Ouder worden op het Griekse eiland Ikaria Blauwe zones: het geheim van lang en gelukkig leven

Op het Griekse eiland Ikaria leven de mensen gelukkig en gezond. En lang, heel lang. Waar zit ‘m dat in? Annemieke Lenssinck gaat op zoek naar het geheim van Ikaria. En de enthousiaste eilandbewoners helpen haar maar al te graag.

Het geheim van de blauwe zones

Waar in de wereld leven mensen langer en gezonder dan elders? En hoe komt dat? Als we dat geheim ontrafelen, hebben we het recept om gelukkig oud te worden.

Dan Buettner van National Geographic ging op onderzoek uit en vond vijf gebieden: Sardinië, Ikaria, Okinawa, Costa Rica en Loma Linda. We noemen ze de blauwe zones. KBO-PCOB bezocht een van die blauw zones; het Griekse eiland Ikaria. De negen leefregels van de mensen die er wonen, leren ons hoe we lang en gelukkig kunnen leven.

Ikaria, een langgerekte eiland in de Egeïsche Zee, niet ver van Samos en de Turkse kust, lijkt op andere Griekse eilanden. Het is er prachtig, met een kustlijn vol baaien en zandstranden, slaperige dorpjes, bergen en overal de zomerse zang van krekels en die heerlijke, kruidige geur. Maar er is een verschil. Op Ikaria wordt een op de drie eilanders ouder dan 90. Kanker, hart- en vaatziekten, diabetes en dementie komen er amper voor.

Voeding als medicijn

Wij zijn hier om te ontdekken hoe dat kan. Vanuit ons kleine hotel in Therma, een lief badplaatsje met thermale bronnen, maken we in per huurauto een prachtige tocht langs de kust en door de bergen naar het gehucht Pigi. Georgios Kalimaris heeft er een ecologische wijnboerderij en bed & breakfast. Jarenlang bestudeerde hij de leef- en vooral voedingsgewoontes van de eilanders. Kalimaris is een man met een missie. Hij reist de wereld over om zijn bevindingen te delen. ‘De Griekse arts Hippocrates zei het al: laat uw voeding uw medicijn zijn en uw medicijn uw voeding. Van oudsher eten de mensen op het eiland vrijwel uitsluitend plantaardig voedsel, alles uit eigen moestuin. Een gezin had een paar kippen, misschien een varken. Vlees eten was dus een luxe voor heel af en toe, en zo is het gebleven.’

Op het terras voor hun stenen huis zet zijn vrouw Eleni ons een lunch voor. Dikke plakken zuurdesembrood, verse geitenkaas met oregano en gefermenteerde olijven. Alles zelfgemaakt. Haar specialiteit komt in een aardewerk schotel: langzaam gestoofde groenten van eigen land, op smaak gebracht met veel verse kruiden en een sliertje olijfolie. We scheppen twee keer op.

Gelukkige oude dag

Ikaria oogt idyllisch, maar het eiland is altijd straatarm geweest en behoorlijk geïsoleerd. Door de jaren heen emigreerden duizenden eilandbewoners naar Amerika en Australië, net als in de rest van Griekenland. De meesten keerden terug, ellendig van heimwee, of om er een gelukkige oude dag te hebben. Evon Plakidas, een oefenvijftiger met het lichaam en de joie de vivre van een jonge god, werd geboren in het Australische Port Augusta. Zijn vader nam het gezin onder de arm mee terug toen Evon zes was. ‘Het begin was moeilijk, want ik sprak geen woord Grieks’, vertelt hij in het Engels met moddervet Australisch accent. ‘Maar net voor hij overleed, heb ik mijn vader bedankt dat hij ons hierheen heeft gehaald.’

Evon is voorzitter van het dorpscomité in Faros, waar hij met zijn vriend Kostas een relaxed hotelletje bestiert. Elk dorp op het eiland heeft zo’n comité van bewoners die samen de mouwen opstropen. Die avond is er in Faros een panigiri. Voor zo’n feest, georganiseerd op de naamdag van de dorpsheilige, loopt jong en oud uit. De lange tafels zitten tjokvol, er staat een rij voor de geïmproviseerde keuken waar vrijwilligers borden vol spaghetti en salade opscheppen. Er is Ikariaanse rode wijn uit plastic flessen, en live volksmuziek. Kinderen pakken elkaars hand en hobbelen met ernstige gezichtjes over het plein, de pubers volgen. ‘Mensen vragen mij soms: wanneer heb je leren dansen?’, vertelt Evon. Hij lacht: ‘Je leert het niet, je doet gewoon mee.’

Kolkende massa

Het plein verandert in de loop van de avond in een kolkende, zwetende massa. De muziek zet een tandje bij, iedereen versnelt. Evon wenkt: ja jij! Ik haak in en heus, ik doe mijn best, maar ik land steeds met mijn voet op die van mijn buren. Geeft niks, ik gloei van plezier. Terug aan tafel wijst Evon naar een dansende vrouw. Ze is Amerikaanse met lokale roots en voor het zesde jaar hier, weet hij. ‘In het begin kon ze er niet veel van. En moet je haar nu zien.’ Dus er is hoop, roep ik over de muziek heen, met een knipoog. ‘Tuurlijk!’, schreeuwt Evon en hij tikt zijn glas tegen het mijne: ‘Yamas, proost!’

Lees het hele artikel in het Magazine van KBO-PCOB. Geen lid? Neem dan nu een abonnement op het Magazine!