Uitbundig André Rieu

André Rieu

Uitbundig

Alles, maar dan ook écht alles, aan André Rieu (71) is uitbundig: de muziek die hij maakt, het eeuwenoude kasteel dat hij bewoont, de manier waarop hij lacht, hoe zijn krullen dansen, zelfs de vlaai die hij zijn bezoekers voorzet mag er wezen.

Een gevoelige jongen

André Rieu kreeg een katholieke opvoeding, met alles erop en eraan. ‘Ik heb zes jaar op het kerkkoor gezeten, gezongen tijdens de nachtmissen, meegelopen met alle processies: het was allemaal kerk, kerk, kerk.

Dat zit nog helemaal in mijn bloed. Als ik wierook ruik, dat hele circus meemaak met al die hoempapa eromheen: já, heerlijk, dan ben ik weer terug in de tijd.

Ik was – en ben nog steeds – een gevoelige jongen, dus zoiets komt, bam, rechtstreeks binnen. Kerstmis vind ik nog altijd een prachtig feest. Zelfs tijdens de meest gruwelijke oorlogen worden de wapens neergelegd.

Ik merk het ook aan mijn publiek tijdens de kerstconcerten als we Stille nacht, heilige nacht spelen; het lijkt de mensen nóg dieper te raken. Ik heb nog wel een tijdje priester willen worden, maar toen ik hoorde dat je dan nooit met een meisje mocht gaan, heb ik dat idee maar snel opgegeven.’

Toen Marjorie in mijn leven kwam, klapte ik open als een roos

Een roos die openklapt

En er was nog iets waar afscheid van genomen moest worden: het juk van zijn ouders. Vader Rieu, ook dirigent, meende dat zijn zoon een veel te frivole opvatting van klassieke muziek had. Het moest strakker, meer ingetogen, minder feestelijk allemaal.

‘Ik was ook nieuwsgierig, wilde alles ontdekken, iedereen leren kennen. “Je moet de mensen niet zo aankijken”, zei mijn moeder dan. Dat was brutaal.’

Ook zijn verkering met Marjorie keurden ze af. Hij had haar voor het eerst gezien op zijn 13de, tijdens een Sinterklaasfeest. Twaalf jaar later, toen hij inmiddels studeerde aan het conservatorium in Brussel, werden ze een stel.

In de weekenden kwam hij terug naar Maastricht, waar Marjorie ook woonde. Het leek hem logisch dat hij dan bij haar zou blijven slapen, maar daar waren zijn ouders niet van gediend.

‘Ik ging met ruzie het huis uit. Marjorie was mijn redding. Toen zij in mijn leven kwam, klapte ik open. Als een roos.

Ik denk echt dat ik met een fles whisky in de goot was geëindigd als ik haar niet zou hebben ontmoet. Zij zag iets in mij; van haar kreeg ik bevestiging. Zonder bevestiging kom je nergens.’

Liefde voor de wals

Na een paar wonderlijke plannen – waaronder het idee om een eigen pizzeria te beginnen waar hij de gasten ook op een moppie vioolspel zou trakteren – en het oprichten van een klein orkest, kwam in 1994 de grote doorbraak met de cd Strauss & Co die voor een enorme opleving van de liefde voor de wals zou zorgen.

André Rieu, die zich zelf nog steeds verlegen noemt, ontpopte zich tot een orkestleider die avond na avond een publiek in vervoering wist te brengen.

'Hoezo leven we nu in vreselijke tijden? Het gaat juist steeds beter!'

‘Dat kan naast elkaar bestaan hè? Ik ben hartstikke verlegen, zenuwachtig voor elk optreden, maar heb tegelijkertijd de moed om de dingen groots aan te pakken.

Eenmaal op de bühne voel ik me helemaal in mijn element. Ik geniet van mijn werk, vind het heerlijk om mensen blij te maken, maar ik hou tegelijkertijd alles héél goed in de gaten. Als de tweede contrabassist één noot vals speelt, hoor ik dat meteen.’

André Rieu wordt steeds beter in zijn vak. Ja hoor, dat wil hij zonder blikken of blozen wel beamen. Er is nog zo veel te doen, nog zo veel te leren.

‘Ik ben in alles geïnteresseerd. Zo ben ik gek op geschiedenis, verslind boeken over de Romeinen.

Die Romeinen hielden diners en serveerden als toetje voor hun gasten een gevecht tussen een paar gladiatoren tot een van de twee aan zijn verwondingen bezweek. Ze sloegen hun slaven dood alsof het vliegen waren.

Dus hoezo leven we nu in vreselijke tijden? Het gaat juist steeds beter! Ik vind dat we veel meer nadruk moeten leggen op de dingen die fantastisch gaan. Nu zeg jij natuurlijk: en corona dan? Ja, heel naar. Ellendig! Maar het gaat voorbij. Volgend jaar speel ik weer op het Vrijthof.’

Zijn optimisme lijkt grenzenloos. ‘Ik word 140. Zeker weten. Ik sport, ik leef gezond en, ’t allerbelangrijkst: ik doe wat me gelukkig maakt.

Nu we niet kunnen optreden, zitten Marjorie en ik hele dagen in de studio om compilaties voor tv-zenders wereldwijd samen te stellen. Hoe mooi is het om, samen met de vrouw die al 46 jaar de liefde van mijn leven is, iets te creëren waar ik straks weer honderdduizenden mensen blij mee kan maken?’

Vrolijke, vragende blik, maar een reactie is overbodig. Hij heeft het antwoord zelf allang gevonden.

'Ik word 140. Zeker weten'

Meer lezen? Neem een abonnement op het magazine van KBO-PCOB