Vrouwenhart Cardiologe Angela Maas

 

Cardioloog Angela Maas is door Opzij uitgeroepen tot de invloedrijkste vrouw van Nederland over haar niet aflatende strijd om het vrouwenhart op de kaart te zetten.

‘Het mannenlichaam is de norm en dat is niet goed voor vrouwen met hartproblemen. Alle mensen zijn gelijkwaardig, maar dat betekent niet dat je ze hetzelfde moet behandelen.’

Ze heeft heel wat losgemaakt met haar stelling dat een vrouwenhart geen mannenhart is. ‘Ik krijg vaak brieven van vrouwen die smeken om gehoord te worden’, vertelt professor Angela Maas. ‘

‘Vrouwen zijn anders gebouwd dan mannen. Dat heeft effect op hoe ziektes zich tonen, hoe het lichaam veroudert en hoe medicijnen werken’

Acht herdrukken

Haar boek Hart voor vrouwen beleefde in acht maanden tijd al acht herdrukken.

‘In Nederland hebben we door de emancipatie grote stappen gemaakt, maar in de zorg moeten vrouwelijke waarden echt een betere plek krijgen.

Als we dat niet doen, worden vrouwelijke patiënten niet goed geholpen en blijven vrouwelijke professionals in de zorg afhaken.’

Mannenlichaam is de norm

Ze is een pionier die lang niet erg serieus werd genomen.

Toch lijkt het zo logisch: vrouwen zijn anders gebouwd dan mannen en maken door menstruatie, eventuele zwangerschappen en de overgang andere hormonale ontwikkelingen door.

Dat móet effect hebben op hoe ziektes zich tonen, op hoe het lichaam veroudert en hoe medicijnen werken.

Onderscheid

‘Nog steeds is het mannenlichaam vaak de norm’, zegt Angela Maas.

‘Het witte mannenlichaam wel te verstaan, want er zijn ook verschillen tussen etniciteiten en culturen.

Kijk, onze geneeskunde is geweldig goed geworden door standaarden te maken voor onderzoek en behandeling van ziekte. Maar nu is het tijd om beter te gaan kijken naar de verschillen tussen patiënten.

Als we iedereen even goed willen behandelen, moeten we meer onderscheid gaan maken.’

‘We zetten toch ook niet elke man, vrouw of kind op dezelfde fiets?’

Terug naar het aanrecht

Angela Maas ging in 1974 geneeskunde studeren in Groningen. Het waren de nadagen van de tweede feministische golf.’

Maas kreeg de kans om haar artsenopleiding af te maken op Curaçao en genoot daar met volle teugen van. Terug in Nederland specialiseerde ze zich in cardiologie.

‘Eens per vijf jaar mocht er een vrouw in opleiding, ik was een excuustruus'.

Vage vrouwenklachten

De cultuur onder cardiologen was stoer.

‘Wij vonden onszelf de besten. Wij gaan over leven en dood!’

Maas deed daaraan mee. ‘Ook als er lacherig gedaan werd over de vage klachten die sommige vrouwen hadden. Want er waren vaak vrouwelijke patiënten waar we niet goed greep op kregen.’

De Ommekeer

‘Ik zie haar nog zitten. Ik vertelde haar iets over haar ziekte, maar eigenlijk wist ik helemaal niet wat ze mankeerde. Het was een smoesverhaal dat ik wel vaker hield.

Maar deze vrouw zei krachtig: “Ik accepteer dit niet. Wat héb ik nou? Ik wil dat u me duidelijk antwoord geeft.”

Dankzij haar realiseerde ik me dat ik niet de rest van mijn carrière met smoezen aan wilde komen.’

Vrouwenspreekuur

In die tijd, het was inmiddels 1991, kwam er internationaal aandacht voor de effecten van vrouwelijke hormonen op het hart.

Van toen af begon Maas meer op vrouwelijke patiënten te letten. In 2003 begon ze in Kampen een vrouwenspreekuur voor hartklachten en richtte ze zich steeds meer op vrouwen.

In 2012 werd ze de eerste hoogleraar vrouwencardiologie, in Nijmegen. Begin 2014 richtte ze de stichting Hart voor vrouwen op.

Wereldwijd gaan er meer vrouwen dan mannen dood aan hart- en vaatziekten.

Vrouwen worden gemiddeld ouder, maar hebben meer ziektejaren.

Wat kunnen ze zelf doen? Maas raadt vrouwen allereerst aan om zichzelf serieus te nemen.

‘Vrouwen zijn vaker geneigd om verhalen te vertellen aan een arts. Maar die is opgeleid om diagnoses te stellen. Wees dus duidelijk over welke klachten je ervaart. Bereid je goed voor, door bijvoorbeeld zelf regelmatig je bloeddruk te meten. En vraag door, ook als je medicijnen voorgeschreven krijgt.’

Angela Maas wil voorlopig nog niet stoppen met haar werk. Wel stopt ze in 2022 met het directe patiëntencontact.

‘Maar zolang ik me gezond voel, wil ik blijven helpen om de vrouwelijke waarden in de zorg te stimuleren. Ik kan dat niet zomaar los laten, het is een levenswerk geworden.’

Meer lezen? Neem dan een abonnement op het Magazine van KBO-PCOB.