zijn in het theater. Mentaal en fysiek kan ik het nog makkelijk aan, ik zou graag doorgaan, maar ik heb geen idee hoe het er na de pandemie aan toe zal gaan; of me nog speelbeurten gegund zullen worden, of mensen bereid zullen zijn om voor mijn type cabaret te betalen.

En weet je wat ik tijdens die lockdown ook heb ontdekt? Hoe fijn het is om vaker thuis te zijn. Vroeger zagen Paulien en ik elkaar drie, vier keer per week, nu waren we alle dagen op elkaar aangewezen. Het was de lakmoesproef voor onze relatie en we hebben hem met glans doorstaan.’

Meer van deze mooie artikelen lezen? Neem dan nu een abonnement op het magazine van KBO-PCOB.