Bennie Jolink

Bennie Jolink

Somber

Hij heeft wel eens last van sombere buien, vertelt Bennie Jolink (75) van de legendarische Achterhoekse boerenrockband Normaal. De eerste grote donkere wolk werd verdreven door de geboorte van zijn kleindochter.

Bij de tweede donkere wolk, in coronatijd, vond hij verlichting bij zijn muziekmaatjes. ‘Ik miste de band.’ Het resultaat? Normale verhale: een nieuw album en boek vol hilarische anekdotes en eigenzinnige illustraties over 45 jaar høken.

Høken

Wie het adres van Bennie Jolink zoekt, heeft niks aan een routeplanner. Zijn huis staat niet op de kaart en dat mag wat hem betreft altijd zo blijven. Hij geniet, omringd door familieleden, van rust en stilte ‘ergens in de buurt van Hummelo’.

Gehuld in een T-shirt bedrukt met het woord Høken – definitie volgens Normaal: alles wat leuk is, maar wat niets met seks en/of geweld te maken heeft – komt Bennie Jolink uit zijn boerderij tevoorschijn. ‘We gaan naar de schuur’, zegt de oude rocker.

We hadden ook voor de studio in de hooiberg kunnen kiezen, maar daar is ’t nogal donker en dat verdraagt Bennie Jolink slecht. Hij heeft weleens last van – zoekt voorzichtig naar woorden – sombere buien, al gaat het de laatste tijd mirakels goed met hem.

Een nieuw geneesmiddel

‘Vanochtend heb ik nog gezwommen, fysiotherapie in het water heet dat officieel. Toen het zwembad wegens corona gesloten bleef, ging ik elke dag wandelen, hier in het bos. Dat doe ik nog steeds, meerdere keren per week. Heerlijk!’

Wat eraan voorafging: in 2016 werd Bennie vier keer in het ziekenhuis opgenomen en bracht hij tien weken door in een revalidatiekliniek. ‘In het begin dachten ze nog: die ouwe popster heeft natuurlijk een longaandoening van al dat blowen opgelopen, maar het bleek uiteindelijk allergische astma te zijn en daar hadden ze plotseling iets voor uitgevonden.

Zo’n kleintje is honderd keer belangrijker dan alles wat ik met Normaal heb meegemaakt bij elkaar!

Alles wat hem dwarszat

Tijdens de eerste lockdown had Bennie, zoals wel meer mensen met een druk bestaan, het gevoel dat hij eindelijk een beetje tot rust kon komen, maar na een paar weken werd hij somber. Een gevoel dat hij nog maar al te goed kende.

‘Eind ’96 ben ik echt depressief geweest. Dat wil zeggen: ik at niet, sliep niet en ik had nergens zin meer in. Ellie, mijn vrouw, heeft toen op een dag aan de huisarts, voor wie ze als assistente werkt, gevraagd of hij alsjeblieft een keer bij me langs wilde gaan.

Die man heeft de rol van psychiater op zich genomen en mij laten praten over alles wat me dwarszat. Er was voor de tweede keer een debacle met het management van Normaal geweest – ik zal je de details besparen – en ik verweet het mezelf dat ik twintig jaar min of meer mijn gezin had verwaarloosd door altijd maar met die muziek bezig te zijn om er uiteindelijk geen cent aan over te houden. Die huisarts kreeg me met gesprekken en medicatie weer op de been.

Niet lang daarna werd ik voor de eerste keer opa en heb ik een jaar lang op de baby gepast. Dat bleek een nóg beter middel tegen depressiviteit te zijn. Zo’n kleintje is honderd keer belangrijker dan alles wat ik met Normaal heb meegemaakt bij elkaar!’

Wat er echt toe doet

Hoewel er nog acht kleinkinderen bijkwamen, was er met het uitbreken van de coronacrisis iets anders nodig om Bennie bij het donker weg te houden.

‘Eerst dacht ik het met schrijven en schilderen op te kunnen lossen, maar ik merkte dat ik veel afhankelijker was van samenwerking dan ik ooit had gedacht. Ik miste de band, ik miste de muziek! Ik heb de jongens gebeld, we hebben de apparatuur uit de hooiberg naar de schuur verplaatst zodat we afstand konden houden en zijn toen, hartstikke gezellig en in een lekker kalm tempo, die cd gaan maken.

Die cd is uiteindelijk, samen met een verzameling Normale verhale over de belevenissen van Normaal, uitgebracht. Er staat één liedje op dat eigenlijk alles zegt: ‘Niets doen is dodelijk.’ Zo voelt dat echt. Als ik muziek maak, ben ik in mijn element. Ik weet wat ik moet doen en dat geeft me zelfvertrouwen. Het gaat me al lang niet meer om de aandacht.

Als ik terugdenk aan al die keren dat ik heb lopen schreeuwen en tieren… “Boeren!”, “Høken!”, schaam ik me kapot.’

Sommige vrienden helemaal geen vrienden blijken te zijn

Een stuk sentimenteler

Dat Jolink zich nog steeds behoorlijk druk kan maken, bewees hij een paar maanden geleden nog door iedereen die zich niet wilde laten vaccineren tegen het coronavirus A.A.W.’ers – Asociale Achterlijke Wappies – te noemen.

‘Dat had ik niet moeten doen’, zegt hij nu, quasi deemoedig. ‘Ik had natuurlijk A.O.W.’ers moeten zeggen: Abnormaal Onwetende Wappies. Dat is minder agressief en veel grappiger. Bovendien: ik ben echt de betrekkelijkheid van dingen wel gaan inzien.

Ik ben sowieso een stuk sentimenteler geworden. Gevoeliger. Praten over mijn sombere buien: dat zou ik jaren geleden nooit gedaan hebben. Psychiaters? Dat was iets voor watjes! Nu zeg ik tegen iedereen die het moeilijk heeft tijdens deze pandemie: blijf er niet mee rondlopen, deel je gevoelens. Ik ben me veel kwetsbaarder gaan opstellen.

Dat is begonnen toen ik grootvader werd. Vroeger riep ik altijd dat vrienden véél belangrijker waren dan familie omdat je die tenminste zelf had uitgekozen, maar gaandeweg ben ik erachter gekomen dat sommige vrienden helemaal geen vrienden blijken te zijn, terwijl die familieleden – maar ook de mensen uit het dorp met wie ik ben opgegroeid – er altijd voor me zijn geweest.’

Zo. Genoeg gekletst. We nemen afscheid. Bennie Jolink loopt nog een stukje mee. ‘Einde pad rechts’, zegt -ie. Daarvandaan kan ik een N-weg volgen en om Hummelo heenrijden, maar ik kies er voor de Dorpsstraat in te slaan en rijd even later met gepaste eerbied langs het bronzen standbeeld van Normaal.

Nog meer mooie interviews lezen? Neem dan nú een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.